Reisverslag vanuit de Oeral

‘Drie dagen rouw is goedkoper dan wederopbouw’

Terwijl Oekraïense drones steeds dieper in Rusland doordrongen en de benzine allengs schaarser werd, reisde de Siberische fotokunstenaar Oleg Klimov per auto vanuit Moskou naar de Oeral, het oude industriële hart van Rusland, en weer terug. Behalve lange files voor tankstations zag hij onderweg vooral militaire kerkhoven, verpauperde fabrieken, natuurrampen en ecologische verwoesting. En gewone Russen die weliswaar ver van het front wonen, maar op hun manier toch in oorlog verkeren. In een foto-essay doet hij verslag.

Standbeeld voor onbekende soldaat in Verchni Tagil (district Sverdlovsk). Tekst: 'We zijn trots op ieder van jullie. In naam van de vrede. Z. We laten de onzen niet in de steek'. Z is het symbool van de Speciale Militaire Operatie (SVO). In de laatste zin is in het woord 'SVOich' (de onzen) een beeldspel verwerkt met deze afkorting. Foto: Oleg Klimov

Een reis kan beginnen met objectieve onwetendheid, maar eindigt altijd met subjectieve kennis. Ik wil het belang van onze rondreis per auto van Moskou naar de Oeral en terug – zesduizend kilometer in twee weken – niet overdrijven. Het was geen heldhaftige Odyssee en ook geen metafoor voor Rusland. Maar de reis bood wel zicht op de verschillen in het dagelijks leven tussen Moskou en het achterland in de provincie.

De hoofdstad uit

Wie louter door een autoruit kijkt, ziet het centrum van Moskou als een stad die functioneert in een regime van zorgvuldig geregisseerde en vrijwel vlekkeloze welvaart. Alles lijkt te werken. De straten baden in het neonlicht van reclames. De koffiebars zitten vol zakenmensen in dure kleding. Op de wegen staan onafgebroken files met nieuwe buitenlandse auto’s, zij het dat die vaker Chinees dan Europees zijn en Russische auto’s nauwelijks nog te zien zijn. Moskou oogt zo als een gesloten wereld die een perfect beeld van normaliteit uitstraalt.

Aan de vooravond van onze reis van Moskou naar de Oeral had de Oekraïense president Volodymyr Zelensky verklaard: ‘Als Oekraïne brandt, zal ook jullie Moskou branden’. Dat was zijn uitleg geweest voor de grootste Oekraïense drone-aanval op de Russische hoofdstad in ten minste twee jaar, waarbij onder meer een olieraffinaderij in het oosten van de stad in brand vloog. Op mijn vraag in een café wat er sinds het begin van de ‘speciale militaire operatie’ in Moskou is veranderd, antwoordt de barvrouw me vervolgens: ‘Rusland voert oorlog tegen Oekraïne, maar wat heeft Moskou daar eigenlijk mee te maken?’. 

Inderdaad, binnen de Tuinring* lijkt niets te zijn veranderd. Maar inwoners in het zuidoosten van de hoofdstad zijn daar inmiddels anders over gaan denken. ‘Wanneer ik geluid hoor dat op een drone lijkt, ren ik in paniek het balkon op om te kijken of er iets richting onze flat vliegt. Sorry, maar ik heb twee kleine kinderen, ik ben doodsbang voor hen’, vertelt een bevriende fotograaf die aan de rand van Moskou woont. ‘Vijf jaar geleden heb ik dit appartement voor een krankzinnige prijs gekocht. Ik betaal de hypotheek nog steeds af. Ik ben naar Moskou gekomen om als reclamefotograaf te werken, niet om oorlog te voeren met Oekraïense drones.’

Herder met kudde op autoweg in district Tsjeljabinsk. Foto: Oleg Klimov

Woeker of vrije markt?

Als ‘jullie Moskou’ in brand staat, zal dan ook ‘ons Rusland’ branden? Dat is de vraag die wij ons stellen voordat we vanuit de hoofdstad richting de Oeral vertrekken.

