Steun voor Ruslands minderheden vraagt om nuance

Sinds de grootschalige Russische invasie van Oekraïne is in Europa de aandacht voor etnische minderheden in Rusland sterk toegenomen. Die belangstelling en steun zijn belangrijk, maar vragen ook om voorzichtigheid. Europese verwachtingen kunnen activisten in gevaar brengen en de uiteenlopende posities van minderheidsgroepen reduceren tot een eenvoudige tegenstelling tussen imperiale onderdrukking en dekoloniaal verzet. Gulnaz Sibgatullina pleit daarom voor betrokkenheid zonder simplificatie.

jakoetskmaart25Mensen wachten op de bus in Jakoetsk, de hoofdstad van de republiek Sacha-Jakoetië in Siberië. Foto: ANP / AFP

Nu de oorlog in zijn vijfde jaar is, wordt Rusland voor onderzoekers steeds moeilijker toegankelijk. Onafhankelijk veldwerk is riskant, betrouwbare peilingen zijn schaars en veel activisten, journalisten en wetenschappers hebben het land verlaten. Wie wil weten wat er binnen de Russische samenleving gebeurt, is daardoor steeds meer aangewezen op Telegram, YouTube, podcasts en bijeenkomsten van de politieke emigranten.

Op die digitale platforms lijkt intussen veel te bewegen. Zowel staatsgezinde kanalen als de oppositie maken er gebruik van. Ik volgde enige tijd organisaties die spreken namens Tataren, Basjkieren, Boerjaten, Jakoeten en andere volkeren binnen de Russische Federatie. Online brengen ze een reeks thema’s onder de aandacht: van historische onderdrukking en taalverlies tot economische ongelijkheid en de exploitatie van grondstoffen. Sommige pleiten voor meer autonomie, andere voor onafhankelijkheid. Deze digitale activiteit bepaalt in belangrijke mate hoe Ruslands minderheden in Europa zichtbaar worden. Maar hoe zij zich verhoudt tot de maatschappelijke werkelijkheid in de betreffende regio’s, blijft moeilijk vast te stellen. Wie vertegenwoordigen deze onlinegemeenschappen precies? Welke stemmen worden door Europese media, beleidsmakers en financiers opgemerkt, en welke blijven buiten beeld? En hoe veranderen politieke ideeën wanneer activisten ze vanuit Rusland articuleren of, na emigratie, vanuit Europa of de Verenigde Staten?

Universitair docent Illiberal Regimes
Gulnaz Sibgatullina is universitair docent 'Illiberal Regimes' aan de Universiteit van Amsterdam.

De etnische diversiteit van Rusland

Vooral in de eerste jaren na de grootschalige invasie van Oekraïne was er veel belangstelling voor de etnische minderheden in Rusland. De vragen lagen voor de hand. Zouden de oorlog en wat toen de verzwakking van het centrale gezag in Moskou leek, nieuwe afscheidingsbewegingen kunnen voortbrengen, zoals in de jaren negentig? Konden de organisaties die eerst online ontstonden en zich later in Europese hoofdsteden begonnen te organiseren een alternatief vormen voor de liberale Russische oppositie, die maar moeilijk tot een overtuigend programma voor een Rusland na Poetin kwam?

Een deel van deze belangstelling voor etnische diversiteit heeft het beeld van Rusland zinvol gecompliceerd. Rusland werd niet langer uitsluitend gezien als het land van Kremlin-nationalisten, ultrapatriottische orthodoxe geestelijken en een grotendeels etnisch-Russische bevolking. Er kwam meer aandacht voor inheemse volkeren in Siberië, islamitische gemeenschappen in de Wolga-Oeralregio en de uiteenlopende samenlevingen van de Noord-Kaukasus. Daarmee kwamen ook hardnekkig racisme, regionale ongelijkheid, taalverlies, ecologische schade en de ongelijke verdeling van de opbrengsten uit grondstoffen in Rusland scherper in beeld in de internationale media.

Ook de onevenredig hoge vertegenwoordiging van inwoners van armere en perifere regio’s in het Russische leger gaf deze discussie urgentie. De precieze cijfers blijven omstreden, maar de oorlog maakte opnieuw zichtbaar hoe sterk kansen, risico’s en toegang tot staatsmiddelen binnen Rusland per regio verschillen.

Activisten tussen wal en schip

Toch heeft deze nieuwe aandacht ook haar eigen blinde vlekken. In recent onderzoek keek ik naar de positie waarin minderheidsactivisten na 2022 terechtkwamen. Ik betoogde dat zij—juist in een tijd van digitale zichtbaarheid en activisme—onder druk staan van twee zeer verschillende politieke omgevingen.

