Op 27 juni 2023 landde een kruisraket op een pizzarestaurant in het oosten van Oekraïne. De schrijver Victoria Amelina raakte zwaargewond en overleed drie dagen later – ze was zevenendertig jaar. Postuum kreeg ze onder andere de Prix Voltaire Special Award (2024) en de Orwell Prize for Political Writing (2025) toegekend. Onlangs verscheen haar boek Vrouwen die oorlog zien in een Nederlandse vertaling. Journalist en slavist Eva Peek schreef een nawoord bij het boek, dat door de Nederlandse Boekengids in verkorte en aangepaste versie werd gepubliceerd.
Victoria Amelina (1986-2023)
De Russische oorlog in Oekraïne is op het moment van schrijven nog niet voorbij. De Russen bombarderen de Oekraïense energiefaciliteiten dusdanig ongenadig dat miljoenen Oekraïners in de vrieskou zitten. Het dodental aan het front en onder burgers blijft oplopen. De duizenden kinderen die Rusland ontvoerde zijn elke dag langer van huis. Tegelijkertijd is de jacht op gerechtigheid voor Oekraïne, waar Victoria Amelina verslag van deed, nog steeds in volle gang. De organisatie waarvoor ze oorlogsmisdaden onderzocht, Truth Hounds, heeft in 2025 vijftien veldmissies uitgevoerd en meer dan 120 verdachten van oorlogsmisdaden geïdentificeerd. Het literair festival New York dat Amelina oprichtte, verzorgde een literair zomerkamp voor jongeren uit Bachmoet en omstreken. En PEN Ukraine rijdt nog steeds met een gammel busje naar bibliotheken die dicht bij de frontlinie staan om boeken te brengen, een project waar Amelina mee begon.
Dat laatste mocht ik zelf meemaken toen ik met vijf Oekraïense schrijvers naar Zaporizja reed met een lading volgepakte kartonnen dozen met Oekraïenstalige boeken. Een van de manieren waarop Amelina’s vrienden haar werk namelijk ook wilden voortzetten, was het instellen van een Victoria Amelina fellowship, georganiseerd door INDEX | Institute for Documentation and Exchange en PEN Ukraine. Daardoor mogen een schrijver uit Oekraïne en een schrijver uit het buitenland werken aan projecten die de wortels en gevolgen van de Russische invasie van Oekraïne onderzoeken. Ik was de eerste buitenlandse fellow. Ook ik werk aan een boek over de ervaringen van Oekraïense vrouwen, en mocht bij hen dat onderzoek uitbreiden.
Gerechtigheid
Drie maanden woonde ik in Lviv, in het appartement onder dat van Amelina. ’s Ochtends en ’s avonds keek ik uit op dezelfde televisietoren die zij beschrijft, en ik sliep net onder de plek waar zij ging schuilen voor drones en raketten, in wat zij haar ‘nest, schuilplaats en vesting’ noemde. In een park in Lviv waar ik regelmatig doorheen liep bestudeerde ik de portretten van soldaten die vermist waren, of in gevangenschap vastgehouden, met de slogan ‘we houden hoop, we wachten’ erbij geschreven. Dat moet de bevolking inspireren verantwoordelijkheid te nemen voor de maatschappij, las ik bij de toelichting.
Het is niet makkelijk om over oorlog te schrijven zonder te vervallen in larmoyante clichés, of juist in die typische kale, statige zinnen met dat specifieke ritme dat een bepaald pathos over moet brengen. Amelina deed dat in haar boek allemaal niet.
Het was een eer om door dezelfde straten te lopen als Amelina, om met mensen te praten die haar hadden gekend. Een eer, en een enorme verantwoordelijkheid. Het is niet makkelijk om over oorlog te schrijven zonder te vervallen in larmoyante clichés, of juist in die typische kale, statige zinnen met dat specifieke ritme dat een bepaald pathos over moet brengen. Amelina deed dat in haar boek allemaal niet. Ze schreef met een subtiel gevoel voor ironie en spot, met een menselijkheid en tegelijkertijd een woede die door de hele tekst brandt. Ze had oog voor complexiteit, en geen tijd voor onzin.
Amelina wist dat gerechtigheid noodzakelijk is om duurzame vrede mogelijk te maken. Het is dan ook opvallend dat de Engelse ondertitel A War and Justice Diary in het Nederlands is veranderd in ‘Oekraïens dagboek’. Daarmee zijn zowel ‘war’ als ‘justice’ uit de titel verdwenen. Verkoopt gerechtigheid niet? Is het een te pijnlijk woord? Of kunnen we inmiddels stellen dat zowel het woord ‘oorlog’ als de zoektocht naar ‘rechtvaardigheid’ samengebald worden in het woord ‘Oekraïens’?
