Naar een door drones gedomineerd slagveld?

De ontwikkelingen inzake de inzet van drones op het slagveld in Oekraïne gaan razendsnel. Zowel Oekraïne als Rusland zetten steeds vaker, steeds meer en steeds geavanceerder drones in rondom de frontlinie, zowel voor surveillance en verdediging als voor aanvallende operaties. Vervangen drones langzaam maar zeker de inzet van infanterie? Luitenant-kolonel Peter Schrijver, PhD-onderzoeker aan de Nederlandse Defensie Academie in Breda, duidt de ontwikkelingen.

drone test kyivOekraïne oefent de inzet first-person-view-drones. Foto: Vitalii Nosach / ANP / EPA

Critici vergeleken de inzet van militaire drones nog geen tien jaar geleden met ‘kijken door een rietje naar het slagveld’ – een metafoor voor de beperkte waarneming van deze onbemande toestellen. Hoewel geavanceerde Amerikaanse drones zoals de MQ-9 Reaper operators gedetailleerde beelden van specifieke doelen konden leveren, bleef het situationeel bewustzijn een uitdaging. Dit kwam door een combinatie van technologische beperkingen, het tekort aan drones om grote gebieden zoals Afghanistan continu af te dekken en de complexiteit van het integreren van verschillende databronnen tot een samenhangend operationeel beeld. Deze problematiek werd treffend geïllustreerd in de speelfilm Eye in the Sky (2016) met Helen Mirren, waarin de dronebeelden weliswaar haarscherpe details van een specifieke locatie – de situatie – tonen, maar door het beperkte gezichtsveld cruciale gebeurtenissen en context – en dus bewustzijn – missen.

Tien jaar later is dit beeld veranderd. In Oekraïne en de Russische regio Koersk hangen tegenwoordig permanent honderden drones boven het slagveld. Langs de bijna duizend kilometer lange frontlijn observeren surveillancedrones dag en nacht elke beweging. Deze constante aanwezigheid lijkt een verschuiving in oorlogsvoering te illustreren: drones zijn niet langer slechts ondersteunende middelen, maar spelen een belangrijke rol in zowel surveillance als aanvalstactieken.

Surveillance- en aanvalsdrones

Op het eerste gezicht vertoont de Russisch-Oekraïense oorlog overeenkomsten met het westelijk front van de Eerste Wereldoorlog: lange loopgraven en diep onder de grond gelegen commandoposten. Toch gaat die vergelijking slechts gedeeltelijk op. In 2025 opereren Oekraïense commandoposten niet langer alleen onder de grond, maar ook in een digitale dimensie. Beeldschermen in kelders van bestaande gebouwen tonen continu dronebeelden, waardoor commandanten realtime informatie ontvangen. Zodra Russische troepen in beeld verschijnen, reageren Oekraïense eenheden direct met artillerie en vooral met de inzet van first-person-view-drones (FPV). De effectiviteit van deze aanpak werd duidelijk bij Tsjasiv Jar in de Donbas, waar Russische troepen zich gedwongen zagen een kilometerslang net boven hun logistieke aanvoerweg te spannen om zich tegen deze drones te beschermen.

De FPV-drones, zowel door Rusland als Oekraïne gevreesd, hebben aan Oekraïense zijde een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. Waar dit aanvankelijk vooral commerciële modellen waren van Chinese merken zoals DJI, produceert Oekraïne deze nu op grote schaal zelf en voorziet ze van explosieve ladingen. FPV-dronepiloten gebruiken speciale goggles (digitale brillen) en afstandsbedieningen om hun drones nauwkeurig naar Russische voertuigen of soldaten te sturen. Daarnaast zetten de strijdkrachten grotere drones in die zware antitankmijnen vervoeren. ’s Nachts plaatsen deze drones mijnen op routes, gericht op het vertragen of stoppen van Russische bewegingen. Vooralsnog slagen de Oekraïense troepen met deze tactieken erin grootschalige Russische doorbraken te voorkomen.

