Herfst 1993: geboortejaar van Poetinregime

Terwijl president Poetin de oorlog tegen Oekraïne opvoert, is de Russische oppositie verwikkeld in een debat over de jaren negentig. De discussie is aangezwengeld door Aleksej Navalny die voor zijn dood nadrukkelijk afstand wilde nemen van het liberale kamp. Cruciaal moment in het ‘wild kapitalistische’ decennium is de gewelddadige confrontatie tussen het parlement en de president in 1993 en de daaropvolgende insiders-privatisering. Twee vragen staan centraal in het debat. Loopt er een rechte lijn van president Jeltsin naar het huidige Poetin-regime? En zo ja, hebben Jeltsins liberale medestanders van toen nu dan nog wel recht van spreken? Hubert Smeets schetst de posities.

Jeltsin Tsjoebajs Tsjernomyrdin Nemtsov FotoANP
Economische top van Rusland in 1997. V.l.n.r. Premier Viktor Tsjernomyrdin, 'privatiseringtsaar' Anatoli Tsjoebajs, vicepremier Boris Nemtsov, chefstaf Valentin Joemasjev en president Boris Jeltsin. Foto AFP/ANP

Door Hubert Smeets

Een half jaar voordat hij omkwam in een gevangenis rond de Poolcirkel schreef Aleksej Navalny een aanklacht tegen alles en iedereen die in de jaren negentig toenmalig president Boris Jeltsin had gediend. Zelf zag Navalny zijn laatste essay ‘Mijn angst en haat’ niet als een pamflet maar als een ‘bekentenis’. In de gevangenis moest hij erkennen dat niet alleen Vladimir Poetin en de poetinisten schuld dragen voor het onheil dat Rusland afgelopen kwart eeuw heeft getroffen, nee, het fundament voor het poetinisme was volgens hem tien jaar eerder gelegd: door Boris Jeltsin en diens clan van oligarchen en politici die zichzelf presenteerden als democratische en liberale reformisten maar in feite alleen hervormden om het land te verkopen en zichzelf te verrijken.

‘Ik haat degenen die de historische kans, die ons land begin jaren negentig had, verkochten. Ik haat Jeltsin met Tanja en Valja [de dochter en schoonzoon van de president – HS], Tsjoebajs en de rest van de corrupte familie die Poetin aan de macht heeft gebracht’, schreef Navalny op 11 augustus 2023 in strafkamp De Poolwolf in Charp. Zes maanden later zou hij op 16 februari 2024 onder verdachte en nog niet opgehelderde omstandigheden om het leven komen.

Met dit essay wilde Navalny niet alleen zijn eigen onafhankelijke positie binnen de oppositie markeren maar ook nadrukkelijk afstand nemen van sommige ‘liberale’ democraten die zich weliswaar ook tegen het Kremlin keren maar volgens hem toch echt medeverantwoordelijk zijn voor het feit dat president Poetin deze eeuw zo’n hardvochtig autoritair bewind heeft kunnen opbouwen. Zonder hun politieke en bestuurlijke ingrepen in de jaren negentig van de vorige eeuw zou de geschiedenis van Rusland anders zijn verlopen, aldus Navalny. 

Navalny wilde daarmee een dubbele politieke boodschap overbrengen aan de Russische bevolking. Ten eerste dat de jaren negentig niet zo vrij en liberaal waren als veel medestanders van toenmalig president Jeltsin nog steeds willen doen geloven. Ten tweede dat deze ‘liberale hervormers’ van toen ook vandaag de dag moeten worden gewantrouwd. Navalny leek zo de oppositie in twee groepen te willen verdelen: enerzijds anti-poetinisten die boter op hun hoofd hebben en anderzijds oppositionelen die wel schone handen hebben en daarom een nieuw begin kunnen maken.

Serie Verraders

Bij leven waren Navalny en zijn team van het Fonds ter Bestrijding van de Corruptie (FBK) al bezig met een film over de Jeltsin-jaren meteen na de ontmanteling van de Sovjet-Unie in 1991. Enkele maanden na de dood van Navalny verscheen de serie, getiteld Verraders, uiteindelijk in een Russisch- en Engelstalige variant.

