Estland wil de Russisch-orthodoxe kerk aanpakken

De Russisch-orthodoxe kerk in Estland komt door nieuwe wetgeving steeds verder in het nauw. Gaat het hier om een ernstige inperking van de godsdienstvrijheid, of het tegengaan van Russische ondermijning? Correspondent en historicus Jeroen Bult duidt de achtergronden van een fel politiek debat.

Alexander Nevski Tallinn JPDe Kathedraal van Alexander Nevski in het hart van de Estse hoofdstad Tallinn, de belangrijkste kathedraal van de Russisch-orthodoxe kerk in Estland. Foto: Julian Postulart

Sinds het begin van Ruslands invasie in Oekraïne is de Russische minderheid in Estland in toenemende mate onder druk gezet om afstand te nemen van de imperialistische agenda van Vladimir Poetin cum suis en vaart te zetten achter haar integratie in de Estse samenleving. Het idee leeft dat het integratiebeleid van de voorgaande dertig jaar veel te vrijblijvend is geweest – Estland kan zich het naast elkaar bestaan van twee parallelle samenlevingen, een Estse en een Russische, die elkaar bij voorkeur zoveel mogelijk negeren, vanwege de drastisch veranderde geopolitieke omstandigheden simpelweg niet meer permitteren. Het risico van beïnvloeding van de in Estland woonachtige Russen door Rusland dient tot een minimum te worden teruggedrongen, waarbij lichte en minder subtiele dwangmiddelen zijn geoorloofd, zo is de gedachte.

Maatregelen tegen Russische beïnvloeding

Het gevolg: Russische tv-zenders en websites zijn geblokkeerd, Russische scholen in Estland zijn begonnen met het overschakelen op het Ests als voertaal, het dragen van pro-Russische en Sovjet-nostalgische symbolen is verboden, monumenten uit de Sovjet-tijd zijn afgeserveerd richting musea en depots, wapenvergunningen voor Russische staatsburgers zijn ingetrokken en dienstplichtigen met een Russische achtergrond die het Ests onvoldoende beheersen worden aan een intensieve taalcursus onderworpen. Twee maatregelen van meer ingrijpende aard zijn het afschaffen van het recht op deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen voor houders van een Russisch en Belarussisch paspoort en (vanaf 2029) stateloze ingezetenen en het aanlijnen van de Russisch-orthodoxe kerk in Estland.

De toch al gespannen relatie tussen Tallinn en Moskou zal waarschijnlijk verder onder druk komen te staan, nu de kerkkwestie een climax lijkt te hebben bereikt

Dat laatste proces behelst echter meer dan een reeks juridische handelingen. Veel Esten hebben de Russisch-orthodoxe kerk altijd als een verlengstuk van de Russische overheersing (tsarentijd, Sovjet-bezetting) en haar lompe pogingen tot russificering gezien. Sterker nog, de positie van die kerk zorgde in de jaren negentig, na het herstel van de nationale onafhankelijkheid, al voor groot gedonder, omdat een concurrerende Ests-orthodoxe kerk zich begon te roeren en het Kremlin Estland ervan betichtte deze ‘nationale variant’ voor te trekken. De toch al gespannen relatie tussen Tallinn en Moskou zal waarschijnlijk verder onder druk komen te staan, nu de kerkkwestie een climax lijkt te hebben bereikt. Het Estse Hooggerechtshof oordeelde onlangs dat er eigenlijk niets valt in te brengen tegen de door het parlement bekrachtigde, maar door de president tot tweemaal toe gevetode aanpassing van de Kerkenwet. Een aanpassing die de Russische-orthodoxe kerk in Estland beslist zal raken.

Historicus
Jeroen Bult is historicus, gespecialiseerd in Estland, Letland en Litouwen. Hij werkt afwisselend in Tallinn en Vilnius.

Moordzuchtige taal

Voor de Estse regering, het parlement, en media stond in 2022 meteen buiten kijf dat de Russisch-orthodoxe kerk in Estland zich onvoorwaardelijk van Ruslands aanval op Oekraïne diende te distantiëren en dat zij met het Patriarchaat van Moskou moest breken. De reden was dat Patriarch Kirill, een intimus van president Poetin, bij herhaling moordzuchtige taal aan het adres van Oekraïne had geuit en van ‘een heilige oorlog tegen het satanische Westen’ had gesproken. De toenmalige Estse minister van Binnenlandse Zaken, Lauri Läänemets, suggereerde daarom zelfs om het Moskouse Patriarchaat als een ‘terroristische organisatie’ te bestempelen.