Screenshot van een video van de Oekraïense drone-eenheid ‘Birds of the Magyar’. Het betreft markeringen van door drones geplaatste mijnen, gevisualiseerd op een digitale kaart.

De Oekraïense overheid speelt actief in op deze ontwikkeling. Op 9 februari 2025 kondigden president Volodymyr Zelensky en minister van Defensie Roestem Oemerov de lancering aan van het dronelinie-initiatief (Лінія дронів). Dit concept breidt de inzet van drones uit door vóór de Oekraïense linies, aan ‘vijandzijde’, zogeheten ‘kill zones’ met een diepte van 10 tot 15 kilometer te creëren. Binnen deze zones detecteren en bestrijden drones Russische troepen nog voordat ze de Oekraïense verdedigingsposities kunnen naderen, is het idee. Met deze strategie verschuift Oekraïne drones van een ondersteunende naar een primaire rol in de oorlogsvoering: vijandelijke troepen moeten al worden verzwakt voordat infanterie in direct gevecht komt. Oekraïne kampt immers met een chronisch tekort aan infanteristen om Russische aanvallen af te stoppen. Door drones als voornaamste verdedigingsmiddel te benutten, compenseren die het gebrek aan mankracht aan het front.

Inzet van onbemande grondsystemen

Daarbij beperkt de inzet van drones zich echter niet tot de lucht. Op het slagveld verschijnen steeds vaker onbemande grondsystemen. Mede dankzij de inspanningen van communicatieofficier Volodymyr Dehtjarov, een Oekraïense militair die vloeiend Engels spreekt en voor de oorlog als marketingspecialist werkte, werd een aanval van de 13e Nationale Garde Brigade Chartiia in de regio Charkiv in december 2024 wereldberoemd. In een frontsector bij Lyptsi aan de Russisch-Oekraïense grens vielen ongeveer dertig Oekraïense grond- en luchtdrones de Russische stellingen aan. Op sociale media en internationale nieuwssites verschenen vervolgens berichten met titels als ‘Ukraine's all-drone attack just made history en ‘Ukraine uses all-ground drone attack force in historic first.

Een nuance bij deze berichtgeving is echter dat hier geen autonome, door kunstmatige intelligentie (AI) aangestuurde drones aan het werk waren. Iedere drone die de Oekraïense brigade bij deze aanval inzette, werd aangestuurd door een individuele dronepiloot. Naar verluidt waren ongeveer honderd personen nodig om deze aanval met dertig drones mogelijk te maken. Hoewel één van de onbemande grondsystemen in de modder bleef steken, was de aanval volgens de Chartiia-brigade een succes. Russische militairen verlieten onder druk van de onbemande lucht- en grondaanval een vooruitgeschoven post, waarna Oekraïense infanterie deze positie kon overnemen, zonder verlies aan mensenlevens.

 

Luitenant-kolonel Koninklijke Landmacht
Peter Schrijver, MA, is luitenant-kolonel (Koninklijke Landmacht) en PhD-onderzoeker aan de Nederlandse Defensie Academie in Breda.

Hoewel de aanval door de Chartiia-brigade nog volledig afhankelijk was van menselijke piloten, werken Oekraïense bedrijven hard aan AI-systemen die drones autonomer maken. AI wordt bijvoorbeeld ingezet voor het automatisch herkennen van objecten in dronebeelden, waardoor operators sneller relevante informatie kunnen identificeren. Dit maakt het mogelijk om drones in te zetten voor patrouilles, mijnenbestrijding en zelfs autonome aanvallen. Een voorbeeld hiervan is het Oekraïense bedrijf NORDA Dynamics, dat software heeft ontwikkeld waarmee een piloot via de camera van de drone een doel kan selecteren, waarna de drone de rest van de vlucht zelfstandig uitvoert om het doel te raken. Volgens het bedrijf zijn op basis van hun software met succes verschillende Russische tanks vernietigd en logistieke doelen getroffen.