Naarmate we verder van Moskou raken, verdwijnt de etalage van Poetins welvaart en worden de demografische en economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren zichtbaar. De drukte en het lawaai van de hoofdstad maken plaats voor de stilte van de provincie. Langs de weg verschijnen steeds vaker uitgestorven dorpen met scheefgezakte houten huizen. Bij de schaarse bushaltes en langs de berm staan vooral oudere mensen in eenvoudige kleding bosbessen, paddenstoelen of nieuwe aardappelen te verkopen. Bij benzinestations en langs de weg duiken steeds vaker militaire en patriottische boodschappen op. En reclame voor contractdienst in het leger met slogans als ‘Wij laten de onzen niet in de steek’.

Toen wij Moskou verlieten, was benzine daar al gerantsoeneerd. Bij sommige pompen van aan de staat gelieerde oliemaatschappijen, zoals Lukoil en Rosneft, kon je tegen de officiële prijs niet meer dan dertig liter tanken en moest je dan lang in de rij staan. Bij kleinere particuliere tankstations waren de prijzen bijna verdubbeld, maar kon je zonder wachttijd tanken. Toen ik dit soort handel ‘zwart kapitalisme’ noemde, had de pompbediende van het tankstation geantwoord: ‘Nee hoor, dit is de vrije markt’. Omdat ik intussen zo oud ben dat ik getuige ben geweest van de planeconomie in de Sovjet-Unie, toen zelfs brood vaak nauwelijks verkrijgbaar was, moest ik hem gelijk geven. Toch zal dat nu, decennia later, geen overtuigend argument zijn voor de ‘agressief gehoorzame meerderheid’, zoals sommige historici de basis van de huidige Russische samenleving  nu typeren.

Provincie Perm. Ook voor een Z-symbool geen benzine. Foto: Oleg Klimov

Om Rusland te redden, moet Moskou branden

‘Om Rusland te redden moet Moskou worden afgebrand. Generaal Koetoezov’, luidt de tekst** op de achterruit van een Russische Lada die we een paar dagen later bij een benzinepomp ver weg van Moskou tegenkomen. 

Verbaasd over deze historische verwijzing vraag ik de bestuurder, die net bij het Lukoil-tankstation wil wegrijden:
‘Ik begrijp het niet helemaal: bent u vóór Napoleon of vóór Koetoezov?’
De man slaat zijn portier dicht, draait het zijraampje omlaag en roept, terwijl hij wegrijdt: ‘Ik ben vóór Poetin!’

Koetoezov heeft deze woorden nooit gesproken. Het is een Russische volkswijsheid die later aan de generaal is toegeschreven, nadat hij in 1812 had besloten om Moskou prijs te geven aan de oprukkende Grande Armée. Maar voor deze automobilist bij de Lukoil-pomp doet historische nauwkeurigheid er niet toe: een oude legende verandert zo moeiteloos in hedendaagse politieke loyaliteit.

OKL URAL40Moestuin van het Transfiguratieklooster in Oesolje aan de oever van de Kama-rivier (provincie Perm). Foto: Oleg Klimov

Witte of zwarte draak uit de schoorstenen?

Hoe dichter we de industriële Oeral naderen, des te vaker lichten aan de horizon de rokende schoorstenen op van enorme chemische fabrieken en mijnen. Midden in de dichte bossen  doen ze bijna futuristisch aan. Witte rook uit de schoorstenen noemen de bewoners hier de ‘Witte Draak’. Men zegt dat die ongevaarlijk is. De ‘Zwarte Draak’ – zwarte rook – betekent dat er iets mis is gegaan in de fabriek en dat er gevaar dreigt voor het milieu. Zwarte rook heb ik onderweg niet gezien, maar ook de witte ziet er niet bepaald veilig uit.

Tot aan de Oeral voerde de weg nog door het vertrouwde Rusland: bossen, rivieren, dorpen en hier en daar een stad. Maar vanaf de voet van de Oeral begint een ander landschap: een gebied waar men decennialang zout, kalium, soda, metalen en nog veel meer uit de bodem heeft gehaald.

Zo ligt de stad Berezniki, aan de oever van de Kama-rivier, boven een hol en leeg aardoppervlak. Pal onder de stad bevinden zich talloze mijnen van het kalium- en magnesiumzoutbekken bij Verchnekamsk. Daarboven zijn huizen, wegen, fabrieken en garages gebouwd. Voor Berezniki is het fundament waarop de stad ooit is gebouwd echter niet vanzelfsprekend meer. De grond onder de woonwijken en industrieterreinen verzakt meer en meer door de mijnbouw. 