In drie delen van elk ruim een uur richt het team-Navalny zich op de methodes waarmee Jeltsin en zijn entourage zich in het eerste decennium de grootste staatseigendommen van Rusland  wisten toe te eigenen en hoe deze lievelingen van het Westen zodoende een democratisch fundament bij voorbaat kapot maakten. Maria Pevtsjich, sinds begin 2023 voorzitter van FBK, vertelt het verhaal ter ondersteuning van talrijke archiefbeelden. Andere commentaarstemmen komen in de documentaire niet voor.


Flat voor Jeltsin-clan in Krylatskoje. Foto Navalny-team

Luxeflat voor bonzen

Aan de orde komen kleinere en grotere corruptieschandalen. Zoals het appartementencomplex dat Jeltsin begin jaren negentig in een chique buitenwijk liet afbouwen en opknappen. Als oppositiepoliticus binnen en buiten de Communistische Partij had Jeltsin de dubbele moraal van de kameraden in felle bewoordingen gehekeld. Maar eenmaal zelf staatshoofd gaf Jeltsin doodgemoedereerd opdracht om aan de  Osennjaja-straat een heel flatgebouw in te richten voor zijn eigen familie en een selecte groep loyale medestanders in de regering.

Het deurbeltableau las als een voorbode van wat komen ging: de heer en mevrouw Jeltsin, Viktor Tsjernomyrdin (premier). Valentin Joemasjev (aanstaand schoonzoon van Jeltsin), Jegor Gajdar (premier ad interim), Oleg Soskovets (vicepremier), Michail Barsoekov (FSB-chef), Andrej Gratsjov (minister van defensie), Joeri Loezjkov (burgemeester Moskou), Sjamil Tarpisjtsjev (tenniscoach van de president), Michail Zadornov (cabaretier), Aleksandr Korzjakov (lijfwacht van de president), Pavel Borodin (hoofd onroerend goed Kremlin) en Vladimir Resin (locoburgemeester Moskou). Ook de schimmige financiering van de memoires van Boris Jeltsin en essaybundel van zijn privatiseringstsaar Anatoli Tsjoebajs illustreren de hypocrisie van Jeltsin en diens hervormers.

De serie behandelt ook de grote uitverkoop van het Russische staatsbezit en het effect daarvan op de democratische en publieke moraal in het territoriaal en staatkundig nog jonge land. Denk aan het frauduleuze privatiseringsprogramma van Tsjoebajs en de zijnen, waarbij insiders voor een appel en een ei grote olieputten en raffinaderijen ter exploitatie konden kopen. Of aan de wijze waarop de publieke omroep in handen kwam van oligarchen die daarmee zichzelf en hun politiek-economische ambities zouden gaan verkopen, uitmondend in een grootscheepse manipulatie van de publieke opinie en andere chicanes tijdens de presidentsverkiezingen van 1996 waarbij Jeltsin met de hakken over de sloot werd herkozen.

Machtsoverdracht en finale kwijting

Verraders werkt toe naar de machtsoverdracht aan Vladimir Poetin in 1999. De serie windt er weinig doekjes om dat de Jeltsin-clan en Poetin toen beiden in een soort complot zaten: ze wisten te veel van elkaar. Jeltsin was Poetin dankbaar dat hij burgemeester Anatoli Sobtsjak van Leningrad naar het buitenland had gesmokkeld om aan strafvervolging te ontkomen. Omgekeerd was Poetin continu bezig zijn eigen hachje te redden nadat hij zichzelf na 1991 had verrijkt met de verkoop van olie aan het westen in ruil voor voedsel voor Sint-Petersburg. Beiden wisten van elkaar dat ze boter op hun hoofd hadden. Door Poetin, inmiddels opgeklommen van kleine lokale KGB-krabbelaar tot chef van de FSB en vervolgens premier, naar voren te schuiven voor het presidentschap kon de Jeltsin-clan finale kwijting krijgen.

Vandaar dat verteller Maria Pevtsjich al bij het begin van de serie concludeert: ‘Jeltsin, de familie, Tsjoebajs, de oligarchen, de hervormingsregering: allemaal hebben ze Poetin naar de macht gebracht. Zij zijn verantwoordelijk.’

