Op de plek waar tot eind 2024 in Moskou het Goelagmuseum gevestigd was, zal dit jaar een nieuw museum openen: het ‘Museum van de Herinnering.’ Dit museum wordt volledig gewijd aan de slachtoffers van de vermeende ‘genocide op het Sovjetvolk’ tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog. Het narratief krijgt een nog prominentere plaats in de Russische publieke herinnering, schrijft Suzanne Rademaker. Ondertussen is er in diezelfde publieke ruimte steeds minder plaats voor de herinnering aan de slachtoffers van de stalinistische repressie.
Goelagmuseum in 2015. Foto: ANP / EPA / Maxim Shipenkov
Het Goelagmuseum opende in 2001 zijn deuren en vertelde de geschiedenis van de Goelags, het netwerk van Sovjetwerkkampen dat onder leiding van Jozef Stalin door de hele Sovjet-Unie werd uitgebouwd. In deze kampen werden tussen 1929 en 1953 naar schatting 18 miljoen mensen opgesloten, vaak politieke gevangenen.
In november 2024 moest het museum plotseling sluiten. Enkele maanden later, in januari 2025, werd directeur Roman Romanov ontslagen. Ook werd hij door Vladimir Poetin uit de Russische Mensenrechtenraad gezet. Hoewel als officiële reden werd gegeven dat het museumgebouw niet aan de brandveiligheidseisen voldeed, meldde nieuwssite Meduza dat de sluiting in werkelijkheid verband hield met Romanovs weigering om politiek gevoelige onderwerpen, zoals Stalins Grote Zuivering, te schrappen uit een tijdelijke tentoonstelling over Moskou en zijn inwoners. Hoewel Romanov op papier werd vervangen door Anna Trapkova, tevens directeur van het Museum van Moskou, bleven de deuren van het museum gesloten.
Nalatenschap van Stalin in Poetins Rusland
Voor Vladimir Poetin is de nalatenschap van Stalin al sinds het begin van zijn presidentschap een gevoelig onderwerp. Enerzijds moest er in Rusland ruimte blijven bestaan voor de donkere bladzijden uit Ruslands geschiedenis, een proces dat al aan het eind van de Sovjetperiode was opgestart. Naast het Goelagmuseum bestaat er sinds 1991 in Rusland een officiële dag van de herdenking van de slachtoffers van politieke repressie. Ook opende Poetin in 2017 hoogstpersoonlijk de Muur van Verdriet, een monument voor de slachtoffers van politieke repressie, een actie die door Russische oppositieleden werd afgedaan als pure symboolpolitiek, aangezien Poetin zelf ook mensen had gevangengezet of laten ombrengen wegens hun politieke standpunten.
Anderzijds blijft Stalin voor Poetin van groot belang, vanwege zijn rol in de overwinning van het Rode Leger in de Grote Vaderlandse Oorlog. Deze overwinning werd in Poetins herinneringspolitiek, net als in de Sovjettijd, een van de belangrijkste pijlers van de post-Sovjet Russische nationale identiteit. Hoewel die overwinning ook vaak wordt toegeschreven aan het Sovjetvolk als geheel, blijft Stalin daarin een belangrijke figuur.
Voor Poetin is de nalatenschap van Stalin een gevoelig onderwerp
Zelf stelde Vladimir Poetin in 2025 dat ‘alles wat te maken heeft met de Grote Vaderlandse Oorlog en Stalins rol in de overwinning moet worden herinnerd en gedepolitiseerd.’ Hoewel hij erkende dat er ‘veel problemen worden geassocieerd met Stalins repressie’, zou het volgens de Russische president onjuist zijn als deze misdaden ertoe leiden dat ‘de rol die deze man speelde in de overwinning van het Sovjetvolk’ wordt vergeten. Dat Stalin niet vergeten mag worden, laat zich ook zien in de Russische publieke ruimte: een recent onderzoek laat zien dat het aantal gedenktekens van de Sovjetleider sinds 1995 ieder jaar is toegenomen.
Nieuw Museum van de Herinnering
Op de voormalige website van het Goelagmuseum staat inmiddels aangekondigd dat in het gebouw in 2026 het ‘Museum van de Herinnering’ zal openen dat de slachtoffers van de ‘genocide op het Sovjetvolk’ tijdens de Tweede Wereldoorlog herdenkt. Dat het juist de genocide op het Sovjetvolk is dat het Goelagmuseum nu vervangt, lijkt geen toeval.