Innovatiewedloop: drones vs. antidronetechnologie

Hoewel AI een steeds belangrijkere rol speelt in deze technologische wedloop, vliegen en rijden drones nog niet op grote schaal autonoom. In plaats daarvan concentreert de strijd zich op elektronische oorlogsvoering, met name het onderscheppen en verstoren van signalen tussen drone en bestuurder. Door het dronesignaal te onderscheppen kunnen verdedigers meekijken met de videobeelden van vijandelijke drones. De landingslocatie van een observatiedrone na een vlucht verraadt vaak waar de piloot zich bevindt, waardoor deze plek een potentieel doelwit wordt. Nog effectiever is het verstoren van het besturingssignaal: een succesvolle stooractie (jamming) maakt de drone stuurloos. Ook kan het GPS-signaal worden verstoord.

Maar niet alle drones zijn meer kwetsbaar voor deze elektronische oorlogsvoering. Zowel Rusland als Oekraïne zetten inmiddels drones in waarbij de piloot het toestel aanstuurt via een glasvezelkabel. Een ragfijne draad op een spoel vervangt de radiocommunicatie tussen piloot en drone, waardoor specialisten in elektronische oorlogsvoering letterlijk het nakijken hebben. De technologie achter deze glasvezeldrones is vergelijkbaar met die van draadgeleide raketten en biedt aanzienlijke operationele voordelen zodra elektronische oorlogsvoering een grote rol speelt.

glasvezel droneEen glasvezeldrone in Oekraïne, met onderaan de spoel waaraan de glasvezelkabel is bevestigd. Foto: Vitalii Nosach / ANP / EPA

Deze draadgeleide drones blijven functioneren in gebieden waar radiocommunicatie wordt verstoord. Zo heeft Rusland een nieuwe FPV-drone ontwikkeld, uitgerust met meer dan twintig kilometer aan glasvezelkabel, wat een aanzienlijke operationele reikwijdte biedt. Oekraïne heeft inmiddels soortgelijke technologieën geïmplementeerd, zoals bij de Black Widow Web 10 kamikazedrone en de E-Banshee. De naam Black Widow spreekt voor zich, terwijl een banshee in folklore een fee is die de dood aankondigt – een symbolische keuze in oorlogstijd, waar subtiliteit van ondergeschikt belang is.

Ook op die glasvezeldrones is echter een antwoord bedacht. Met behulp van een radar kunnen deze bedrade drones, net als 'klassieke' drones, worden gedetecteerd. Bij waarneming zetten de Oekraïners aanvalsdrones in die specifiek zijn gericht op het neerhalen van vijandelijke drones. De inzet van drones tegen drones is halverwege vorig jaar al begonnen, waarbij Oekraïense eenheden zich richten op Russische surveillancedrones, zoals de Zala en Orlan-10, die tot diep in het achterland Oekraïense troepenbewegingen kunnen waarnemen. Door deze drones uit te schakelen, kunnen de grondtroepen een verrassingsaanval uitvoeren zonder dat de voorbereidingen voortijdig door de vijand worden opgemerkt.

Overheid, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld

Met snelle innovatiecycli voor zowel drones als antidronetechnologieën spelen Rusland en Oekraïne een kat-en-muisspel. Vooral in Oekraïne volgen de verschillende drone-initiatieven elkaar razendsnel op. Vorig jaar juni richtten de Oekraïense strijdkrachten de Unmanned Systems Forces (USF) op om verschillende inspanningen op het gebied van drones beter te coördineren. De commandant, kolonel Vadym Soecharevsky, is een zeer gedreven Oekraïense dronepionier. Een van zijn eenheden, het 14e Unmanned Aerial Systems regiment, valt sinds midden januari nacht na nacht Russische olie- en gasinstallaties diep in de Russische Federatie aan.