Ooit verdween er zelfs een hele spoorlijn in de aarde. In november 2010 gaapte bij het station, dat boven een ondergelopen kaliummijn lag, ineens een enorm gat onder een goederentrein met kunstmest die daar was gerangeerd. De wagons en de locomotief zakten weg. Het treinverkeer werd stilgelegd en later definitief beëindigd. Sindsdien is het stationsgebouw vooral een herinnering aan een tijd waarin het leven hier nog normaal leek.

OKL URAL15Langs de autoweg naar Saratov. Onderhoudsbeurt van orthodox kruis. Foto: Oleg Klimov

Drie dagen nationale rouw is goedkoper 

Joelia (55), ingenieur en docent aan een technische hogeschool, wacht bij het station op een familielid dat per bus uit Penza zal aankomen – niet per trein, want die rijdt hier niet meer.

‘Er rijden geen treinen meer, maar mensen spreken nog altijd bij het station af?’ vraag ik haar.
‘Kent u ons land dan niet?’ antwoordt ze ironisch. ‘U hebt toch ook onderwijs genoten in de Sovjet-Unie? Die bestaat weliswaar al lang niet meer, maar in het leven van de mensen is nauwelijks iets veranderd. Straks zakt onze hele stad door de grond, terwijl de televisie het nog steeds heeft over stabiliteit en een “hof van Eden”. Wie gelooft dat nog?’
‘Maar de verzakkingen zijn toch afgezet met prikkeldraad en waarschuwingsborden: “Verboden toegang. Levensgevaarlijk”,’ probeer ik tegen te werpen.
‘Toen onze trein in de grond verdween, wilde de overheid van alles doen voor de veiligheid. Uiteindelijk hebben ze niets gedaan, behalve bordjes neerzetten en het station sluiten. Zelfs minister Sjojgoe*** kwam hier langs. Tijdens een vergadering zou hij hebben gezegd: “Drie dagen nationale rouw zijn goedkoper dan een hele stad herhuisvesten”.’

Sergej Sjojgoe bezocht Berezniki inderdaad, in 2007 na een eerdere bodemverzakking. Niemand kan echter bevestigen dat hij deze woorden werkelijk heeft uitgesproken. Toch wordt de uitspraak in Berezniki als een lokale legende doorverteld. Niet omdat ze noodzakelijkerwijs waar is, maar omdat het citaat precies weergeeft hoe mensen zich voelen die bovenop een holle ondergrond wonen: hun stad hoeft niet te worden gered, hun stad is een rekensom. Het deed mij denken aan een andere volkswijsheid die van generatie op generatie wordt doorgegeven sinds de Vaderlandse Oorlog van 1812: ‘Om Rusland te redden moet Moskou worden afgebrand.’

OKL URAL28Meer bij sodafabriek in Berezniki. 'Gevarenzone. Verboden toegang voor onbevoegden'. Foto: Oleg Klimov

Bedrieglijke schoonheid van soda-afval

Het merkwaardigste herkenningspunt van de Oeral is de zogeheten ‘Witte Zee’. Dat is het bezinkbassin van de sodafabriek van Berezniki: een enorme witte vlakte met afval van ongeveer 203 hectare groot – bijna 270 voetbalvelden.

Bij helder weer oogt het mooi: een witte leegte tegen een strakke horizon. Maar die schoonheid is bedrieglijk. Dit is namelijk geen zee, maar een afvalbekken; geen natuur, maar een bijproduct van een fabriek; geen landschap, maar een industriële vuilnisbelt.

Bij het afscheid stel ik Joelia nog één vraag.
‘Bereiken Oekraïense raketten of drones jullie hier?’
‘Ze vliegen wel over, maar niet boven ons. Als er een raket op onze ‘Azotka’ (de salpeterzuurfabriek van het concern Uralchem) terechtkomt, zijn we allemaal op slag dood.’

In Berezniki ziet een milieuramp er niet uit als een plotselinge explosie van een drone of een raket. De ramp is onderdeel van het dagelijks leven. Mensen wonen naast verzakkingen, dammen, pijpleidingen, slibbekkens en chemische stank, voortdurend in het besef dat zich onder hun stad een leegte bevindt en dat achter de witte horizon geen sneeuw of zout ligt, maar opgehoopt gif.