Die definitie viel in de verklaring die het parlement op 6 mei 2024 aannam niet te lezen, maar de aanmoediging van de militaire agressie door Kirill en diens kerk werd omschreven als een ‘bedreiging voor de veiligheid en stabiliteit van Estland, [zo ook] een directe bedreiging voor de openbare en grondwettelijke orde’. Het stond eenieder vrij zijn of haar geloof te belijden, maar ‘de staat moet ook zorg dragen voor het beschermen van mensen tegen terrorisme en andersoortige vijandige propaganda en tegen [pogingen tot] het aanzetten tot geweld. Bescherming tegen zulke propaganda strekt zich ook uit tot de Orthodoxe gelovigen. Met het oog op de activiteiten van het Patriarchaat van Moskou bestaat er nog steeds een grote kans dat mensen, in een pseudo-religieuze context, zullen worden beïnvloed’. 

De Estse tak van de Russisch-orthodoxe kerk, die rond de 150.000 leden telt, voelde kennelijk nattigheid. Al drie maanden na het afhameren van de parlementsverklaring zou zij alle expliciete verwijzingen naar het Patriarchaat van Moskou uit de statuten verwijderen. Op 31 maart 2025 veranderde de kerk zowaar haar naam. Die luidde voortaan ‘de Estse Christelijk-orthodoxe kerk’, Eesti Kristlik Õigeusu Kirik (EKÕK) in het Ests. Maar Läänemets, en vele anderen met hem, had de indruk dat het hier eerder om een puur cosmetische ingreep ging. Zou de kerk echt alle bestuurlijke, institutionele draden met Moskou doorklieven? De minister liet, om druk op de ketel te houden, zijn ambtenaren een wetsvoorstel uitwerken. Dat zou voorzien in ‘het verhinderen van activiteiten van religieuze instellingen die strijdig zijn met de beginselen van het internationaal recht, dan wel van het, in de toekomst, oprichten van zulke instellingen’, zoals Läänemets in een toelichting zei. Korte tijd later werd Jevgeni, de Metropoliet van de Russisch-orthodoxe kerk in Estland, gesommeerd het land te verlaten. Hij zou het Russische bloedvergieten in Oekraïne te nadrukkelijk zijn bijgevallen.

Dwarse president

Het parlement nam dit amendement op de Wet inzake de Kerken en Congregaties, zoals de officiële benaming luidt, op 9 april 2025 over – zestig van de 89 aanwezige volksvertegenwoordigers stemden voor. Kerkgenootschappen, kloosters en hun prelaten mochten ‘zich niet langer laten leiden’ door organisaties en personen ‘met een aanzienlijke invloed’ in het buitenland die een evidente bedreiging vormen voor de openbare orde in en de nationale veiligheid van Estland. Diezelfde Russisch-orthodoxe prelaten waren echter zeer ontstemd. Filareta, de abdes van het Kuremäe-nonnenklooster in het gelijknamige dorpje in Noordoost-Estland, klom in de pen. Zij schreef in een brief aan de Estse president Karis dat de vrijheid van godsdienst een zware klap was toegebracht (‘Wij worden de politiek ingesleurd’). Filareta en vijf andere nonnen waren in februari al naar het parlement afgereisd om een petitie aan te bieden.

Niet zonder succes. Karis maakte op 23 april bekend dat hij weigerde de wet van zijn handtekening te voorzien, omdat die het beginsel van godsdienstvrijheid ‘in te excessieve mate’ zou inperken. De woorden ‘zich laten leiden’ vond hij te vaag en een opstap naar een te brede, willekeurige interpretatie. ‘Wet 570 UA’ ging terug naar het parlement. In de media rezen direct twijfels over de wijsheid van Karis’ actie. De president beriep zich weliswaar op de Grondwet, die volgens hem al voldoende aanknopingspunten bevat om de Russisch-orthodoxe kerk zo nodig aan te pakken. Maar de Grondwet verbiedt juist ook het aanzetten tot haat op politieke gronden en tot geweld, zo concludeerde Postimees. En Rusland is nu eenmaal een meester in het benutten van grondwettelijk verankerde vrijheden in democratische landen, met als doel het onderwerpen van diezelfde landen. Naast het artikel prijkt een veelzeggende cartoon: de nazi-hakenkruisvlag, een vlag met de Russische ‘Z’ en een vlag met het Russisch-orthodoxe kruis zijn gebroederlijk naast afgebeeld.

