Deze week schoten NAVO-vliegtuigen boven het oosten van Letland een drone uit de lucht. Het was de zoveelste keer in de afgelopen weken dat inwoners een luchtalarm binnen kregen op hun telefoon. Jelle Baartmans trok door de toch al noodlijdende regio, die nu inzet is geworden in een gestaag oplopend politiek steekspel.
Demonstratievlucht van een Letse onderscheppingsdrone, die binnenkort uitkomst moet bieden om drones in het luchtruim van Letland te bestrijden. Foto: Toms Kalnins / ANP / EPA
Franse NAVO-gevechtsvliegtuigen moesten op de ochtend van maandag 8 juni de lucht in om een drone onschadelijk te maken boven de regio Rēzekne, in het oosten van Letland, niet ver van de Russische grens. Het was niet de eerste keer dat het Letse luchtruim werd geteisterd door drones die vanuit Rusland de grens oversteken.
In mei stortten meerdere Oekraïense drones neer in Letland en gold met enige regelmatig het luchtalarm, waardoor scholen dicht bleven en examens in het water vielen. In de Litouwse hoofdstad Vilnius werden inwoners onlangs ook verrast door een luchtalarm, en in Estland schoot een NAVO-gevechtsvliegtuig op 19 mei een drone uit de lucht.
De brokstukken van de drone die op 8 juni in Letland werd neergeschoten zijn niet gevonden, maar vermoedelijk gaat het net als in eerdere gevallen om een uit koers geraakte drone van Oekraïense makelij, die onderweg was om doelen in Rusland aan te vallen. Oekraïne heeft zich na een eerder incident ook verontschuldigd bij zijn ‘Baltische vrienden’.
Kabinetsval door drones
Het gaat dus niet om een aanval van Rusland op de NAVO. Niet direct, althans. Want Oekraïne beschuldigt de Russen er wel van de drones via verstoring van het gps-signaal opzettelijk de Baltische landen in te ‘duwen’. Dat zou dan weer frictie kunnen veroorzaken tussen Oekraïne en zijn bondgenoten. Daar is vooralsnog geen sprake van, los van een miniprotest bij de Oekraïense ambassade in Riga, georganiseerd door Ruslandvriendelijke politieke partijen die zo klein zijn dat ze bij de laatste parlementsverkiezingen niet over de kiesdrempel heen kwamen.
Het leegstaande oliedepot in Rēzekne waar vorige maand een drone neerstortte. Foto: Jelle Baartmans
Toch zijn de politieke gevolgen groot. De drones die een paar weken geleden op een leeg oliedepot in Rēzekne neerkwamen, waren het laatste duwtje voor de toch al fragiele coalitie in Letland. Premier Evika Siliņa hield de eer aan zichzelf, nadat de binnenvliegende drones de Letse strijdkrachten in verlegenheid hadden gebracht.
Luchtverdediging in verlegenheid
Dat de eerste drone op die bewuste ochtend de luchtverdediging totaal was ontgaan, dat de lokale bevolking pas een uur na de inslag op het oliedepot een luchtalarm binnen kreeg, en dat een officiële reactie uit Riga relatief lang op zich liet wachten, staat in schril contrast tot het goed voorbereide beeld dat men in de Baltische landen graag schetst.
Tegen drones en andere bedreigingen in de lucht zijn de Letse strijdkrachten momenteel niet goed opgewassen. Naar aanleiding van het incident op 8 juni hebben president Edgars Rinkēvičs en kersvers premier Andris Kulbergs al aangegeven dat dure NAVO-straaljagers de lucht in sturen geen langetermijnoplossing is.
De problemen ontstaan in de lucht, terwijl de Letten zich de afgelopen jaren juist hebben gericht op verdediging op de grond. Zo bouwden ze voor een kleine €200 miljoen een groot hek op de hele grens met Rusland en Belarus, waarlangs actief wordt gepatrouilleerd. Bovendien werden meerdere grensovergangen gesloten en komen voertuigen met Russische kentekenplaten het land niet meer in.
Over het hek zijn inwoners van de Letse grensregio’s sceptisch. ‘Allerlei soorten raketten vliegen door de lucht. Wat is het nut van een hek? Het is alleen maar geldverspilling’, zei een inwoner van het grensdorpje Baltinava in december al tegen de publieke omroep LSM. Het is juist daar, in Letlands oostelijke regio Letgallen, waar men nu last heeft van de frequente luchtalarmen, die bovendien de economische malaise in het gebied dreigen te verergeren.