Ter wille van de volledigheid moet worden opgemerkt dat deze plek ooit ook een Europese kant kende. Aan het einde van de negentiende eeuw bouwde de industrieel Ivan Ljoebimov uit Perm samen met de Belg Ernest Solvay hier de eerste sodafabriek van Rusland. Rond de fabriek ontstond een uitgeruste nederzetting met woningen, een school, een ziekenhuis en een fabriekskantoor. Toen Boris Pasternak**** hier in 1916 verbleef, noemde hij de plaats ‘een klein industrieel België’. Tegenwoordig klinkt die vergelijking bijna wreed: van die vroegere Europese industriële utopie is een heel ander landschap overgebleven.

OKL URAL42Koesjva (district Sverdlovsk). Daags na de tornado met snelheden van 250 km/uur. Foto: Oleg Klimov

Geen oorlog maar een tornado

Maar de schokkendste plek van onze reis dient zich pas later aan: in het plaatsje Koesjva in het district Sverdlovsk. Hier worden we geconfronteerd met de gevolgen van een verwoestende tornado, die de dag ervoor door de stad was geraasd.

Op straat liggen omgevallen bomen, afgerukte elektriciteitskabels, stukken dakbedekking, planken, leisteen, isolatiemateriaal en persoonlijke bezittingen. Sommige erven zien eruit alsof ze niet door een storm, maar door een oorlog zijn  getroffen – of, zoals men tegenwoordig in Rusland zegt, door een ‘speciale militaire operatie’ – auto’s met ingeslagen ruiten, omvergeblazen schuttingen, weggerukte daken en huizen waarvan alleen de muren nog overeind stonden.

De tornado is in een smalle maar verwoestende strook door de Eerste Meistraat getrokken. Volgens ooggetuigen duurde de tornado niet langer dan tien minuten. Bewoners verhalen een dag later over een oorverdovend geraas van hagel en over het moment waarop de hemel niet langer van boven naar beneden leek te bewegen, maar in een draaiende trechter veranderde.

‘Ik probeerde de voordeur dicht te houden, maar dat lukte niet. De wind rukte haar uit mijn handen’, vertelt Ljoedmila uit de Eerste Meistraat, wier huis zijn dak verloor. ‘De deur vloog weg. Door de deuropening zag ik vlakbij twee vurige bollen – als twee enorme ogen die me recht aankeken. Ik schrok zo van die ‘duivelse ogen’ dat ik mijn eigen ogen sloot, op mijn knieën zakte en mijn hoofd met mijn handen bedekte. […] Hoe het dak van mijn huis werd weggeblazen, weet ik niet meer. Een deel ervan vonden we later terug, ver van het huis, bij de rivier.’

OKL URAL47Koesjva (district Sverdlovsk). Daags na de tornado sluiten autoriteiten er gas en licht af in vierduizend woningen. Foto: Oleg Klimov

Koesjva is een oude industriestad aan de voet van de berg Blagodat. Het is een stad van ijzererts, van fabrieken, spoorwegen en arbeiderswijken. Daarom kreeg zelfs een natuurramp hier onmiddellijk een industrieel karakter. Door de stroomuitval kwamen niet alleen de huizen zonder elektriciteit te zitten, ook de bedrijven vielen stil. Zestien mijnwerkers kwamen vast te zitten in de ondergrondse mijn Joezjnaja, voordat reddingswerkers hen naar boven konden halen.

De tornado had niet over een abstract landschap geraasd, maar over een systeem waarin woningen, mijnen, elektriciteitsnetten, gaspijpleidingen, ziekenhuizen, scholen en particuliere moestuinen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 

Na de tornado komt de volgende dag ook nog eens het water. De rivier is verstopt geraakt door omgevallen bomen en bouwpuin, treedt dus buiten haar oevers en zet erven en kelders onder water. Het is geen spectaculair natuurgeweld meer, doch een trage voortzetting van de ramp.

