Oekraïense cultuur verwerkt voortwoedende oorlog

Terwijl Rusland de Oekraïense cultuur en identiteit aanvalt, staat het culturele leven in Kyiv juist in volle bloei. Zo vonden onlangs de boekenbeurs Boek Arsenaal en documentair filmfestival DocuDays plaats in Kyiv. In Oekraïne worden bijna alle films, boeken en culturele discussies nu gezien als een vorm van verzet en als een manier om de oorlog te verwerken, schrijft Chris Colijn.

Ruim honderd uitgevers bieden hun boeken aan op de boekenbeurs Boek Arsenaal in Kyiv. Foto: Boek Arsenaal

door Chris Colijn

Ook in oorlogstijd is het Oekraïense culturele leven in Kyiv springlevend. Zo kwamen er dit jaar 35.000 mensen af op Boek Arsenaal, de grootste boekenbeurs van Oekraïne. Meer dan honderd Oekraïense uitgeverijen presenteerden hun nieuwste boeken. Er openen nieuwe boekwinkels in Oekraïene: zo’n vijftig in het afgelopen jaar. Tijdens literaire evenementen gaan schrijvers en lezers in gesprek over de Oekraïense identiteit, cultuur en de voortwoedende oorlog.

Op de podia van Boek Arsenaal discussiëren vooraanstaande Oekraïense denkers een weekend lang over hun eigen geschiedenis, cultuur en verhouding tot de rest van Europa. Bijna alle discussies waren gericht op het verwerken van de oorlog die nu woedt. Het thema van de boekenbeurs is dit jaar ‘Life on the Edge’, een referentie aan de ruim duizend kilometer lange frontlinie die door Oekraïne loopt, maar ook aan de broosheid van het leven in Oekraïne. 

Tijdens de vorige editie van Boek Arsenaal presenteerde de schrijver Victoria Amelina nog het dagboek van Volodymyr Vakoelenko, een dichter en schrijver van kinderboeken. Vakoelenko is in 2022 door de Russen vermoord, zijn lichaam werd door het Oekraïense leger gevonden in een massagraf toen ze de plaats Izjoem in de regio Charkiv heroverden. Een week nadat Amelina het dagboek van Vakoelenko presenteerde kwam ze zelf om het leven, als gevolg van een Russische aanval op de plaats Kramatorsk in het oosten van Oekraïne. Het thema ‘Life on the Edge’ doet de aanwezigen beseffen dat sommigen van hen er volgend jaar misschien niet meer zijn.

Naast mensen lijden ook boeken en andere culturele objecten onder de oorlog. Bij het hoofdpodium liggen boeken die bestemd waren voor de verkoop tijdens de beurs, maar door Rusland zijn vernietigd. Precies een week voor het begin van Book Arsenaal beschoot Rusland de boekdrukkerij Faktor-Druk in Charkiv. Zeven mensen kwamen om het leven, en zo’n 50.000 boeken werden verbrand. De fabriek drukte een op de drie boeken die in Oekraïne worden verkocht. ‘De verbrande boeken die daar liggen herinneren ons wat er op het spel staat, en wat ons uiteindelijk zal redden: onze identiteit, onze taal en cultuur’, zegt journalist Myroslava Bartsjoek tijdens een paneldiscussie op Boek Arsenaal. 

Bezoekers van Boek Arsenaal kijken naar een tentoonstelling van boeken die zijn verbrand in de Russische aanval op drukkerij Faktor Druk. Foto: Boek Arsenaal

Book Shelter

Bartsjoek leidt tijdens Boek Arsenaal een discussie over een initiatief dat Book Shelter heet: boeken worden vanuit heel Oekraïne en ook vanuit het buitenland gedoneerd aan de schuilkelders in de stad Cherson, die dagelijks wordt beschoten door Russische artillerie. Door de vele beschietingen ligt het openbare leven er grotendeels stil. Veel inwoners zijn de stad ontvlucht. De meeste boeken die Book Shelter naar Cherson brengt zijn bestemd voor kinderen en tieners; de vrijwilligers van Book Shelter organiseren voor hen ook lessen en spellen.

De initiatiefnemers van Book Shelter vertellen op de boekenbeurs dat de meeste achtergebleven kinderen na ruim twee jaar oorlog een leerachterstand hebben opgelopen. Door van schuilkelders bibliotheken te maken hopen ze dat kinderen hun kennis van de Oekraïense taal verder kunnen ontwikkelen, en even kunnen ontsnappen aan de pijnlijke en bizarre werkelijkheid waarin ze leven. Inwoners van Cherson vertellen elkaar waar de boeken te vinden zijn; om veiligheidsredenen zijn de adressen niet in het openbaar te vinden, want de schuilkelders zijn een potentieel doelwit voor de Russen.

