Naarmate het front langzaam dichterbij komt, veranderen Oekraïense frontsteden geleidelijk steeds meer in oorlogsgebieden. Journalist Fabrice Deprez van The Finanial Times beschrijft de hoe hij de dorpen en steden langs het front langzaam zag sterven. Dit verhaal verscheen eerder op zijn eigen kanaal Eastern Radar.
Antidrone-netten op een weg in het oosten van Oekraïne, juli 2026. Foto: Fabrice Deprez
Onlangs bracht ik een paar dagen door in de laatste twee steden van de Donbas die nog in Oekraïense handen zijn. Ik reed over wegen bedekt met antidrone-netten en langs boulevards omzoomd met prikkeldraad. Soms hield ik gespannen mijn dronedetector in de gaten, die het livesignaal van een vijandelijke drone kon oppikken. Ik was in Kramatorsk en Slovjansk getuige van de laatste fase van het geleidelijke proces waarin levendige plekken en gemeenschappen verworden tot een slagveld.
Kramatorsk en Slovjansk leven nog echt, zij het op een verwrongen, geteisterde manier. Los van de soldaten die deze garnizoensteden bevolken, wonen er nog altijd zo'n 90.000 burgers. Ze drinken koffie op terrasjes, staan in de rij bij het postkantoor of doen boodschappen in de supermarkt, terwijl de plantsoenendienst het gras maait rondom de palen van de antidrone-netten.
Een schoenmaker die op een steenworp afstand van het verlaten treinstation werkt, kon niet klagen: hij had een flatje dat nog ongeschonden is, gas en elektriciteit, en nauwelijks uitgaven anders dan eten. Als het gas aan het begin van de invasie meteen was afgesloten, dan was hij waarschijnlijk vertrokken, zei hij. Inmiddels was hij was allang gewend aan de oorlog, en hij zou blijven zolang hij die drie dingen had: een ongeschonden appartement, gas en elektriciteit.
De langzame dood van Oekraïense steden
Het proces waarmee het Russische leger een stad doodt is inmiddels bekend, omdat tientallen Oekraïense steden en dorpen het al aan den lijve hebben ondervonden. Het is geleidelijke verstikking, traag en ogenschijnlijk onstuitbaar, omdat het Russische offensief nooit echt is gestopt.
Maar lineair is het niet. Eind vorig jaar bezocht ik Novomykolajivka, een dorpje in de regio Zaporizja dat tot dan toe vrijwel ongeroerd was gebleven door de oorlog. De eerste Russische langeafstandsdrone had het dorp pas een week voor mijn komst in oktober 2025 getroffen.
Gezien het tempo van het Russische offensief verwachtte ik dat Novomykolajivka deze zomer nog slechts luttele kilometers van de frontlinie zou liggen en volledig verwoest zou zijn. Maar het offensief stokte. Het dorp ligt nog altijd zo'n twintig kilometer van het front, net als toen ik er in december voor het laatst was. Wekelijks slaan er langeafstandsdrones en zweefbommen in, maar op de een of andere manier balanceert het plaatsje nog steeds op de rand tussen dorp en slagveld.
Een man zaagt een stalen staaf in Kramatorsk, juli 2026. Foto: Fabrice Deprez
Volgens het Oekraïense oorlogsmonitoringproject DeepState voert het Russische leger nu gevechten op ongeveer dertien kilometer van de oostelijke wijken van Kramatorsk, en op een vergelijkbare afstand van Slovjansk. De twee steden liggen slechts vijf kilometer van elkaar vandaan, gescheiden door een heuvel.
Er was een tijd waarin de scheidslijn tussen stad en slagveld duidelijker was. In 2022 en 2023 konden civiele evacuatiegroepen (en de journalisten die hen vergezelden) nog tot op een kilometer of twee van de Russische posities komen om bewoners weg te halen. Dat was voordat drones het slagveld begonnen te domineren en het begrip kill zone ingeburgerd raakte.
Tekenen dat het leven verdwijnt
Tegenwoordig verloopt het proces zo geleidelijk dat het bijna onmogelijk is om te zeggen wanneer een stad precies ophoudt een stad te zijn. Het lijkt de afgelopen weken sneller bergafwaarts te gaan in Kramatorsk en Slovjansk, en nogmaals: het is geen lineair proces. Allerlei signalen samen — sommige overduidelijk, andere subtieler — vormen samen de kroniek van de langzame doodsstrijd.
In Kramatorsk begon het zo'n beetje in november vorig jaar, toen het lokale treinstation sloot. Daarmee werd de laatste spoorverbinding verbroken tussen het deel van de Donbas dat in Oekraïense handen is en de rest van het land. In diezelfde periode begonnen de eerste Russische FPV-drones [first person view, red.] door de stad te zwermen. De antidrone-netten die dit voorjaar op grote schaal werden opgehangen — in de stad zelf en op de toegangswegen — heb ik al benoemd. Ik weet niet precies wanneer de brandweerwagens werden uitgerust met bepantsering die doet denken aan Mad Max: metalen kooien en lagen van dik rubber om hun flanken te beschermen tegen drones. Het zijn tekenen van een stad die 'ongeschikt voor bewoning' raakt — de gebruikelijke term in het Oekraïens en Russisch, die frontgebieden doet voorkomen als verre, vijandige planeten.