Karis zou niettemin zijn zin krijgen. ‘Zich laten leiden’ werd door de vaste parlementscommissie voor Juridische Zaken vervangen door ‘banden hebben met’. Verder werden de bedreigingen voor de openbare orde en de nationale veiligheid geconcretiseerd – de aangepaste versie van de wet linkte die nu aan het steunen of financieren van ondermijnende, staatsgevaarlijke, en dergelijke activiteiten. Het parlement ging op 18 juni akkoord, maar Karis’ kanselarij maakte twee weken later bekend dat de president de wet opnieuw niet zou ondertekenen. Een absoluut unicum. Volgens Karis knaagde ‘Wet 570 UA’ nog altijd aan de vrijheid van godsdienst. ‘Banden met het buitenland’ vond hij ook niet helder genoeg, de definitie van de bedreigingen voor de openbare orde en de nationale veiligheid evenmin. Het parlement wilde niet tot nieuwe aanpassingen overgaan en nam de, weer teruggestuurde, wet op 17 september in ongewijzigde vorm aan. Karis restte, conform de Grondwet, nu twee opties: alsnog tekenen of de wet doorsturen naar het Hooggerechtshof. Hij koos voor het laatste. 

Het Hooggerechtshof doet uitspraak

Het Hooggerechthof deed begin juni uitspraak. De kern van het omvangrijke arrest is dat uit Wet 570 UA volgt dat de overheid een kerkgenootschap alleen mag ontbinden als minder vergaande maatregelen onvoldoende zijn gebleken. Bovendien kan dat niet zomaar: de overheid moet eerst naar de rechter stappen, waarna de betrokken kerk nog in beroep kan gaan. Van een automatische ontbinding is dus geen sprake en de godsdienstvrijheid komt daarmee niet in het geding. Bovendien mag een kerkgenootschap alleen worden verboden banden met het buitenland te onderhouden als overtuigend kan worden aangetoond dat daarvan een concrete bedreiging uitgaat. Hypothetische scenario’s en risico’s zijn daarvoor niet voldoende. Kortom, Karis zal de wet moeten tekenen.

De Russisch-orthodoxe kerk overweegt om tegen de uitspraak in beroep te gaan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg

De ‘EKÕK’ reageerde uiteraard teleurgesteld. Een woordvoerder zei op de zender Raadio Kuku dat de kerk ‘op een alledaags niveau al onafhankelijk opereert’ en dat de rol van de Moskouse Patriarch Kirill zich beperkt tot het lezen van de toegezonden verslagen en notulen. De kerk overweegt om tegen de uitspraak in beroep te gaan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De voorvechters van het wetsamendement waren natuurlijk content met het vonnis. Minister van Binnenlandse Zaken Igor Taro, de opvolger van Läänemets, herhaalde dat er geen alternatief was voor de wet – verantwoordelijk voor het doorvoeren daarvan was het leiderschap van Rusland dat een moorddadige oorlog tegen Oekraïne was begonnen, met het Patriarchiaat van Moskou als zijn alles rechtvaardigende bondgenoot. Taro en zijn medestanders zullen zich ook in hun gelijk bevestigd hebben gezien door een passage uit het in april verschenen jaarverslag van de Estse Binnenlandse Veiligheidsdienst. Daarin staat dat de EKÕK nog altijd banden onderhoudt met Moskou en op afstand wordt aangestuurd door Jevgeni. Volgens het rapport worden de richtlijnen voor en coördinatie van de activiteiten van de kerk, namens Patriarch Kirill, verzorgd door de afdeling Externe Betrekkingen en Administratieve Zaken van het Dioscees voor het Nabije Buitenland. Die afdeling werd opgericht op 24 maart 2022, precies een maand na het begin van de Russische invasie van Oekraïne.

