Centraal-Azië zoekt eigen koers: een jaar in vogelvlucht

Centraal-Azië staat in 2025 niet langer aan de zijlijn van de wereldpolitiek. Terwijl de oorlog in Oekraïne dichterbij komt, manoeuvreren de vijf republieken behendig tussen grootmachten als Rusland, China, de VS en de EU. Iedereen wil iets van Centraal-Azië, schrijft Julian Postulart, maar de regio zit zelf aan het stuur.

Voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, en voorzitter van de Europese Raad, António Costa, zij aan zij op het Registanplein in Samarkand. Foto: Europese Commissie

Centraal-Azië staat niet elke dag in het middelpunt van de belangstelling. Hoewel de regio strategisch belangrijk ligt, ingeklemd tussen de grootmachten China en Rusland, is de aandacht in Europa de afgelopen jaren gevestigd op de oorlog in Oekraïne. Maar die oorlog heeft ook in Centraal-Azië ingrijpende veranderingen teweeggebracht. 

2025 vormde in die zin een kantelpunt. Zo vond de eerste EU-Centraal-Azië-top plaats en brachten de vijf Centraal-Aziatische staatshoofden gezamenlijk voor het eerst een bezoek aan het Witte Huis, waar miljardendeals werden gesloten. De toenadering tot het Westen betekent echter niet dat de regio haar voormalige kolonisator Rusland de rug toekeert. 

Centraal-Azië is meer dan ‘Ruslands achtertuin’. Dat Rusland en China er zwaar wegen, staat buiten kijf. Toch heeft de oorlog in Oekraïne en de belangstelling van andere grootmachten de landen in de regio – Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan – meer geopolitieke bewegingsruimte gegeven. Het afgelopen jaar liet opnieuw zien dat de vijf republieken van Centraal-Azië geen willoze pionnen zijn, maar staten met eigen belangen, strategieën en een groeiend vermogen om hun toekomst te bepalen.

Een top-jaar

Het was een bijzonder gezicht begin april: op het zonovergoten Registanplein in de Oezbeekse stad Samarkand liepen Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, en António Costa, voorzitter van de Europese Raad, zij aan zij. Rondom hen rezen drie majestueuze bouwwerken, stille getuigen van Samarkands glorietijd als intellectueel centrum van de islamitische wereld en spil in de eeuwenoude zijderoute. 

De symboliek van de locatie van de eerste EU-Centraal-Azië-top was niet toevallig: Brussel hoopt op toegang tot Centraal-Aziatische fossiele energie en kritieke grondstoffen. Het is bereid daarvoor miljarden euro’s in de regionale transportinfrastructuur te pompen. Bovendien is er door de oorlog in Oekraïne behoefte aan een alternatieve handelsroute naar China – een die niet dwars door Rusland gaat. 

Brussel is bereid miljarden euro’s in infrastructuur te steken voor toegang tot Centraal-Aziatische fossiele energie en kritieke grondstoffen

Tijdens de diplomatieke top zegde Brussel daarom meer dan 12 miljard euro toe – boven op de 10 miljard die een jaar eerder was beloofd aan Centraal-Azië – ter verbetering van allerlei spoor- en wegverbindingen. Een groot deel van het bedrag moet komen uit het Global Gateway Initiative, een ambitieuze EU-investeringsagenda die Commissievoorzitter Von der Leyen in 2021 met veel bombarie lanceerde. Experts zien het initiatief als het Europese antwoord op het Chinese Belt and Road Initiative, soms ook de ‘Nieuwe Zijderoute’ genoemd, waarmee Beijing wereldwijd hoopt haar politieke en economische invloed uit te breiden.

Redacteur RAAM
Redacteur bij RAAM, onderzoeker bij de Faculteit Militaire Wetenschappen en redacteur bij Novastan.org

Pragmatisme werpt vruchten af

Vanuit Centraal-Azië klinkt enthousiasme over de EU-plannen. Politici in de regio kunnen de hernieuwde belangstelling vanuit Brussel benutten om gunstigere deals te sluiten met machtige buurlanden als Rusland en China. Dit zogenoemde multivector-buitenlandbeleid is tot nu toe zeer succesvol gebleken. Tegelijkertijd betekent die strategie dat de vijf republieken zich niet zomaar aan één partner zullen binden, dus ook niet aan de EU. Het verklaart waarom het vele geld dat de afgelopen jaren is vrijgemaakt nog niet heeft geleid tot de resultaten die Brussel graag had gezien. 