Verraders7
Voucher in kader privatiseringsproces. Foto Navalny-team

Verraders zit knap in elkaar, al is het afgerond journalistiek omdat er bijvoorbeeld bijna geen mensen in voorkomen die vanuit het nu terugkijken naar de jaren negentig. De aaneenschakeling van archiefmateriaal moet de indruk wekken dat de verantwoordelijke mensen toen precies wisten waarmee ze bezig waren en ook nauwkeurig konden weten waarop het zou uitdraaien.

Maar zo was het vermoedelijk niet. Ongetwijfeld hebben talrijke politici, bestuurders, ambtenaren en ondernemers in Jeltsins jaren van ‘woest kapitalisme’ zonder serieuze wetten en staatsgezag hun kans schoon gezien om zich op een illegale en criminele wijze te verrijken. Dat wil echter nog niet zeggen dat deze hele ontwikkeling van volkskapitalisme (gevolg: grootschalige fraude met piramidefondsen) naar oligarchisch monopoliekapitalisme (effect: privatisering van de politieke staatsmacht) een ononderbroken en onontkoombaar traject was.

Twee gebeurtenissen in de Jeltsin-tijd kunnen de betekenis van onverwachte en soms toevallige wendingen illustreren. Ten eerste de gewapende opstand in oktober 1993 van het oude, in 1990 gekozen, Russische parlement tegen het Kremlin, een muiterij die gewelddadig werd neergeslagen door troepen van de FSB. Ten tweede de financiële crisis van 1998, toen de Russische regering haar buitenlandse schulden niet meer kon afbetalen en in default moest gaan, een soort faillissement waar de gewone burger het slachtoffer van was, maar de oligarchen allerminst. Maria Pevtsjich zeilt zoveel mogelijk langs deze cruciale gebeurtenissen heen. Ze komen haar namelijk niet uit in haar verhaal dat de machtsoverdracht aan Poetin vanaf het begin zo ongeveer in de sterren stond geschreven.

Dat is een serieuze omissie. Oktober 1993 was een politieke scheidslijn. De parlementaire opstand mondde uit in een nieuwe constitutionele orde die van groot belang bleek te worden. Rusland werd door de nieuwe grondwet geen parlementaire en federale staat, maar een presidentiële republiek waarin de macht makkelijk door het Kremlin kon worden gecentraliseerd. Augustus 1998 was een economisch keerpunt. Het bijna-faillissement van de regering leidde tot een tweede golf van verarming onder de gewone burgers en leek het definitieve bewijs te zijn dat de politiek zich had uitgeleverd aan de oligarchen. Vanaf dat moment hadden politici die rust en orde beloofden, de wind in de zeilen.

Continuïteit van Jeltsin naar Poetin

Het onderbelichten van 1993 en 1998 is wel verklaarbaar. De documentaire Verraders wil namelijk aantonen dat het systeem van Jeltsin in jaren negentig niet veel anders was dan het regime van Poetin. De president beloont zijn maatjes, neemt indirect geld aan, straft niet loyale medestanders et cetera. Maar de een-op-een vergelijking gaat voorbij aan kwalitatieve verschillen en overeenkomsten. Dat Rusland een corrupt land is, geregeerd door corrupt cliëntelisme was en is een waarheid als een koe. De vraag is vooral waarom het onder Poetin is ontspoord in een corrupt totalitair land, waar Oekraïne (vergelijkbaar startpunt) een corrupt pluriform land is gebleven.


Jeltsin Poetin 1999 FotoKremlin
Machtsoverdracht oudjaar 1999. Foto Kremlin.

Die rode draad leidt soms zelfs tot ongerijmde teksten. Zo zegt Pevtsjich aan het begin van de serie: ‘Deze geschiedenis is vergeten’. Een enigszins bespottelijke bewering. Want als er één fase is in het recente Russische verleden die door de president en het Kremlin continu worden aangeroepen om de bevolking schrik aan te jagen en te manipuleren om toch maar weer op Poetin als garantie voor van orde en rust te stemmen, dan zijn het de jaren negentig van Boris Jeltsin en de zijnen. Zij het dat de huidige machthebbers deze geschiedenis wel vaak extra vermengen met de perestrojka en de glasnost om ook de laatste partijleider Michail Gorbatsjov aan de schandpaal te kunnen nagelen. Hoe dan ook, de existentie van het Poetin-regime is geworteld in de jaren negentig en het maakt daar zelf allerminst een geheim van.