Van handelscentrum tot uithoek
Letgallen, een van de meest oostelijke gebieden van de EU, zit al langer in de hoek waar de klappen vallen. Wie de kaart erbij pakt ziet dat Letgaalse steden als Daugavpils en Rēzekne oude verkeersknooppunten zijn uit de tijd van het Russische Rijk. De treinstations ‘Rēzekne I’ en ‘Rēzekne II’ waren haltes op respectievelijk de routes Sint Petersburg–Warschau en Moskou–Ventspils. De Letgaalse steden zelf waren handelscentra, waarvan circa de helft van de bevolking joods was.
Maar van een knooppunt is de regio de afgelopen decennia veranderd in een uithoek. Tegenwoordig is station Rēzekne II het staartje van de treindienst vanuit hoofdstad Riga. Rēzekne I is gesloten voor passagiers.
De ruïnes van het kasteel van de Duitse kruisridders in Ludza, oorspronkelijk gebouwd in 1399. Foto: Jelle Baartmans
Letgallen heeft niet alleen een verleden als handelsroute, maar ook een oude geschiedenis als frontregio. In Rēzekne en het nabijgelegen plaatsje Ludza worden toeristen gewezen op de ruïnes van middeleeuwse kastelen. Die werden gebouwd door de Duitse kruisridders van de Lijflandse Orde om – ook toen al – de Russen buiten de deur te houden.
Toeristen zijn er eind mei nauwelijks te bespeuren. Rondom de kasteelruïnes van Rēzekne kun je een kanon afschieten zonder iemand te raken.
Bij het ernaast gelegen informatiecentrum voor toeristen zien ze met lede ogen aan hoe de reserveringen in de omgeving uitblijven en geannuleerd worden sinds de eerste drone-incidenten. ‘We hebben een enquête gehouden in de omgeving, waaruit blijkt dat veel bezoekers hun reservering annuleren. Ze voelen zich hier niet veilig.’
Economische malaise
Van die toeristen moet Letgallen het wel hebben. In de zomerse maanden trekken veel Letten uit de dichter bevolkte hoofdstedelijke regio naar het oosten om tot rust te komen in de natuur, of voor familiebezoek. Het zijn vooral die binnenlandse vakantiegangers – die in de kranten en op tv uitgebreid worden geconfronteerd met de drone-incidenten – die het nu laten afweten.
Ondernemer Oskars ondervindt het aan den lijve. Hij runt de enige koffiebranderij van Letgallen. Hij verkoopt zijn koffie aan winkels, draait een eigen koffiezaakje en geeft workshops. ‘Ik ben sterk afhankelijk van het hoogseizoen. Normaal gesproken is het hier rond deze tijd van het jaar drukker. Als ik nu mijn omzet niet maak, is het maar de vraag of ik de winter doorkom.’
Net als veel jonge Letgallen trok ook Oskars ooit westwaarts naar Riga, maar in 2019 gooide hij samen met zijn vrouw zijn leven rigoureus om: hij zegde zijn baan in de ICT op en verhuisde tegen de stroom in terug naar zijn geboortegrond. Daar opende hij een koffiebranderij in zijn oude basisschool, die door de bevolkingskrimp leeg stond.
Ondernemer Oskars, die de enige koffiebranderij van Letgallen runt. Foto: Jelle Baartmans
Los van de drones zegt hij al veel langer last te hebben van geopolitieke onrust. Toen de zaken goed gingen, opende hij op 22 februari 2022 een nieuwe koffiezaak in hartje Rēzekne. Twee dagen later viel Rusland met veel geweld Oekraïne binnen. ‘Sindsdien is het rustiger. Veel mensen zijn bang dat het hier, dicht bij de Russische grens, ook onveilig is en blijven weg. Ik heb er veel last van, maar dat geldt voor alle ondernemers in de regio. Toerisme is de belangrijkste bron van inkomsten voor Letgallen.’
Een dag eerder was hij nog in de auto naar de hoofdstad gestapt – een rit van ruim drie uur – om bij de landelijke overheid op actie aan te dringen om het noodlijdende Letgallen leefbaar te houden. ‘In Riga maakt men zich nergens druk om, daar zijn ze met zichzelf bezig.’