De Oekraïners zetten voor deze aanvallen verschillende drones in. Dit gebeurt met de AN-196 Liutyi (wat 'furieus' of ‘februari’ betekent), oorspronkelijk ontwikkeld als tegenhanger van de Iraans-Russische Shahed-136 die bijna elke nacht wordt ingezet bij aanvallen op Oekraïense steden, infrastructuur en logistieke bases. Deze Oekraïense langeafstandsdrone heeft een bereik tot 1.700 kilometer en is voorzien van een explosieve lading tot 75 kilo. De Palianytsia, een turbojet-aangedreven droneraket met een snelheid van 700 km/u en een lading van 100 kilo, is moeilijk te detecteren en wordt gebruikt voor precisieaanvallen. De Peklo, wat ‘hel’ betekent in het Oekraïens, is een raketdrone met een vergelijkbare snelheid en bereik, maar een kleinere lading. De Peklo is ontworpen als een kosteneffectief alternatief voor de andere drones in het Oekraïense arsenaal en ging eind 2024 in massaproductie.

President Zelensky en opperbevelhebber Syrsky bij de presentatie van de drone Peklo. Foto: Sergey Dolzhenko / ANP / EPA

Naast deze inspanningen vanuit het ministerie van Defensie is het Oekraïense maatschappelijk middenveld een belangrijke aanjager van nieuwe drone-ontwikkelingen. De ingenieurs van Aerorozvidka (letterlijk: 'luchtverkenning') zagen in 2014 al kansen voor de inzet van drones tegen Russische agressie en zijn de bedenkers van het digitale systeem Delta waarmee Oekraïense commandanten, mede op basis van dronebeelden, een digitaal overzicht hebben van hun eigen troepen en die van de vijand.

Verder is het Brave1-platform een belangrijke stimulans voor innovatie. In oktober 2023 lanceerde de Oekraïense overheid dit technologiecluster dat innovators, bedrijven en defensie-experts samenbrengt. Het platform heeft honderden projecten ondersteund, waaronder drones voor medische evacuatie, logistiek en mijnopruiming. Een voorbeeld van een succesvol project met een civiele toepassing is de ontwikkeling van SpotlightAI, een AI-platform dat dronebeelden binnen 0,2 seconden verwerkt om explosieven zoals landmijnen en niet-ontplofte munitie (UXO) te identificeren. Sinds de inzet van deze technologie in Oekraïne zijn meer dan 940.000 dronebeelden geanalyseerd en ruim 19.000 explosieven gelokaliseerd over een gebied van 4.355 hectare.

Ook testte Brave1 in november 2024 100 in Oekraïne gemaakte gronddrones onder zware omstandigheden, zoals vijandelijke elektronische oorlogsvoering en ruig terrein. Brave1 biedt niet alleen technische ondersteuning maar ook financiële middelen. Tot nu toe heeft het platform meer dan $25 miljoen aan buitenlandse investeringen aangetrokken en tientallen projecten gefinancierd. Dit initiatief versnelt het proces van prototype naar inzetbare technologie en versterkt Oekraïne’s capaciteit om snel te reageren op nieuwe uitdagingen in de strijd tegen Rusland.

Een ander belangrijk aspect van civiele initiatieven is de rol van crowdfunding. Platforms zoals United24 hebben miljoenen dollars opgehaald voor de aanschaf van drones, waaronder maritieme drones die Russische marineschepen aanvallen in de Zwarte Zee. Kleinschalige donaties van burgers faciliteren daarnaast de aankoop van commerciële drones, die worden aangepast voor militaire doeleinden. Deze aanpak vergroot het maatschappelijk draagvlak doordat burgers directe resultaten zien van hun bijdragen. Naar schatting zijn er 800 Oekraïense bedrijven en vrijwilligersinitiatieven die zich actief bezighouden met innovatie voor de defensiesector, waarvan een kwart specifiek voor de inzet van drones. Hierbij spelen ook Oekraïense vluchtelingengemeenschappen een rol, waarbij tot in Nederland aan toe drones in elkaar worden gezet voor inzet aan de frontlijn. In Oekraïne zijn tal van kleinschalige 'dronefabrieken' waar vrijwilligers onderdelen inkopen en onbemande vliegtuigjes maken. Deze projecten worden meestal ook met crowdfunding gefinancierd: als er bij vrienden en familie weer genoeg geld is opgehaald om nieuwe onderdelen te kopen, worden er meer drones gemaakt. Die gaan vaak naar bevriende legereenheden, die de vliegtuigjes testen op het slagveld en ook snel feedback geven en aanpassingen op de drones voorstellen.