'Het lezen van Oekraïense literatuur is een vorm van alledaags verzet'

Ook volwassenen zijn blij met de boeken, vertellen de initiatiefnemers. Een deel van de volwassenen in Cherson heeft bijna alleen maar Russische boeken gelezen, en wil zich nu juist verdiepen in Oekraïense literatuur. ‘Rusland voert een oorlog tegen onze identiteit en waardigheid’, zegt filosoof Vachtang Keboeladze, aangeschoven bij de discussie over Book Shelter. ‘Cherson wordt geteisterd door het Russische kwaad, dat onze manier van leven wil vernietigen. In dat licht bezien is het lezen van Oekraïense literatuur een vorm van alledaags verzet.’

Juist vanwege de oorlog is er veel werk te verzetten voor de Oekraïense culturele sector, zegt Keboeladze. ‘We moeten zorgen dat onze cultuur op waarde wordt geschat en wordt beschermd. Daarmee zorgen we dat de Oekraïense identiteit onafhankelijk blijft van Rusland. Als we onze eigen cultuur niet beschermen, dan komt de Russische wereld naar ons toe.’ Hij vertelt een anekdote die in Oekraïne al lange tijd rondgaat: ‘Wie optimistisch is, leert Oekraïens. Wie pessimistisch is, leert Russisch. En wie realistisch is, leert met een Kalasjnikov schieten.’ Kiboeladze noemt de Russische agressie tegen Oekraïne ‘culturele genocide’, en vindt het belangrijk dat Oekraïners ook naar de buitenwereld toe communiceren dat Rusland uit is op de vernietiging van de Oekraïense identiteit en cultuur.

Literatuur als traumaverwerking

Op Boek Arsenaal wordt gepraat over literatuur als een vorm van verzet, maar ook als een middel om trauma te verwerken. ‘We leren praten over onze pijn. We leren om niet langer te zwijgen’, vertelt Olesja Chromejtsjoek tijdens een paneldiscussie over het praten en zwijgen over trauma. Haar broer sneuvelde in 2017 aan het front in de Donbas, in een tijd dat de oorlog in westerse media nauwelijks op de agenda stond. Het boek van Chromejtsjoek, over haar broer en de manier waarop ze haar verlies verwerkt, is naar het Nederlands vertaald. ‘Mijn eerste reactie op zijn dood was stilte’, vertelt Chromejtsjoek. ‘Vervolgens ging ik op zoek naar de juiste woorden om mezelf uit te drukken, en toen besefte ik dat mijn ervaring me in staat stelt om richting een breder publiek te spreken over mijn eigen verlies, en ook over de oorlog in het algemeen.’

'Tegen de tijd dat je boek uitkomt zijn een deel van de mensen die je had geïnterviewd al dood'

'Als we de stilte niet opvullen met waarheid, dan ontstaan er leugens', vult journalist Jevhenia Podobna aan. Zij schreef een boek over vrouwen die meevechten in de oorlog, en probeert als journalist om zoveel mogelijk persoonlijke verhalen van Oekraïners op te schrijven. 'Tegen de tijd dat je boek uitkomt zijn een deel van de mensen die je had geïnterviewd al dood', vertelt Podobna. 'Ik probeer hun verhalen te verzamelen voordat het te laat is.' Ze verzamelt verhalen over trauma en oorlog, juist omdat traumatische ervaringen snel worden vergeten. 'Sinds de eerste dagen van de grootschalige oorlog probeer ik zoveel mogelijk materiaal vast te leggen: interviews, herinneringen, getuigenissen', vertelt Podobna aan de Oekraïense site Chytomo. 'Vaak lezen mensen later hun eigen verhalen terug in mijn boeken en zijn ze verrast. In een jaar tijd bleken ze echt heel veel te vergeten.'

In Oekraïne wordt er steeds meer gepraat over trauma en verlies in de oorlog, waar miljoenen Oekraïners inmiddels ervaring mee hebben. Niet alleen op boekenbeurs Boek Arsenaal wordt er over trauma en verlies gepraat, maar ook bijvoorbeeld tijdens het documentaire filmfestival DocuDays dat begin deze maand in Kyiv plaatsvond.

Filmvertoning op DocuDays. Foto: DocuDays

(H)erkenning in films

Het thema van deze editie van DocuDays is ‘Jaar tien van de driedaagse oorlog die al drie eeuwen duurt’, een verwijzing naar het begin van de oorlog in de Donbas en de Krim in 2014, het doel van Poetin om Kyiv binnen drie dagen te veroveren en de eeuwenlange onderdrukking van de Oekraïense taal en cultuur, onder meer met het verbod op de publicatie van Oekraïenstalige literatuur dat Russische Tsaar Peter de Grote in 1720 (drie eeuwen geleden) invoerde.