Ook in het nabijgelegen Ludza, op een halfuurtje rijden van de Russische grens, is het uitgestorven. De imposante Rooms-Katholieke Kerk, die hoog boven het stadje uittorent, trekt op een grijze zaterdag geen enkel bekijks. De enige zichtbare bedrijvigheid komt van drie meisjes die zelfgemaakte ballondieren proberen te verkopen aan voorbijgangers. In café Eglīte (‘De Kleine Spar’) zijn alle tafels keurig gedekt, maar van gasten ontbreekt elk spoor.
‘In het seizoen komen hier toeristen uit alle windstreken’, vertelt medewerker Kristina. Of de drones en luchtalarmen hebben gezorgd voor minder klandizie, durft ze niet te zeggen. Maar ook zij ziet dat de geopolitieke onrust van de afgelopen jaren z’n weerslag heeft op Ludza. ‘Het is te kort dag om te kunnen zeggen of de incidenten van vorige week impact hebben, maar de situatie is hier al langer zwaar.’ Kristina voelt geen acuut gevaar, maar maakt zich ook geen illusies. ‘Ik houd overal rekening mee. Er gebeurt van alles in de wereld en ik realiseer me terdege dat het hier morgen ook ineens anders kan zijn. Ik kijk van dag tot dag.’
In café Eglīte in Ludza zijn de tafels leeg. Foto: Jelle Baartmans
De inzet wordt steeds hoger
Intussen worden aan beide kanten van de NAVO-grens de inspanningen opgevoerd. Vasili Nebenzja, de Russische ambassadeur bij de VN, beschuldigde Letland er onlangs van te fungeren als lanceerstation voor Oekraïense drones, zonder daarvoor bewijs te leveren. Hij dreigde met vergeldingsacties en waarschuwde de Letten dat de NAVO hen niet zal verdedigen.
Volgens de Russische staatsgelieerde krant Izvestia, die zich baseert op bronnen binnen de overheid, gaat Rusland bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag ook een klacht indienen tegen Estland, Letland en Litouwen vanwege hun volgens Rusland discriminatoir en ‘illegaal’ beleid tegen etnische Russen in die landen. Die vormen met name in Estland en Letland een significant deel van de bevolking, omdat Stalin tijdens zijn bewind actief Russen naar de Baltische landen liet emigreren, ter vervanging van de na de Tweede Wereldoorlog naar Siberië gedeporteerde Esten, Letten en Litouwers.
Al sinds de Baltische landen zich in 1991 ontworstelden aan de bezetting door de Sovjet-Unie zijn de beschuldigingen van Russofobie een stokpaardje van het Kremlin, net zoals het Oekraïne al jaren beschuldigt van het onderdrukken van Russischsprekenden. De laatste tijd wordt dit relaas weer nieuw leven ingeblazen. En meer dan dat. Onlangs bekrachtigde president Vladimir Poetin een wet die hem toestaat Russische troepen in het buitenland in te zetten om Russische staatsburgers te beschermen. In Letland wonen ruim 4.000 mensen die in het bezit zijn van een Russisch paspoort.
Uit gezamenlijk onderzoek van media uit verschillende Oostzeelanden bleek deze week dat Rusland flink bouwt aan militaire infrastructuur in de buurt van de grenzen met NAVO-lidstaten Noorwegen, Finland en Estland, waardoor het op termijn naar schatting 115.000 troepen zou kunnen stationeren in Noordoost-Europa.
NAVO onderneemt actie
Aan de andere kant van de grens kwam onlangs naar buiten dat de NAVO een nieuw tactisch hoofdkwartier gaat opzetten in Estland, dat onder leiding komt van een Nederlands-Duitse eenheid en bedoeld is om sneller troepen te kunnen inzetten in Estland en Letland.
Intussen verwacht Letland op korte termijn zelf geproduceerde onderscheppingsdrones te kunnen inzetten, een veel laagdrempeliger methode om binnenvliegende drones onschadelijk te kunnen maken. Een paar weken geleden ging het digitale luchtalarm al op de schop. Ook sloten de Letten een overeenkomst tot defensiesamenwerking met Oekraïne, waarmee ze hopen te profiteren van de Oekraïense gevechtservaring met drones.
Maar in het nieuwe frontgebied Letgallen ziet men liever dat de geopolitieke rust terugkeert. Dat het Letse ministerie van Economische Zaken, twee weken na het bezoek van Oskars aan Riga, ineens €1,5 miljoen heeft toegezegd aan steun voor de toeristische sector in de regio, is leuk maar biedt op termijn geen soelaas.
10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig
In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.