Maar onder de voorstanders van ‘Wet 570 UA’ vielen ook meer kritische geluiden te horen. Columnist Kaarel Tarand klaagde in Sirp, het favoriete (culturele) tijdschrift van de Estse intelligentsia, dat het oordeel van het Hooggerechtshof geen duidelijkheid verschaft, maar dat het arrest eerder getuigt van het weglopen voor een solide aanpak van het onderliggende probleem. ‘Het Patriarchaat van Moskou diende zich in Estland aan als een filiaal en een instrument van de bezettingsmacht, maar in tegenstelling tot de Communistische Partij, het Rode Leger of de Unie-fabrieken [de industrie in de Sovjet-republiek Estland die direct onder Moskou viel, JB] werd de kerk van Moskou na het herstel van Estlands onafhankelijkheid niet ontbonden of verdreven’, aldus Tarand. ‘Concreet en niet abstract’ betekende volgens hem dat ‘Kirill kan doorgaan met het zegenen van agressie en oorlogsmisdaden en met het graveren van de heiligheid van de oorlog in zijn leer’. ‘Dat is immers iets abstracts, geen bedreiging’, sneerde hij naar de rechters. En zou het voor de gemiddelde Orthodoxe gelovige werkelijk zoveel verschil maken, als de kerk zou overstappen naar een ander patriarchaat? ‘Die zal het niet [eens] merken, totdat de priester het tijdens de dienst vertelt en dan voorgaat in het gebed voor de gezondheid van de [nieuwe] Patriarch’.

Putin KirillDe Russische president Poetin en Patriarch Kirill eerder dit jaar in het Kremlin. Foto: Kremlin.ru

Russisch Obrigkeitsdenken en een concurrerende kerk

De ontboezemingen van Tarand zijn illustratief voor het negatieve beeld dat de meeste Esten hebben van de Russisch-orthodoxe kerk. Die geldt als een aanjager en een aanhangsel van het Russische Obrigkeitsdenken – de blinde gehoorzaamheid aan autoriteit die Rusland en zijn naaste buren door de eeuwen heen zoveel autoritaire ellende heeft berokkend, en als een obstakel voor de integratie van de Russische minderheid in de Estse samenleving die wel Westers, liberaal-democratisch (en seculier en individualistisch) is. In deze benadering klinkt een sterke echo door van de ‘Clash of Civilizations’-theorie van de Amerikaanse politicoloog Samuel P. Huntington die de ‘beschavingsgrens’ tussen Westers en Orthodox ten oosten van Estland trok (de vertaling van Huntingtons gelijknamige boek was daar een heuse bestseller).

Tarands opmerking over ‘een ander patriarchaat’ wijst nog op iets anders. Er bestaat in Estland ook een Estse Apostolisch-orthodoxe kerk, de Eesti Apostlik-Õigeusu Kirik (EAÕK). Die scheidde zich in 1923, vijf jaar na het uitroepen van de nationale onafhankelijkheid, af van het Patriarchaat van Moskou en schaarde zich onder de vleugels van het Patriarchaat van Constantinopel. Ten tijde van de Sovjet-bezetting van Estland zou haar positie verschrompelen – de Sovjet-Unie, hoewel officieel atheïstisch, trok het Patriarchaat van Moskou voor – maar na 1991 wist zij zich te herstellen. De Apostolisch-orthodoxe kerk zou, tot grote ergernis van de Russisch-orthodoxe rivaal, in 1996 haar canonieke jurisdictie in Estland herstellen. Met als gevolg dat de kerk ook alle door de Sovjets geconfisqueerde eigendommen kon gaan terugeisen. Aan het begin van deze eeuw kwam de relatie in een iets kalmer vaarwater terecht, maar de wederzijdse aversie tussen beide kerken is nooit verdwenen. De Estse Apostolisch-orthodoxe kerk was ook niet erg gelukkig met de nieuwe, gedeeltelijk overlappende naam die de Russisch-orthodoxe kerk in Estland zichzelf aanmat: ‘de Estse Christelijk-orthodoxe kerk’.

