Wat gebeurt er met een taal wanneer de staat haar normen aanscherpt, oorlog nieuwe betekenissen voortbrengt en de diaspora anders gaat nadenken over waar en wanneer zij haar moedertaal spreekt? De Russische taal biedt opvallende voorbeelden van deze ontwikkelingen op het snijvlak van taal en samenleving. Alsu Buiting licht er een aantal uit.
Nikolaj Kropatsjev, rector van de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg, presenteert het nieuwe Verklarend woordenboek van de staatstaal van de Russische Federatie. Foto: Stichting Roskongress
In 2025 publiceerde de Russische overheid het Verklarend woordenboek van de staatstaal van de Russische Federatie. Het is een van de woordenboeken die officieel vastleggen welke taalnorm geldt wanneer het Russisch als staatstaal wordt gebruikt. Onder meer de ‘traditionele waarden’ van Rusland komen erin naar voren, in afstemming met de Russisch-Orthodoxe Kerk.
Een jaar later kwam bracht de onafhankelijke Russische nieuwssite Echo het Etnografisch woordenboek van de oorlog uit, gebaseerd op gelekte verzoeken en klachten van Russische militairen en hun familieleden. Het geeft weer met welke woorden zij hun ervaringen met de oorlog beschrijven.
Waar het ene woordenboek een nieuwe norm vaststelt, verzamelt het andere de woorden en betekenissen die mensen in de oorlog gebruiken.
Russisch als staatstaal
Russisch was in de Sovjet-Unie al decennialang de belangrijkste gemeenschappelijke taal voordat die positie juridisch werd vastgelegd. Pas in 1990 bepaalde de Sovjetwet op de talen van de volkeren van de USSR dat het Russisch de officiële taal van de Sovjet-Unie was en als middel voor interetnische communicatie diende. Een jaar later kreeg het in de Russische Sovjetrepubliek (RSFSR) de status van staatstaal. De grondwet van 1993 bevestigde die status voor de nieuwe Russische Federatie.
Onder Vladimir Poetin kreeg de relatie tussen taal en staat meer nadruk. Tijdens een persconferentie in 2003 noemde hij het Russisch een van de fundamenten van de Russische staat en stelde hij dat de taal steun van de staat nodig had. Sociolinguïst Lara Ryazanova-Clarke beschreef enkele jaren later hoe taalbeleid onder Poetin steeds nauwer verbonden raakte met ideeën over staat en nationale identiteit.
Onder Vladimir Poetin kreeg de relatie tussen taal en staat meer nadruk
In 2023 werd de wet op de staatstaal uitgebreid. De normen voor het Russisch als staatstaal moesten worden vastgelegd in door de regering erkende woordenboeken en naslagwerken. Daarnaast werd het toepassingsgebied verbreed: van overheid, rechtspraak en officiële documenten tot onderwijs, media, publieke culturele evenementen, consumenteninformatie en reclame.
‘Goelag’ en ‘stalinisme’ zijn verdwenen
Op 30 april 2025 stelde de regering een eerste lijst met normatieve woordenboeken vast. Het Verklarend woordenboek van de staatstaal van de Russische Federatie is daar één van. De tweedelige uitgave bevat ruim 45.000 woorden en woordcombinaties. De lexicografische basis was het Groot verklarend woordenboek van de Russische taal onder redactie van Sergej Koeznetsov uit 1998, dat ongeveer 130.000 woorden bevat.
Naast taalkundigen werkten specialisten uit andere vakgebieden mee. Voor vaktermen werden onder andere juristen, economen, medici, geografen, politicologen en historici geraadpleegd. De definities van de Russische ‘traditionele geestelijke en morele waarden’ werden afgestemd met de juridische afdeling van de Russisch-Orthodoxe Kerk. Een presidentieel decreet uit 2022 rekent onder meer leven, menselijke waardigheid, patriottisme, een sterk gezin, historische herinnering, humanisme en rechtvaardigheid tot die waarden.