Maar dat wil niet zeggen dat het onjuist is dat het team-Navalny zich richt op de schade die de Jeltsin-jaren hebben aangericht en aandacht vraagt voor de persoonlijke verantwoordelijkheid die de spelers en profiteurs van toen dragen voor de toestand nu.

Oktober 1993

Mede dankzij de serie Verraders staat nu met name het jaar 1993 weer in de belangstelling. De website Riddle publiceerde eind mei twee essays over de consequenties van het besluit van het Kremlin om gewelddadige opstand van het parlement met geweld neer te laten slaan. ‘Rusland was een jaar een functionele democratie geweest’, aldus de Britse historicus Jeff Hawn. Na 1993 vervlogen de kansen op een vervolg. De in Bonn werkende Russische Aleksej Oevarov bekritiseert dat rooskleurige beeld. Tussen 1990 (verkiezing van het parlement) en 1993 (liquidatie van datzelfde parlement) kende Rusland geen democratie maar was het in de greep van een ‘ongebalanceerd politiek systeem’, een stelselmatige ‘weigering om verantwoordelijkheid te nemen voor complexe besluiten’ en de neiging om ‘macht prioriteit te geven boven verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid’, reageerde Oevarov vanuit Duitsland.

Ook volgens de Russische filmhistoricus Egor Isaev is de herfst van 1993 een cruciaal seizoen voor Rusland geweest. Egor Isaev (1988) is momenteel promovendus aan de Ruhr Universität van Bochum. Voor zijn vlucht uit Rusland was hij lector mediastudies aan de Hoge Economische School van Moskou (VSjE). Isaev heeft het afgelopen half jaar in Amsterdam met een Safe Haven Fellowship bij het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS) gewerkt aan een documentaire over 1993, the Black October

Egor Isaev
Yegor Isatev. Foto NIAS

Het jaar 1993 was  een ‘keerpunt’ in de geschiedenis van Rusland, net als de dood van Navalny dat nu is, zegt Isaev in een kamer van het Spinhuis in Amsterdam.

‘De grondwet die na de opstand dat jaar werd aangenomen via een referendum, was een kardinale verandering. Die constitutie is de wortel van het autoritair regime nu’, aldus Isaev. ‘Talrijke mensen die in 1993 actief waren aan deze of gene zijde – van de sociaaldemocratische parlementariër Oleg Roemjantsev en de rebellerend vicepresident/generaal majoor Aleksandr Roetskoj tot vicepremier Anatoli Tsjoebajs die ook nog eens voorzitter was van het Comité Staatsbezit – voegden zich decennia later naar de Poetin-lijn.’

Parallel tussen 1993 en 1917

Indertijd stelden de meeste journalisten niettemin dat Jeltsin in het najaar van 1992 juist de verdediger van de democratie was geweest omdat het oude parlement de Sovjetmacht wilde herstellen. Dat was ook toen al een problematische stelling, bijvoorbeeld omdat voorzitter Roemjantsev van de constitutionele commissie van het parlement tot dan altijd een Jeltsin-man was geweest. Maar dat soort nuances raakten indertijd ondergesneeuwd omdat andere feiten, zoals het feit dat de muitende generaal Makasjov een harde stalinist was en de opstandelingen er niet voor terugdeinsden om het omroepkwartier bij de televisietoren Ostankino gewelddadig te bezetten, inderdaad  onbetwistbaar in ondemocratische richting wezen.

Isaev: ‘Oktober 1993 is een metafoor. Net als Oktober 1917. Een revolutie die draait om democratie, maar vervolgens conservatief uitpakt. Jeltsins de-oktoberisatie van Rusland [de-oktoberisatie refereert aan het beleid om alle representanten van de perestrojkatijd in de top van het landsbestuur uit te rangeren – HS] was de climax van de Sovjetmacht en het begin van de autoritaire macht.’