De autoriteiten kondigen snel financiële steun aan:
- 15.000 roebel (ongeveer 170 euro) als eerste noodhulp;
- 75.000 roebel (ongeveer 860 euro) bij gedeeltelijk verlies van essentiële bezittingen;
- 150.000 roebel (ongeveer 1.720 euro) bij volledig verlies.

Maar de bewoners zien het anders.
‘Ze beloofden vijfenzeventigduizend, maar gaven vijftienduizend.’
‘Wat stelt vijftienduizend roebel nu voor?’, zegt Ljoedmila. ‘Mijn huis heeft geen dak meer. Al mijn spullen zijn door de regen doorweekt. Er is geen elektriciteit, geen gas, en niemand weet wanneer dat terugkomt. Weet u wat een nieuw dak kost? Een half miljoen roebel. Dat zeggen de aannemers. Ik leef alleen van mijn pensioen en heb geen spaargeld.’

Tussen de officiële tabellen met schadevergoedingen en de werkelijkheid na de tornado gaapt weer eens de vertrouwde Russische kloof van commissies, criteria, documenten en het gevoel dat de schade voor iedereen zichtbaar is, behalve voor degenen die haar officieel moeten erkennen.

OKL URAL11
Vjatskije Poljanije (district Kirov). De glimlach van Joeri Gagarin (1934-1968) op een muur van de machinefabriek Hamer & Geweer. Foto: Oleg Klimov

Fotograferen verboden

Kort voor onze aankomst in Nizjni Tagil (ook in het district Sverdlovsk) lezen we een verontrustend nieuwsbericht. De plaatselijke FSB heeft een jonge vrouw aangehouden die op een begraafplaats de graven van gesneuvelde militairen uit de oorlog in Oekraïne had gefotografeerd. Sindsdien is het toezicht op militaire begraafplaatsen in de Oeral verscherpt en wordt het fotograferen van oorlogsgraven als een verdachte activiteit beschouwd. Volgens de veiligheidsdienst FSB kunnen dergelijke foto’s namelijk worden gezien als het verzamelen en doorgeven van informatie aan buitenlandse opdrachtgevers. En dat kan worden vervolgd als hoogverraad, een misdrijf waarop een levenslange gevangenisstraf kan staan.

Officieel motiveerde de FSB het verbod met het argument dat de nabestaanden moeten worden beschermd en fraude moet worden voorkomen. Maar in Rusland, waar de militaire verliezen geheim worden gehouden, is de begraafplaats al lang niet meer louter een plaats van rouw. Zij is ook een oorlogsarchief geworden. De graven, de sterfdata, de militaire vlaggen en de identieke kransen vertellen wat de officiële statistieken niet vertellen.

De terugreis naar Moskou, naar de etalage van Poetins welvaart, blijkt moeilijker dan het vertrek twee weken eerder. De benzinecrisis is in de tussentijd alleen maar ernstiger geworden. Na de Oeral ontstaan kilometerslange files voor tankstations. Brandstof blijkt een kwestie te zijn geworden van wachten, wachten en nog eens wachten. Of van woekerprijzen betalen. Naarmate we Moskou naderen, verkopen die private pompstations zelfs de dure benzine niet langer. Dat is verboden op straffe van hoge boetes en zelfs sluiting van hun bedrijf. Officieel kan men alleen nog tanken bij netwerken die met de staat zijn verbonden: bij Gazprom, Lukoil en Rosneft. Voor ambtenaren en staatsbedrijven gelden echter aparte regels. Zij mogen zonder wachtrij en zonder de gebruikelijke beperkingen tanken. Dat leidt bij de pomp regelmatig tot ruzies, soms zelfs bijna tot vechtpartijen, vooral als ambtenaren met hun eigen privé-auto aan komen rijden en voorrang proberen te krijgen.

OKL URAL55Goebacha (provincie Perm), een stadje ooit gebouwd voor 50.000 inwoners waar nu nog 600 mensen wonen. Tekst: 'Ik hou van je, Rusland. Weet dat ik nuchter ben en daarom sterk'. Foto: Oleg Klimov

Pas vlak voor Moskou duiken weer de vertrouwde tekenen van normaliteit op: een onafgebroken stroom auto’s, verlichte winkelcentra, nieuwe wooncomplexen en reclameborden die comfort, hypotheken, maaltijdbezorging en een gelukkig stadsleven beloven.