Aan de ene kant intensiveert het Kremlin de repressie, juist vanwege het aanzienlijke vermogen van minderheidsgroepen om zich te organiseren. Organisaties worden als ‘extremistisch’ of ‘separatistisch’ aangemerkt, waardoor betrokkenheid kan worden bestraft met lange gevangenisstraffen. Activisten worden vervolgd en bedreigd, en ook emigratie biedt niet altijd bescherming. De lange arm van het Kremlin kan ook degenen bereiken die zich buiten Rusland bevinden, bijvoorbeeld door hun achtergebleven familieleden onder druk te zetten of door activisten te raken met reisbeperkingen en paspoortmaatregelen, zoals onthouding van consulaire diensten.

Aan de andere kant moeten dezelfde activisten snel leren hun weg te vinden in de Europese en Amerikaanse systemen van financiering en politieke zichtbaarheid. Om toegang te krijgen tot fondsen, conferenties, media en beleidsmakers moeten zij hun grieven vertalen naar begrippen die buiten Rusland herkenbaar zijn. Complexe geschiedenissen moeten worden teruggebracht tot een overtuigend verhaal met duidelijke doelen en verwachtingen.

Voor veel activisten is juist die internationale steun een voorwaarde om hun werk vanuit ballingschap voort te kunnen zetten. Maar financiering en politieke belangstelling zijn nooit neutrale kanalen. Ze beïnvloeden welke onderwerpen naar voren komen, welke groepen toegang krijgen en welke toekomstscenario’s als relevant worden beschouwd.

Grote persoonlijke risico's

Vooral de Verenigde Staten hebben een langere geschiedenis van belangstelling voor etnische en religieuze minderheden in Rusland: eerst in de context van de Koude Oorlog en later, na 1991, via programma’s voor democratisering. Zulke vormen van invloed zijn op zichzelf niet uitzonderlijk. Ook Rusland en andere staten investeren in organisaties en netwerken die hun internationale positie kunnen versterken. De relevante vraag is welke politieke mogelijkheden en afhankelijkheden door die steun ontstaan, maar ook hoe de veiligheid van activisten wordt gewaarborgd.

Financieringsprogramma’s zijn doorgaans tijdelijk en afhankelijk van veranderende beleidsprioriteiten. Regeringswisselingen kunnen leiden tot een plotselinge herziening van subsidies en beschermingsmaatregelen. De publieke profielen die deelnemers tijdens een programma (moeten) opbouwen, verdwijnen daarna niet. Vooral in een context van oorlog en transnationale repressie kan het verschil tussen tijdelijke institutionele steun en langdurige persoonlijke kwetsbaarheid groot zijn.

Het frame van dekolonisatie

Een andere spanning betreft het vocabulaire dat minderheden inzetten. Voor veel minderheidsactivisten biedt het frame van dekolonisatie een mogelijkheid om ervaringen te benoemen die herkenbaar zijn voor het westerse publiek en die binnen de dominante Russische geschiedschrijving lange tijd naar de achtergrond zijn gedrongen: militaire verovering, gedwongen kerstening, deportatie, russificatie, landonteigening en het verdwijnen van lokale talen. Het maakt het bovendien mogelijk de situatie in Rusland met de oorlog tegen Oekraïne te verbinden door beide te plaatsen binnen een langere geschiedenis van imperiale expansie.

De dekolonisatie-retoriek heeft ook het debat over politieke vertegenwoordiging verbreed. Niet langer praten alleen Russische liberale elites uit Moskou en Sint-Petersburg over de toekomst van het land. Minderheden presenteren zich als politieke actoren met eigen historische ervaringen en opvattingen over die toekomst.

Maar juist doordat dekolonisatie in Europa en Noord-Amerika een herkenbaar politiek kader is geworden, heeft het begrip ook een structurerend effect. Om binnen dit debat zichtbaar te worden, presenteren organisaties hun achterban vaak als een afzonderlijk inheems volk met een eigen taal, territorium, geschiedenis en politieke wil. Daarmee worden reële verschillen met het Russische centrum zichtbaar, maar kunnen ook interne verschillen uit beeld verdwijnen.

oiratkalmykvsEen bijeenkomst van het Congres van het Oirat-Kalmukse Volk, dat pleit voor zelfbeschikking voor de republiek Kalmukkië, in New York op 30 augustus 2026. Foto: Congres van het Oirat-Kalmukse Volk

'Zelf-exotisering'

De inwoners van bijvoorbeeld een etnische minderheidsrepubliek in Rusland vormen zelden één politieke gemeenschap. Stedelijke en rurale bevolkingsgroepen, religieuze en seculiere groepen, verschillende generaties en mensen met gemengde achtergronden kunnen heel anders denken over taal, autonomie en onafhankelijkheid. Ook zijn de grenzen tussen ‘Russisch’ en ‘niet-Russisch’ door eeuwen van migratie, gemengde huwelijken en taalverschuiving minder duidelijk dan politieke kaarten van een toekomstig Rusland soms suggereren.