Economisch determinisme

Na oktober 1993 kreeg Rusland niet alleen een nieuwe constitutionele maar ook een nieuwe economische orde. Via grootscheepse privatisering van het staatsbezit zou Rusland in razend tempo moeten worden omgebouwd tot een vrijemarkteconomie.

Was de muiterij de oorzaak of slechts een aanleiding voor economische hervormingen daarna? Isaev wil niet kiezen: ‘Beide’, is zijn antwoord.‘Het conflict leidde tot een shocktherapie voor de economie. Maar Jeltsin wilde tegelijkertijd ook geen spreiding van de macht accepteren. Omdat Jeltsin liet zien dat hij bereid was tot geweld, was de opkomst van de nieuwe communistische leider Gennadi Zjoeganov als reactie dan ook logisch’.

Het privatiseringsprogramma onder Jeltsin was volgens Isaev meer dan een poging om de oude staatsbedrijven klaar te stomen voor het internationale kapitalisme, het was ook een dogma in de Jeltsin-kringen. ‘Hoe sympathiek vicepremier Jegor Gajdar ook was, hij hanteerde een modelmatige benadering van de hervormingen. Alsof er een knop is waarop je alleen maar hoeft te drukken. Jammer dat het Westen die lijn steunde. Want dat economische determinisme was volledige onzin. Een vrije markt leidt niet automatisch tot democratie. De planeconomie werkte inderdaad niet, omdat die deterministisch is. Maar wat was het antwoord? Een deterministische markteconomie.’

Vrijheid voor wie?

De wijze waarop Maria Pevtsjich en het Navalny-team de jaren negentig in hun serie belichten, wil Egor Isaev uit professionele collegialiteit niet becommentariëren. ‘De brief van Navalny zou zijn ideologische platform zijn geworden als hij was blijven leven. FBK is een politieke macht. Van FBK kan je dus geen objectieve expertise verwachten’, zegt hij.

Maar één ding staat ook voor Isaev hem vast. ‘We moeten die tijd niet idealiseren. Toen waren de leuzen: vrijheid, democratie. Maar vrijheid voor wie?’

Profiteurs waren de handige zakenlieden uit de commerciële elite die dankzij de communistische partij over de juist relaties beschikten, de officieren uit de geheime dienst KGB die zichzelf in de avonduren als knokploegen verhuurden, de kleine bankiers die tijdens de perestrojka een startkapitaal hadden verzameld dat ze dankzij de privatiseringen te gelde konden maken en natuurlijk ook de oplettende aasgieren die er hun werk van maakten om permanent boven hun prooi te zweven en toe te happen.

Slachtoffer waren de gepensioneerden, de arbeiders in de zieltogende staatsbedrijven, de onderwijzers en leerkrachten, de kleine spaarders, kortom, allen die een gewone baan hadden (gehad) en wier salaris door de inflatie elke dag verder verdampte.

Maar dat laat onverlet dat de jaren negentig ook een decennium was van vernieuwingsdrang en ontdekkingstochten. Niet alleen de oligarchen en hun politieke butlers maakten van die tot dan ongekende mogelijkheden gebruik, ook gewone burgers deden dat. Ze beproefden hun heil in het midden- en kleinbedrijf. Ze legden geld opzij voor een goede auto, een eigen huis of de opleiding van hun kinderen. En ze gingen op reis: naar Europa, Azië en Amerika.

De jaren negentig waren in die zin de bakermat voor een nieuwe middenklasse in Rusland. Dat diezelfde burgerij later de kant van Poetin koos, was geen eenduidige en onvermijdelijke consequentie van de zelfverrijking en chaos onder Jeltsin. Het verlangen naar orde en rust was deels uiteraard een antwoord op de nasleep van de ontmanteling van de Sovjet-Unie. Maar niet minder belangrijk was het feit dat Poetin, heel anders dan Jeltsin eerder, zijn sociale contract met de Russische samenleving dankzij een gestaag groeiende wereldeconomie vrij makkelijk kon betalen. 

Die langere lijn in de recente geschiedenis van Rusland laten de makers van de serie Verraders links liggen, omdat die niet van pas komt in het concept naming and shaming van het team-Navalny.