Eind november klonk in de wandelgangen van het EU–Centraal-Azië-investeringsforum in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent dan ook merkbare frustratie bij Brusselse functionarissen. Het vrachtvolume tussen Centraal-Azië en Europa is sinds 2022 weliswaar flink gegroeid, toch gaan achter die cijfers hardnekkige obstakels schuil die verdere expansie belemmeren. RAAM berichtte eerder dit jaar al over een sluipend probleem: het dalende waterpeil van de Kaspische Zee, dat de transportcapaciteit van en naar Europa steeds verder onder druk zet. Europese bedrijven houden daarnaast de hand op de knip. Zorgen over corruptie, hoge kosten en ingewikkelde regelgeving – terecht of niet – remmen private investeringen af.

De grootste onzekerheid blijft echter de oorlog in Oekraïne. Een vertegenwoordiger van een Oezbeeks consultancybureau verwoordde het Centraal-Aziatische pragmatisme als volgt tegenover nieuwssite Euractiv: ‘Wat zal het nut van deze [alternatieve] route zijn als de betrekkingen tussen Rusland en Europa weer normaliseren? Via Russisch grondgebied gaan is momenteel veel goedkoper en sneller.’

Op audiëntie in het Witte Huis

Cynisch maar waar: de Russische invasie van Oekraïne heeft Centraal-Azië geen windeieren gelegd. De presidenten van de vijf republieken reisden voor een volgende diplomatieke topontmoeting afgelopen november zelfs af naar de Verenigde Staten – dat, in tegenstelling tot de EU, wél serieus wordt genomen door Moskou en Beijing. Niet verrassend zijn de overwegend autocratische leiders in Centraal-Azië gecharmeerd van de transactionele stijl van Donald Trump. 

De overwegend autocratische leiders in Centraal-Azië zijn gecharmeerd van de transactionele stijl van Donald Trump

Exemplarisch waren de woorden van de Kazachse president Kassym-Jomart Tokajev. In Washington prees hij zijn Amerikaanse ambtgenoot als een ‘groot leider [en] staatsman, van boven gezonden om het gezond verstand en de tradities die wij allemaal delen en waarderen terug te brengen in het beleid van de Verenigde Staten.’ Tokajev deed Trump bovendien een plezier door Kazachstan toe te laten treden tot de Abraham-akkoorden. Dit door de VS gesteunde normalisatiepact tussen Israël en moslimlanden geldt als een belangrijk stokpaardje van de Amerikaanse president. De toezegging van Kazachstan is vooral symbolisch: het land onderhoudt al sinds 1992 diplomatieke betrekkingen met Israël.

Hoewel tijdens de top voor tientallen miljarden dollars aan deals zijn aangekondigd, blijft het de vraag of de Amerikaanse betrokkenheid in de regio verder zal reiken dan een symbolische poging om Rusland en China de loef af te steken. Net als de EU heeft de VS bijzondere belangstelling voor kritieke grondstoffen, vooral om de afhankelijkheid van China te verminderen. Maar wat geldt voor de EU, gaat ook op voor de VS, aldus regio-expert Temur Umarov: ‘De toenadering van Centraal-Azië tot de Verenigde Staten heeft alle kans om te blijven steken op het niveau van loze beloften en utopische projecten met indrukwekkend klinkende cijfers. Maar ze kan de regio ook dwingen tot een moeilijke keuze: zich de woede van haar traditionele bondgenoten Rusland en China op de hals halen, of Trump teleurstellen en nog afhankelijker worden van Moskou en Beijing.’

Meegezogen in oorlog

Die keuze schuiven de leiders van Centraal-Azië liever zo lang mogelijk voor zich uit. Tokajev reisde een week na zijn bezoek aan het Witte Huis door naar Moskou, waar hij Poetin informeerde over zijn gesprekken in Washington. Volgens ingewijden verliep het overleg opvallend hartelijk. Dat voedde de gedachte dat de Kazachse president, die vertrouwen geniet in beide hoofdsteden, een brugfunctie zou kunnen vervullen. 

Voor Kazachstan, en eigenlijk voor alle landen in Centraal-Azië, geldt dat goede relaties met Rusland onontbeerlijk zijn. De Kazachse economie, die voor een belangrijk deel draait op de export van olie en gas, is bijzonder afhankelijk van de noorderbuur, omdat alle energie-infrastructuur richting het westen door Rusland gaat. Dit verklaart ook gelijk de Kazachse neutraliteit inzake Oekraïne. Astana, de Kazachse regeringszetel, heeft baat bij goede relaties met Moskou én wil toegang behouden tot de lucratieve Europese afzetmarkt. In de eerste helft van 2025 ging 83% van de Kazachse olie-export naar Europese landen, waaronder Nederland.