In de internationale aandachtseconomie is zulke complexiteit lastig over te brengen. Culturele eigenheid wordt dan gemakkelijk het belangrijkste argument voor politieke rechten. Dat kan tot ‘zelf-exotisering’ leiden: om als afzonderlijke politieke actor te worden erkend, moet een groep haar authenticiteit en onderscheidende karakter benadrukken. De meer algemene vraag naar gelijke en universele politieke rechten en sociale zekerheid raakt daardoor soms op de achtergrond.

Uiteenlopende toekomstvisies op Rusland

Onder de noemer ‘dekolonisatie’ worden vaak zeer verschillende politieke projecten samengebracht. Westerse media en veiligheidsanalisten zijn vooral geïnteresseerd in organisaties die de verzwakking of het uiteenvallen van de Russische Federatie voorspellen of nastreven—wat begrijpelijk is in de context van de huidige veiligheidscrisis. De plannen van zulke organisaties zijn politiek relevant, maar zij vertegenwoordigen niet het volledige spectrum van minderheidsactivisme. Bovendien zegt hun online zichtbaarheid weinig over hun daadwerkelijke steun binnen Rusland.

Andere organisaties streven naar daadwerkelijk federalisme, regionale autonomie en/of een andere verdeling van belastinginkomsten en opbrengsten uit grondstoffen. Sommige laten de toekomstige staatsvorm bewust open. Daarnaast bestaan er bewegingen die zich niet primair rond territorium organiseren, maar rond religieuze gemeenschappen, familiestructuren of transnationale verbanden.

Dat maakt de vraag welke projecten gelden als emancipatoir ingewikkelder. Europese instellingen herkennen betrekkelijk gemakkelijk bewegingen die spreken in de taal van nationale zelfbeschikking, secularisme en de liberale natiestaat. Projecten waarin religieuze of traditionele vormen van gezag een rol spelen, passen minder goed in dat kader. Tegelijkertijd is verzet tegen Russische centralisatie op zichzelf geen garantie voor democratische vertegenwoordiging. Ook minderheidsnationalisme kan nieuwe vormen van uitsluiting en nieuwe hiërarchieën voortbrengen. Wat binnen gevestigde staten als uitsluitingspolitiek wordt bekritiseerd, wordt bij opkomende politieke projecten soms getolereerd of zelfs aangemoedigd, in het bijzonder wanneer het aansluit bij de strategische doelstellingen van westerse bondgenootschappen.

De rol van Europa

De discussies binnen Rusland maken zo deel uit van een bredere crisis van de post-Sovjetorde. Na 1991 ontstonden in de voormalige Sovjet-Unie nationale staten met verkiezingen, parlementen en grondwetten. Toch bleven veel gecentraliseerde bestuurspraktijken en autoritaire verhoudingen bestaan. De omgang met minderheden werd wel hervormd, maar zelden fundamenteel. Ook episodes van staatsgeweld uit de negentiende en twintigste eeuw hebben in veel landen na de val van de Sovjet-Unie nog geen vaste plaats gekregen in het publieke debat.

Oekraïne, Tsjetsjenië, Tatarstan, Boerjatië en Sacha-Jakoetië delen bepaalde historische ervaringen. De discussie over nieuwe Europese en Euraziatische politieke en veiligheidsstructuren zou daarom breder moeten worden gevoerd dan uitsluitend in het licht van de betrekkingen tussen de EU, Oekraïne en Rusland. Tegelijkertijd kunnen deze gebieden niet als varianten van een en hetzelfde historische proces worden behandeld. De posities van bijvoorbeeld Oekraïners en inheemse etnische minderheden binnen het Russische en Sovjetimperium verschilden, evenals hun ervaringen met geweld, autonomie, staatsvorming en culturele assimilatie. Het gebruik van één vocabulaire—of dat nu dekolonisatie of democratisering is—maakt vergelijkingen mogelijk, maar kan die verschillen ook verhullen.

Voor Europa is kennis van deze naburige regio niet alleen relevant vanuit het perspectief van mensenrechten of solidariteit. In de bredere Euraziatische ruimte bestaat al een intensieve concurrentie om politieke invloed, die bij een verdere verzwakking van de Russische hegemonie waarschijnlijk zal toenemen. Verschillende actoren, van China en Turkije tot India, proberen aansluiting te vinden bij de politieke verbeeldingen, historische ervaringen en praktische belangen van lokale elites en gemeenschappen. Voor Europa wordt het daarom belangrijker om deze regio niet uitsluitend via Moskou of door het prisma van de oorlog in Oekraïne te bekijken. Kennis van minderheidsgroepen, regionale elites en hun uiteenlopende politieke projecten kan helpen om toekomstige veranderingen beter te begrijpen.

10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig

In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.

Dit artikel is gebaseerd op het recente academisch onderzoek van dr. Gulnaz Sibgatullina 'Reframing Minority Rights: Decolonial Rhetoric in Digital Discourses of Ethnic Minorities from Russia after 2022', dat werd gepubliceerd in Nationalities Papers.

Publish the Menu module to "offcanvas" position. Here you can publish other modules as well.
Learn More.