Het laatste kraamziekenhuis in de Donbas sloot vorige maand zijn deuren in Slovjansk. De lijst met straten waaruit kinderen verplicht geëvacueerd dienen te worden, werd intussen steeds langer. Stilletjes verdwenen de militaire hoofdkwartieren uit de stad. Daarvoor in de plaats kwamen 'stabilisatiepunten': de kleine veldhospitaaltjes die gewoonlijk te vinden zijn in de dorpen langs de frontlinie. Een maatschappelijke organisatie die gespecialiseerd is in burgerevacuaties begon mensen weg te halen uit Kramatorsk en Slovjansk zelf. Jarenlang waren deze steden zelf juist een toevluchtsoord geweest voor inwoners van de Donbas die vluchtten voor het Russische offensief. De lokale autoriteiten besloten deze maand de vuilnisophaling stop te zetten in een aantal zuidelijke en oostelijke wijken van Kramatorsk, waar de dronedreiging het grootst is. Russische FPV-drones waren eind vorig jaar nog een uitzonderlijke verschijning. De afgelopen weken zijn ze uitgegroeid tot een dagelijks gevaar.
Nog niet alle gebruikelijke voortekenen van de naderende ondergang hebben Kramatorsk en Slovjansk bereikt: de laatste postkantoren van Nova Posjta zijn nog niet gesloten, er is nog geen algehele oproep tot evacuatie gekomen, en er geldt nog geen stricte avondklok tussen 15.00 en 11.00 uur. Normaal gesproken zijn dat de volgende stappen, en de signalen dat het slagveld definitief de overhand heeft genomen.
Ik denk niet dat je een stad echt kunt zien sterven. Verwoesting is er al in Kramatorsk: supermarkten en flatgebouwen waarin zweefbommen kraters hebben geslagen, wrakken van voertuigen die door drones zijn geraakt. Maar het is nog niet overweldigend, en het speelt zich nog steeds af naast het normale leven, of wat daarvan over is. De verwoesting wordt ook nog niet gelaten geaccepteerd: kapotgeslagen ramen worden nog altijd dichtgetimmerd met karton of zelfs vervangen, brandweerlieden rukken, met gevaar voor eigen leven, nog steeds uit wanneer een zweefbom een krater slaat in een woonwijk.
Tegen de tijd dat de vernietiging overheerst in het straatbeeld, is de stad al een tijdje dood.
Gesprekken met burgers
De doodsstrijd van Kramatorsk en Slovjansk blijkt nog het meest uit de gesprekken met inwoners. Daarin worden de ontberingen tastbaar: een functionaris van de hulpdiensten die zijn zeventienjarige zoon twee weken geleden naar Dnipro heeft gestuurd toen de situatie verslechterde; een plaatselijke ondernemer die op het punt staat zich bij zijn vrouw en zevenjarige dochter in Lviv te voegen. Een andere man is net zijn baan kwijtgeraakt nadat een van de allerlaatste operationele fabrieken van Kramatorsk zijn deuren sloot. Hij zou graag bij zijn vrouw in Oezjhorod intrekken, maar vreest dat hij dan gedwongen wordt gemobiliseerd.
Uit die gesprekken bleek ook dat veel van deze mensen, die toch al meer dan vier jaar onder oorlog leven en eraan gewend zijn geraakt, nu toeleven naar het einde. Langetermijnplannen maken ze nauwelijks meer. Ze leven van dag tot dag, tot ze het laatste zetje krijgen dat hen doet besluiten te vertrekken: een drone of een bom die net iets te dichtbij inslaat, het einde van de stroomvoorziening, of een dierbare vriend die heeft besloten weg te gaan. Toch zijn er ook mensen die besloten hebben te blijven, wat er ook gebeurt: vooral oudere mannen en vrouwen, arme gezinnen, en mensen die al eens gevlucht waren en daarna zijn teruggekeerd.
Ik noemde de schoenmaker al, die zich heeft voorgenomen te blijven zolang hij een flatje, gas en elektriciteit had. Een andere plaatselijke ondernemer heeft zijn appartement leeggehaald — vier keer op en neer met een busje in de afgelopen weken — en heeft besloten te blijven tot een lange avondklok hem dwingt zijn cafés te sluiten.
Een soldaat repareert een anti-drone net in Kramatorsk, juli 2026. Foto: Fabrice Deprez
Bij het treinstation van Kramatorsk vertelde een pastoor me over zijn ervaringen van de afgelopen maanden. Een kerk werd geraakt door een zweefbom die vlakbij insloeg en het evacuatiebusje van zijn congregatie raakte beschadigd door een drone. Mensen die te voet helemaal vanuit Droezjkivka kwamen om de Russische drones te ontwijken, vrouwen van het koor die uiteindelijk hadden besloten te vertrekken, de luchtgevechten tussen Russische langeafstandsdrones en Oekraïense onderscheppingsvliegtuigen, de langzame verschuiving van raketaanvallen naar zweefbommen en drones, en ga zo maar door.
Een paar dagen eerder was hij naar een garage gereden. Onderweg zag hij twee uitgebrande auto's. Hij worstelde met de wetenschap dat sommige mensen juist bleven omdat de pastoor bleef — zou hij zelf moeten vertrekken om hen aan te moedigen hetzelfde te doen?
'Kramatorsk houdt stand,' zei hij. 'Zolang wij hier zijn als kerk, blijven de mensen bij ons. De hele dienstensector werkt nog. Mijn automonteur blijft hier. En dat alles stelt de soldaten in staat hier stand te houden. Ze kunnen naar de tandarts, naar de winkel, of hun auto laten repareren.'
Het trof me dit te horen nadat hij zo kraakhelder had uitgelegd hoe slecht het er allemaal voor stond. Hij koesterde geen illusies, maar toen ik hem iets later vroeg of hij nog hoop had dat dit alles zou kunnen stoppen — dat Kramatorsk het lot van zoveel andere Oekraïense steden kon ontlopen — lachte hij en zei ja.
'Ja,' zei hij nog eens. 'Ik denk niet rationeel. Rationeel gezien weet je natuurlijk dat Kramatorsk over een jaar valt, misschien anderhalf. Maar ik heb hoop.'
10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig
In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.