Bij politieke en maatschappelijke begrippen gaat het woordenboek verder dan het vastleggen van taalnormen. Bij democratie volgt na een algemene omschrijving een aparte betekenis voor de politieke praktijk van westerse landen. Burgers hebben daar volgens het woordenboek bepaalde rechten en vrijheden, terwijl staatsinstellingen handelen in het belang van invloedrijke personen die de besluitvorming beïnvloeden. Als voorbeeld wordt schijndemocratie gegeven.
Bij autocratie blijft de bekende definitie staan: een regeringsvorm waarin de onbeperkte hoogste macht bij één persoon berust. Daaraan voegt het woordenboek de uitspraak toe dat autocratie sinds het ontstaan van de staat de meest verbreide en duurzame regeringsvorm is.
Bij Europa is de verandering subtieler. In Koeznetsovs oudere woordenboek wordt nog verwezen naar het bekende ‘venster op Europa’, de uitdrukking die via Poesjkin verbonden raakte met Peter de Grote en Ruslands oriëntatie op Europa. Die verwijzing ontbreekt in de nieuwe editie.
Ook goelag stond in Koeznetsovs woordenboek uit 1998, maar ontbreekt in de officiële editie van 2025. Hetzelfde geldt voor stalinisme. Dat valt op tegen de achtergrond van de veranderende omgang met de stalinistische repressie in Rusland.
De oorlog in woorden
Het Etnografisch woordenboek van de oorlog, uitgegeven door de onafhankelijke redactie van Echo, heeft een heel ander vertrekpunt. De belangrijkste bron is een online klachtenregistratie van de Russische mensenrechtencommissaris Tatjana Moskalkova. Die werd blootgelegd toen de redactie van Echo een beveiligingslek ontdekte en alle verzoeken en klachten downloadde die tussen 21 april en 3 september 2025 waren ingediend, voordat het lek werd gedicht. Het ging om 9.476 unieke verzoeken; 6.739 daarvan, 71 procent, hielden verband met de oorlog.
Indieners vroegen bijvoorbeeld om hulp bij het zoeken naar vermiste familieleden, medische behandeling of uitbetaling van geld, of klaagden over commandanten, geweld en omstandigheden binnen militaire eenheden. Antropoloog Aleksandra Archipova en psycholoog Joeri Lapsjin controleerden het materiaal aan de hand van andere bronnen, waaronder grote onlinegroepen voor families van militairen en interviews met Russische deserteurs. Het woordenboek telt 77 artikelen over nieuwe woorden en over bestaande woorden die in de oorlog een andere betekenis hebben gekregen.
Baba Jaga (Баба-яга), de heks uit Slavische sprookjes, is bijvoorbeeld de naam geworden voor een zware Oekraïense drone. Een kleinere drone kan eenvoudigweg een vogeltje heten. Daaraan gerelateerd kan de lucht ‘schoon’ of ‘vuil’ zijn, afhankelijk van de aanwezigheid van drones.
Een vleesaanval (мясной штурм) doet denken aan ‘kanonnenvoer’(пушечное мясо), maar is specifieker. Het woord verwijst naar een concrete gevechtstactiek waarbij herhaaldelijk kleine groepen op vijandelijke posities worden afgestuurd en grote verliezen vooraf worden ingecalculeerd. De gedachte is dat de verdediger daardoor uiteindelijk zijn mensen en munitie uitput. Archipova en Lapsjin vonden de uitdrukking niet vóór 2022. In de klachten schrijven militairen en familieleden bovendien dat ook gewonden en zieken voor zulke aanvallen worden ingezet. De dreiging om in een vleesaanval terecht te komen kan dienen als straf of als middel om soldaten tot gehoorzaamheid te dwingen. Volgens het woordenboek maken zulke opdrachten soms deel uit van een informele economie waarin militairen betalen om niet naar een aanvalseenheid te worden gestuurd.
Screenshot uit het Etnografisch woordenboek van de oorlog, gemaakt door Echo.
Diezelfde ontmenselijking klinkt door in op nul zetten (обнулить). In het frontjargon verwijst de uitdrukking naar het doden van een militair door eigen commandanten of medesoldaten: iemand wordt geëxecuteerd of bewust op een missie gestuurd waarvan terugkeer vrijwel uitgesloten is. Oorspronkelijk betekent op nul zetten eenvoudigweg iets terugbrengen tot nul. In de oorlogstaal wordt de uitdrukking een eufemisme voor het doden van eigen mensen.