Gamechanger of bijzaak?

De gezamenlijke inspanningen van de defensie-industrie, het bedrijfsleven en vrijwilligers hebben Oekraïne in 2024 maar liefst 1,5 miljoen FPV-drones opgeleverd, meldde minister van Defensie Oemerov eind december. Daarnaast produceert de Oekraïense industrie tienduizenden verkenningsdrones en langeafstandsdrones, zoals de Liutyi. Maar verandert deze massaproductie het karakter van oorlogsvoering? Heeft de grootschalige inzet van drones daadwerkelijk gezorgd voor een totaaloverzicht – een soort panopticum – op het slagveld, waarbij elke waargenomen beweging van de vijand in de voorste linies direct tot een aanval met FPV-drones leidt?

Volgens de Australische analist Chris Flaherty is de impact van drones onmiskenbaar. De massale inzet van drones dwingt zowel Rusland als Oekraïne haar troepen aan het front radicaal te verspreiden, omdat een concentratie van troepen en voertuigen onmiddellijk een aanval met drones uitlokt. Flaherty stelt dat troepen, ondanks deze spreiding, nog steeds hun slagkracht geconcentreerd kunnen inzetten. Een cruciale randvoorwaarde hierbij zijn voldoende drones, die niet alleen de aanval ondersteunen maar ook een tijdelijke lokale dominantie creëren. Hij noemt dit ‘substitutie’, waarbij een groot deel van de slagkracht van drones in de plaats komt van traditionele grondtroepen. Drones domineren de aanval, terwijl kleinere eenheden zich als het ware onder een beschermende ‘droneparaplu’ voorwaarts bewegen. Flaherty benadrukt hierbij het 3D-karakter van deze aanvallen: een gecombineerde inzet van drones, artillerie en infanterie.

Een alternatief is het sturen van grote aantallen infanterie naar de vijandelijke linies, een tactiek die Rusland inzet met vaak minder getrainde eenheden, zoals gerekruteerde gevangenen. Volgens Flaherty is het doel hiervan het aan banden leggen van de Oekraïense dronecapaciteit. De bestrijding van deze troepen put tijdelijk en plaatselijk de Oekraïense dronevoorraden uit, waardoor beter getrainde Russische eenheden kunnen doorbreken.

Het numerieke troepenondertal heeft Oekraïne gedwongen sterk te leunen op drones

Feit is dat de huidige oorlog in Oost-Oekraïne een aanzienlijk verschil in troepenaantallen kent, waarbij Oekraïense troepen op delen van het oostelijke front met 1 tegen 5 in de minderheid zijn ten opzichte van Russische soldaten. Deze ongelijkheid heeft Oekraïne gedwongen sterk te leunen op drones voor verkenning en gevechtsoperaties. Hoewel drones effectief zijn geweest in het verstoren van de Russische opmars, zijn ze er niet in geslaagd deze volledig te stoppen. Ondanks het toebrengen van zware verliezen aan Russische troepen door middel van droneaanvallen, hebben de Oekraïense troepen zich geleidelijk terug moeten trekken vanwege het overweldigende aantal Russische soldaten, drones en artillerie. Deze situatie benadrukt de beperkingen van drones als vervanging voor traditionele infanterie en suggereert dat, ondanks technologische vooruitgang, substantiële en goed getrainde infanterie-eenheden (ook) een cruciale component van militaire effectiviteit zijn en blijven.

Publish the Menu module to "offcanvas" position. Here you can publish other modules as well.
Learn More.