Zoals bij veel culturele evenementen in Oekraïne wordt er voorafgaand aan iedere film een minuut stilte gehouden voor de slachtoffers van de oorlog. Ook luidt voor iedere film een waarschuwing voor het luchtalarm: ‘Als het luchtalarm afgaat tijdens de film, moeten we de vertoning stopzetten en wordt u verzocht om naar de dichtstbijzijnde schuilkelder te gaan. Als de dreiging binnen dertig minuten voorbij is, kijken we verder. Anders kijken we de film op een ander moment verder.’ De oorlog is nooit ver weg, en de Oekraïense films op DocuDays hadden allemaal op z’n minst een raakvlak met wat er nu gebeurt. Ook de makers van de films worden direct geraakt door de oorlog. Zo vertelde de regisseur van de documentaire 'Fragments of Ice' dat de editor van de film, Viktor Onysko, zich aan het begin van de Russische invasie aansloot bij het Oekraïense leger en in in december 2022 is gesneuveld.

Voorafgaand aan iedere film wordt een minuut stilte gehouden. Foto: DocuDays

De Oekraïense films op DocuDays bieden inzicht in specifieke elementen van de oorlog. Zo volgt de zeer heftige film ‘Mission 200’ een vrouw, Tetiana Pototska, die als vrijwilliger de lichamen van gesneuvelde soldaten naar hun thuissteden brengt, zodat ze bij hun familie kunnen worden begraven. Dat juist zij, een reisconsulent van beroep, dit werk doet, is opmerkelijk. Tijdens de Q&A na de film bespreekt Pototska haar eigen motivatie: ze vindt het belangrijk dat iedere gevallen soldaat een eervolle begrafenis krijgt. 'Er bestaat niet zoiets als 'andermans verliezen'. Deze jongens zijn allemaal van ons', zegt Pototska. Ze vertelt dat de Oekraïense overheid steken laat vallen bij de identificatie en repatriëring van lichamen. Dat heeft ze zelf ondervonden, als familielid van een soldaat die in 2014 omkwam bij de Slag om Ilovajsk. De overheid werkt volgens Pototska veel te traag met het terugbrengen van lichamen, en dus helpt ze een handje.

Tijdens de Q&A blijkt dat 'Mission 200' zorgt voor herkenning en erkenning bij een deel van het publiek. ‘Ik ben de vriendin van een gesneuvelde soldaat’, vertelt een vrouw uit het publiek. ‘Ik wil u bedanken dat u deze kant van de oorlog in beeld hebt gebracht. Wij [vrouwen van gesneuvelde soldaten, red.] zijn met velen. Voor veel mensen zal dit een pijnlijke film zijn om te zien, maar voor mij is deze film een vorm van erkenning. Mijn ervaring wordt hier gezien en gekend.’ Voor wie zich die pijn niet kan inbeelden geeft de film een klein beetje inzicht in de ervaring van Oekraïners die het lichaam van hun dierbare naar huis brengen om het te begraven.

Nice Ladies

De film ‘Nice Ladies’ van regisseur Maria Ponomarova, die in Nederland woont, raakt aan een hele andere vorm van erkenning. De film is deze maand in Nederland te zien. Het volgt een groep oudere vrouwen die samen een cheerleading-groep vormen in Charkiv. Als de oorlog uitbreekt besluit een deel van de vrouwen om te vluchten naar het buitenland, terwijl anderen in Charkiv blijven. De hoofdpersoon van de film, Sveta, vlucht naar Nederland. Ze houdt contact met haar vriendinnen in Charkiv. Sveta vraagt zich de hele film af of ze wel de juiste keuze heeft gemaakt door te vluchten, aangezien haar vriendinnen in Charkiv blijven wonen en doorgaan met leven, zo goed als het gaat. De vrouwen nemen Sveta niet kwalijk dat ze is vertrokken, maar gaan wel zonder Sveta verder met hun levens.

'Nice Ladies' laat zien hoe ingewikkeld de relatie kan zijn tussen gevluchte en niet-gevluchte Oekraïners. Er zijn ruim vier miljoen Oekraïense vluchtelingen in de EU, en daarom is het boeiend en belangrijk om aandacht te besteden aan de manier waarop gevluchte en niet-gevluchte Oekraïners met elkaar omgaan.

Na ruim twee jaar oorlog heeft de culturele scene in Oekraïne ruim de tijd gehad om zich aan te passen, en om de ervaring van oorlog te verwerken in nieuwe culturele producties. Er is een behoefte om te praten en na te denken over de oorlog, zelfs als het elke dag in het nieuws blijft. Hier lijkt echter wel een limiet aan te zitten. In de Q&A na ‘Mission 200’ vertelt een van de makers dat de film ter uitzending was aangeboden aan Oekraïense televisiekanalen, maar de makers kregen als antwoord ‘ons publiek heeft nu meer behoefte aan positieve verhalen’. Wie cultuur wil aangrijpen om over de oorlog na te denken heeft een ruim aanbod, maar er zullen ook genoeg Oekraïners zijn die er zo min mogelijk bij stil willen staan.

Wekelijkse update?

Iedere donderdag uitgelichte artikelen in uw mailbox

Eerst doorlezen? U kunt zich ook later aanmelden via de home pagina.

Als u in uw browser de cookies blokkeert, ziet u deze popup steeds weer. Daarvoor excuus.