Sinds 2019 is het Russische idee over slachtofferschap ingrijpend veranderd. Het benadrukt nu dat Sovjetburgers, naast Joden, Roma en Sinti, ook het slachtoffer waren van een genocide gepleegd door nazi's, vaak de ‘genocide op het Sovjetvolk’ genoemd. Dit verhaal toont Rusland niet alleen als de overwinnaar in de oorlog, maar ook als een van de belangrijkste slachtoffers.
Het Russische idee over slachtofferschap is ingrijpend veranderd
Volgens de officiële aankondiging van de stad Moskou zullen de tentoonstellingen van het museum dan ook ‘alle etappes van de nazi-oorlogsmisdaden tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog behandelen.’ Volgens de nieuwe directeur van het museum, Natalja Kalasjnikova, is een van de belangrijkste doelstellingen van het museum om bij een jonge generatie Russen een ‘sterke afwijzing van het nazisme in al zijn verschijningsvormen in te prenten.’ Ook met de keuze voor een nieuwe directeur lijkt het Kremlin te zijn gegaan voor iemand die dichter bij de officiële lijn staat. Kalasjnikova, voorheen hoofd van het Smolensk Vestingmuseum, ontving eerder een medaille voor haar bijdrage aan de ‘speciale militaire operatie’.
Herinterpretatie van de geschiedenis
Het is overigens niet de eerste keer dat het Kremlin de slachtoffers van de Grote Vaderlandse Oorlog gebruikt om de herinnering aan de slachtoffers van Stalins repressies te verdringen. Zo werden massagraven van slachtoffers van Stalins repressie in de Russische regio Karelië, die in de jaren negentig werden ontdekt door onder anderen de historicus, activist en politiek gevangene Joeri Dmitriev, in recente jaren steeds vaker gepresenteerd als ‘slachtoffers van de Finse bezetting’ tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarmee verschuift de officiële lezing van deze plaatsen van herinnering: van monumenten voor stalinistische misdaden naar plekken die passen binnen het bredere oorlogsverhaal van de Sovjetoverwinning. Met de juridische erkenning van de ‘genocide op het Sovjetvolk’ in de regio Karelië in 2024 zijn deze slachtoffers officieel niet meer slachtoffers van Stalin, maar van een vermeende genocide.
Monumenten voor stalinistische misdaden worden plekken die passen binnen het bredere oorlogsverhaal van de Sovjetoverwinning
Met de sluiting van het Goelagmuseum enerzijds en de opening van het nieuwe Museum van de Herinnering anderzijds lijkt het Kremlin nog verder duidelijk te maken dat het weinig belang meer heeft bij een prominente publieke herinnering aan Stalins repressie. Hoewel deze geschiedenis niet volledig kan worden uitgewist, kan zij wel naar de achtergrond worden gedrukt. In de Russische publieke ruimte blijft daarmee vooral ruimte over voor een verhaal waarin Stalin wordt herinnerd als leider van een grootmacht en als oorlogsleider, terwijl de herinnering aan zijn misdaden naar de marges verschuift. Dit patroon was eerder al zichtbaar in het proces tegen Joeri Dmitriev en de sluiting van de mensenrechtenorganisatie Memorial.
Onderdeel van historische strijd
Deze herinterpretatie van de geschiedenis staat natuurlijk niet los van de huidige geopolitieke spanningen en Ruslands oorlog tegen Oekraïne. Zo kreeg de campagne in Karelië extra momentum nadat Finland, het land dat het Kremlin het meest verantwoordelijk houdt voor de ‘genocide op het Sovjetvolk’ in Karelië, in 2023 lid werd van de NAVO. Ook de doelstelling van het nieuwe museum sluit aan bij deze politieke context. Volgens directeur Kalasjnikova zou het museum namelijk bij een nieuwe generatie Russen een ‘sterke afwijzing van het nazisme in al zijn verschijningsvormen’ moeten inprenten.
Door de nadruk te leggen op de strijd tegen vermeend nazisme suggereert het Kremlin dat de huidige conflicten met buurlanden, van Oekraïne tot de Baltische staten, deel uitmaken van een langere historische strijd, waarin Rusland steeds als slachtoffer wordt gepresenteerd. Tegelijkertijd wordt de vijand steeds nadrukkelijker buiten Rusland geplaatst: in Europa en in Oekraïne, maar niet binnen de eigen grenzen. De sluiting van het Goelagmuseum benadrukt de verschuiving: de herdenking van interne repressie moet plaatsmaken voor een narratief waarin externe vijanden centraal staan.
10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig
In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.