Schaamte
Het vertellen van het verhaal van onrecht is de ultieme vorm van gerechtigheid, zegt Amelina zelfverzekerd tegen een man die over het leed van zijn oma in de Holodomor vertelt. Ze heeft voor haar missie als onderzoeker van oorlogsmisdaden niet zo veel aan die getuigenis, maar deze mensen wachten al zo lang op gerechtigheid dat ze toch alles opschrijft. En dan wendt ze zich tot ons, de lezers, in bittere vertwijfeling: ‘Gerechtigheid zal er uiteindelijk toch komen, niet?’ Op de omslag van de Engelse vertaling kijkt zij de lezer direct aan, met haar opvallende blauwe ogen in een bleek gezicht. Haar blik volgde me de hele tijd in Oekraïne, net zoals het boek van Susan Sontag Kijken naar de pijn van anderen me leek aan te staren vanaf bijna elke Oekraïense boekenplank die ik voorbijliep. In de geest van Sontags boek vreesde ik in Oekraïne het doodlopende medeleven, en ik vrees het nog altijd.
De cover van het boek van Susan Sontag Kijken naar de pijn van anderen leek me aan te staren vanaf bijna elke Oekraïense boekenplank die ik voorbijliep. In de geest van Sontags boek vreesde ik in Oekraïne het doodlopende medeleven, en ik vrees het nog altijd.
Op een voor Amelina georganiseerde herdenkingsdag mocht ik voorlezen uit zowel Amelina’s als mijn eigen werk. Ik las een verslag voor van een reis die ik maakte naar het zuiden van het land, waarin ik iets schreef over tegenstellingen die op een paradoxale manier wegvielen in Oekraïne tijdens de oorlog, zoals tussen realist en idealist. Ik heb namelijk nog nooit zulke realistische mensen ontmoet als de mensen in Oekraïne. Ze hebben keer op keer de realiteit onder ogen moeten zien. Oekraïners zijn enerzijds niet naïef en anderzijds zich er volledig van bewust dat ze de wereld beter willen maken en daarvoor vechten. Dat realistische idealisme waardeer ik enorm. Ter afsluiting van een panel op de herdenkingsdag werd Amelina’s gedicht voorgedragen met de titel Een verhaal dat niet zal eindigen, waar bijna iedereen tranen van in zijn ogen kreeg.
Het moge duidelijk zijn dat Amelina zelf ook al nadacht over de vraag hoe het verder zou gaan na haar boek. Een van de indringendste passages in Vrouwen die oorlog zien is Amelina’s directe voorspelling van de toekomst. ‘Ik weet niet of wij er in de toekomst zijn, maar er is een Oekraïne na de oorlog.’
Het is een passage die troost geeft, maar, schrijft Amelina ook in dit boek, met haar genadeloze eerlijkheid: troost is geen gerechtigheid. Gevangen in de blik van Amelina – al dan niet vanaf de omslag – schaam ik me. Waarom schaam ik me? En (hoe) kun je schaamte inzetten voor de jacht op gerechtigheid? Schaamte, merkte ik langzaamaan in Oekraïne, is een klassieke oorlogsemotie. Mensen buiten het land schamen zich dat ze vertrokken zijn; mensen in het westen dat ze niet in het gevaarlijker oosten zitten; burgers dat ze niet in het leger zitten; en in de loopgraven schaamt men zich tegenover de gesneuvelden. Misschien, zei iemand in Lviv op een avond tegen me, is een gevoel van schaamte over dat onrecht, en al dat leed dat zo onevenredig verdeeld, helemaal niet slecht. Misschien is het een goed teken dat we die schaamte voelen, en zet het je aan tot handelen.
Handelen
Amelina was iemand die handelde, en op haar herdenkingsdag zag ik ook alleen maar mensen die handelden in het aangezicht van zo veel onrecht: de vrouwen uit haar boek, de oorlogsmisdadenonderzoekers van Truth Hounds, de schrijvers van PEN, de organisatoren van het festival in de Donbas.
Schaamte, merkte ik in Oekraïne, is een klassieke oorlogsemotie. Mensen buiten het land schamen zich dat ze vertrokken zijn; mensen in het westen dat ze niet in het gevaarlijker oosten zitten; burgers dat ze niet in het leger zitten; en in de loopgraven schaamt men zich tegenover de gesneuvelden.
Amelina schreef in het Engels, niet in haar eigen taal, opdat haar dagboek meer gelezen en vertaald kon worden, en een groot publiek zou bereiken. Zij heeft er alles aan gedaan om haar tekst bij ons te krijgen, Rusland heeft er alles aan gedaan om haar tekst, en de teksten van zo veel andere Oekraïners, bij ons weg te houden. De misdaden zijn gepleegd, schrijft Amelina, maar ‘we hebben mensen nodig die geloven dat gerechtigheid mogelijk is’. Zolang haar werk gelezen wordt, is de schrijver niet dood, concludeert Amelina zelf. Dat is mooi en waar, toch vrees ik dat het ook onvoldoende is. Dus, wat doen wij, haar Nederlandse lezers die Amelina recht aankijkt via haar tekst? Hoe handelen wij, als we haar boek hebben gelezen, het boek dat ternauwernood heeft kunnen verschijnen?

Vrouwen die oorlog zien. Oekraïens dagboek (vertaling Florian Jacobs)
ISVW uitgeverij 2026, 320 blz.
€29,95
Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij de Nederlandse Boekengids. Die biedt boekbesprekingen en boekenessays op het snijvlak van wetenschap, kunst en cultuur – zowel van de hand van gerenommeerde schrijvers en wetenschappers als van nieuw talent. de Nederlandse Boekengids verschijnt zes keer per jaar op papier en met meerdere bijdragen per week online.