Geen overtuigende propaganda

Maar na de Oeral overtuigt dat beeld mij niet meer. Het is geen leugen. Moskou functioneert inderdaad. De stad straalt, consumeert, bouwt en leeft door. Maar de afgelopen weken is ons ook duidelijk geworden waarop die normaliteit berust en wat er buiten haar stadsgrenzen resteert.

OKL URAL54Vozdivzjenski (district Tsjeljabinsk). Muurschildering op de ruïne van een destilleerderij: 'De toekomst is nu niet meer zoals vroeger'. Foto: Oleg Klimov

Na twee weken onderweg is Rusland geen abstract begrip meer. Rusland is concreet geworden. Een rij wachtenden voor benzine. Een slibbekken aan de Kama. Een station waar geen treinen meer aankomen. Een huis zonder dak in Koesjva. Een grondverzakking achter prikkeldraad. Reclame langs de snelweg die mensen oproept een contract bij het leger te tekenen. Een vrouw die zegt: ‘Als een raket onze fabriek raakt, zijn we allemaal verloren.’

Moskou ontkent deze werkelijkheid niet. Het is alleen beter dan welke andere plek ook in staat haar gevolgen te verbergen. In het centrum van de hoofdstad kun je nog altijd vragen: ‘Als Rusland oorlog voert tegen Oekraïne, wat heeft Moskou daar dan mee te maken?’

Na een reis naar de Oeral en terug klinkt die vraag niettemin toch anders. Een oorlog bereikt een stad niet noodzakelijkerwijs pas met explosies of overlijdensberichten. Soms komt een oorlog binnen via benzineschaarste, via woekerprijzen, via zwijgende passanten, via fabrieken en windhozen, via de angst om naar de hemel te kijken, via de vermoeidheid van mensen die ver van het front wonen maar er toch steeds dieper in verstrikt raken.

Na de Oeral lijkt Moskou geen afzonderlijke staat meer binnen Rusland, maar een façade van een en hetzelfde systeem. Een glanzende, kostbare en goed verlichte façade, die mijnen, verzakkingen, fabrieken, leeglopende dorpen, ingestorte daken en mensen die nog altijd op hulp wachten, aan het oog onttrekken.

Moskou – Oeral – Moskou
20 juni – 5 juli 2026

Route Klimov

Noten

* Tuinring is de naam voor de meerbaans autoweg die rond de binnenstad van Moskou ligt en deze scheidt van de eerste buitenwijken.

** Veldmaarschalk Michail Koetoezov (1747-1813) was commandant van het tsaristische leger in de Vaderlandse Oorlog (1812) tegen de Franse troepen van keizer Napoleon. 

*** Sergej Sjojgoe (1955) was destijds minister van Rampenbestrijding en werd later in 2014 minister van Defensie. Sinds 2024 is Sjojgoe secretaris van de nationale Veiligheidsraad.

**** Boris Pasternak (1890-1960) was schrijver van onder meer Dokter Zjivago. In 1958 werd hem de Nobelprijs voor literatuur toegekend.

10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig

In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.

  • Gerelateerde artikelen
    Ruslands oorlog zet koloniale verhoudingen in Jakoetië onder druk
    Ruslands oorlog zet koloniale verhoudingen in Jakoetië onder druk
    Ruslands oorlog tegen Oekraïne laat ook in Jakoetië, 4.500 kilometer van het front, diepe sporen na. De roep om autonomie en zelfs onafhankelijkheid klinkt er luider dan ooit. Bram Jongejan sprak me...
    Alles kwijt, behalve de Volga
    Alles kwijt, behalve de Volga
    Sasja en Galja hadden na een heel leven hard werken een goeddraaiend winkeltje en een eigen molen op het platteland van de Donbas. Inmiddels is er niets meer over van alles wat ze hadden opgebouwd, be...
    Geen oorlog, wel luchtalarmen
    Geen oorlog, wel luchtalarmen
    Deze week schoten NAVO-vliegtuigen boven het oosten van Letland een drone uit de lucht. Het was de zoveelste keer in de afgelopen weken dat inwoners een luchtalarm binnen kregen op hun telefoon. Jelle...

Publish the Menu module to "offcanvas" position. Here you can publish other modules as well.
Learn More.