Het woordenboek bevat ook zwarte weduwe (чёрная вдова). De term verwijst naar een sociale praktijk die samenhangt met de hoge uitkeringen rond de oorlog. Volgens de auteurs wordt de uitdrukking gebruikt voor vrouwen die een huwelijk, vaak fictief, met een militair aangaan om na zijn dood aanspraak te kunnen maken op de hoge uitkeringen voor nabestaanden.
‘Zwarte weduwe’ verwijst naar vrouwen die een huwelijk met een militair aangaan om na zijn dood aanspraak te kunnen maken op de hoge uitkeringen voor nabestaanden
Soms zit de verandering juist in wat níét wordt gezegd. Archipova en Lapsjin wijzen erop dat Oekraïne opvallend weinig voorkomt in de onderzochte teksten. Schrijvers gebruiken formuleringen als ‘het gebied van de speciale militaire operatie’, ‘een ander land’ of ‘het grondgebied van een vreemde staat’.
Archipova onderzocht eerder al hoe repressie taalgebruik beïnvloedt. Voor de online tentoonstelling No wobble! verzamelde haar team tussen maart 2022 en februari 2023 471 anonieme anti-oorlogsuitingen uit 48 Russische steden en plaatsen. De titel betekent letterlijk ‘Nee tegen de voorn’ (Нет вобле) en ontstond als woordspel op de leus ‘Nee tegen de oorlog’ (Нет войне). De verzamelde uitingen documenteren protest tegen de oorlog en het regime binnen Rusland.
10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig
In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.
Russisch buiten Rusland, taalschaamte en zelfcensuur
De Russische taal wordt ver buiten Rusland gesproken, door mensen met verschillende nationaliteiten en etnische achtergronden. Sinds 2022 is Russisch spreken in het openbaar voor sommige Russischtaligen minder vanzelfsprekend geworden.
Sofia Davydenko en Alastair Henry onderzochten de ervaringen van vijf Russischtalige vrouwen met een Russische migratieachtergrond in Zweden. Na februari 2022 werd het voor de deelnemers beladener om als Russisch herkend te worden. Sommigen probeerden situaties te vermijden waarin hun achtergrond door hun taal of accent herkend kon worden; anderen gingen bewuster nadenken wanneer zij die achtergrond wel of niet openbaarden. In het onderzoek kreeg een kind dat vertelde Russisch te spreken zelfs de vraag: ‘Waarom vermoorden jullie mensen?’
In het onderzoek kreeg een kind dat vertelde Russisch te spreken de vraag: ‘Waarom vermoorden jullie mensen?’
Ook het onderzoek van Irina Dubinina en haar collega’s onder zestien Russischtalige ouders in de Verenigde Staten beschrijft hoe de oorlog dagelijkse taalkeuzes beïnvloedt. Alle zestien geïnterviewde ouders bleven Russisch zien als een bron van identiteit, cultureel kapitaal en samenhang binnen het gezin. Sommige deelnemers beschreven na 2022 schaamte of ongemak rond hun Russische identiteit. Een moeder die bij het begin van de oorlog met haar gezin in Tsjechië woonde, kreeg kritiek wanneer zij in het openbaar Russisch met haar kind sprak en begon dat te vermijden. Ook na haar terugkeer naar de Verenigde Staten aarzelde zij om buitenshuis weer Russisch met hem te spreken.
Waar de staat de norm oplegt en de oorlog nieuwe betekenis aan woorden geeft, leidt de politieke lading voor sommige Russischtaligen tot zelfcensuur in het dagelijks taalgebruik. Ik herken uit eigen ervaring hoe mensen in het openbaar zachter Russisch spreken, overschakelen op een andere taal of Russisch helemaal vermijden om geen aandacht te trekken. Daarbij ontstaat ook het gevoel dat herkenbaar zijn als Russisch automatisch om uitleg vraagt over de eigen houding tegenover Rusland en de oorlog.
Russisch wordt vaak met Rusland en het huidige regime geassocieerd, maar voor velen is de taal veel meer dan de Russische staat en haar politiek.