Moskou heeft zich uiteraard niet onbetuigd gelaten. Het Russische parlement nam in juni 2001 zelfs een verklaring aan over ‘de vervolging van de Russisch-orthodoxe kerk’ in Estland. Ook de Russische buitenlandse inlichtingendienst SVR liet zich niet onbetuigd. In januari van dit jaar beschuldigde zij patriarch Bartholomeus I van Constantinopel – omschreven als ‘de antichrist’ – er nog van de Russisch-orthodoxe kerk uit de Baltische staten te willen verdrijven. Het Estse dagblad Postimees voorspelde in juli 2022 in een redactioneel commentaar dat het belang van de Apostolisch-orthodoxe kerk alleen maar zou toenemen. Een groot deel van de vluchtelingen uit Oekraïne had een Orthodoxe achtergrond en zou nu een keuze maken tussen de Russisch-orthodoxe kerk en de Estse Apostolisch-orthodoxe kerk. Volgens de krant was het daarom belangrijk de nieuwkomers actief op het bestaan van die laatste te wijzen, zodat zij niet vanzelfsprekend bij de Russisch-orthodoxe kerk zouden aankloppen.

Een patstelling?

Het Estse ministerie van Binnenlandse Zaken wil nu met ‘alle religieuze gezindten die door de wetswijziging worden getroffen’ (lees: de Russische-orthodoxe kerk) om de tafel en wil, vanaf het moment van de inwerkingtreding, binnen zes maanden een oplossing vinden. ‘De bal ligt nu bij deze gezindten, onze verwachting is dat ze aan de Estse wetgeving zullen voldoen’, zei een gespecialiseerd ambtenaar van het ministerie tijdens een persconferentie. Mocht er binnen dat tijdsbestek niets zijn gebeurd, ‘dan kunnen er procedures volgen met betrekking tot een gedwongen ontbinding’, zo waarschuwde hij alvast. Onduidelijk is overigens wat het lot van het Kuremäe-klooster zal zijn; dat valt direct onder de jurisdictie van de Patriarch van Moskou en het zich daaraan onttrekken zou volgens Filareta ‘een verschrikkelijke zonde’ zijn.

De situatie in het naburige Letland, dat ook een grote Russische minderheid herbergt, laat zien wat de uitkomst zou kunnen zijn. Het parlement aldaar besloot al in september 2022 om de Russisch-orthodoxe kerk te dwingen zichzelf van Kirills patriarchaat te ontkoppelen. De kerk legde zich hierbij neer en nam haar nieuwe, ‘onafhankelijke’ status een jaar later daadwerkelijk in de statuten op. Alleen heeft Kirill, die woedend reageerde, dit nooit geaccepteerd. Hij beschouwt zichzelf nog altijd als de rechtmatige roerganger van de Russisch-orthodoxe kerk in Letland.    

Belangrijker is echter hoe de Russisch-orthodoxe gelovigen, die zich ongetwijfeld geraakt voelen in hun historisch-culturele identiteit, op het gedwongen afscheid van Kirill zullen reageren. En op de nieuwe, rauwere werkelijkheid in Estland.

10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig

In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.

  • Gerelateerde artikelen
    Geen oorlog, wel luchtalarmen
    Geen oorlog, wel luchtalarmen
    Deze week schoten NAVO-vliegtuigen boven het oosten van Letland een drone uit de lucht. Het was de zoveelste keer in de afgelopen weken dat inwoners een luchtalarm binnen kregen op hun telefoon. Jelle...
    Baltische landen hebben schoon genoeg van bezettingsscenario’s
    Baltische landen hebben schoon genoeg van bezettingsscenario’s
    Een ogenschijnlijk absurd online fenomeen – de ‘Volksrepubliek Narva’ – legt een serie hardnekkige aannames bloot over de Russische dreiging in de Baltische landen. Westerse doemscenario’s b...
    Hoe twee avontuurlijke Esten Russischtalig Narva helpen
    Hoe twee avontuurlijke Esten Russischtalig Narva helpen
    Narva, de meest oostelijke stad van Estland, is Russischtalig, vergrijsd en economisch geïsoleerd. Correspondent en historicus Jeroen Bult reisde af naar de grensplaats en sprak met twee jonge Estse ...

Publish the Menu module to "offcanvas" position. Here you can publish other modules as well.
Learn More.