2025 was echter ook het jaar waarin Oekraïne de aanvallen op Russische energievoorzieningen flink opschroefde. Hierbij werd verschillende keren de infrastructuur van het ‘Caspian Pipeline Consortium’ getroffen, het meest recent op 29 november, waarmee verreweg de meeste Kazachse olie wordt geëxporteerd. Astana tekende protest aan in Kyiv, maar een koerswijziging van de Kazachse regering lijkt onwaarschijnlijk.

Uit een analyse van The Insider blijkt dat de gevolgen van de aanvallen aanzienlijk zijn: een expert vertelde de onafhankelijke Russische nieuwssite dat ‘de verliezen door de aanval kunnen oplopen tot ongeveer 20 procent van de olie-export, wat mogelijk zou leiden tot financiële schade van minstens 1,5 miljard dollar.’ Veel alternatieven heeft Kazachstan echter niet. Nog los van de ecologische crisis in het Kaspische Zeegebied, is er ook een tekort aan vrachtschepen en is de veiligheidssituatie sinds een paar weken verslechterd door Oekraïense aanvallen op Russische boorplatforms. Mede daarom nam Astana voor het eerst het besluit een deel van de olie die wordt gewonnen in het Kazachse deel van de Kaspische Zee oostwaarts te sturen, naar China, in plaats van westwaarts. 

Een kaart van het Caspian Pipeline Consortium, waarmee Kazachse olie naar de Zwarte Zeekust wordt vervoerd. Bron: cpc.ru

Van Russische naar Chinese kerncentrales

De oorlog in Oekraïne drijft de landen in Centraal-Azië steeds meer richting Beijing. Dat bleek dit jaar ook op een ander groot dossier: kernenergie. Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan – drie landen met enorme uraniumvoorraden – zijn van plan de aankomende decennia hun eerste kerncentrales te bouwen. Hiervoor gingen zij aanvankelijk in zee met het Russische staatsatoomconglomeraat Rosatom.

Maar Rosatom kampt met financiële problemen, vermoedelijk als gevolg van sancties. In Kazachstan, waar de plannen het meest vergevorderd zijn, bestaat daardoor onzekerheid of het concern wel kan leveren. Mede daarom maakte de Kazachse regering in juni, nog voordat de eerste spade de grond in ging, al bekend dat kerncentrales twee en drie gebouwd zullen worden door het Chinese staatsbedrijf voor nucleaire samenwerking, CNNC. Een Kazachse parlementariër liet aan RFE/RL weten dat ‘CNNC wordt gesteund door China’s sterke industriële basis, voldoende financiële middelen en – vooral – de afwezigheid van Westerse sancties, wat [Beijing] vanuit praktisch en politiek oogpunt een betrouwbaarder partner voor ons land maakt.’ 

Ook Oezbekistan, dat Rosatom opdracht gaf voor een haalbaarheidsstudie naar de bouw van maar liefst vier kerncentrales, lijkt door het nieuws uit Kazachstan te zijn teruggeschrokken. Begin september sprak de Oezbeekse president met China over mogelijke samenwerking op het gebied van nucleaire energie. Moskou loopt dus het risico meer aanbestedingen mis te lopen. President Poetin probeerde tijdens een recent staatsbezoek aan Kirgizië de schade te beperken, waar hij zijn Kirgizische ambtgenoot verzekerde dat de Russische kerntechnologie ‘voldoet aan de strengste eisen op het gebied van veiligheid en milieubescherming’. 

In de schaduw van de draak

Maar dat Rusland snel terrein verliest in Centraal-Azië, is niet per se goed nieuws. Het pragmatische buitenlandbeleid van de regio komt juist tot zijn recht wanneer landen tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld. De toenemende convergentie van belangen tussen Rusland en China op het wereldtoneel maakt die manoeuvreerruimte kleiner. Tegelijk wordt Moskou zelf ook steeds afhankelijker van Beijing: de economische situatie in Rusland laat het Kremlin simpelweg niet toe de miljardeninvesteringen van China in Centraal-Azië te evenaren.

Dat Rusland terrein verliest in Centraal-Azië is niet per se goed nieuws: het pragmatische buitenlandbeleid van de regio komt juist tot zijn recht wanneer landen tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld 

Het afgelopen jaar strooide Beijing opnieuw met miljarden aan deals. De meeste zijn gekoppeld aan het Belt and Road Initiative dat, in tegenstelling tot de Europese infrastructuurplannen voor Centraal-Azië, al wel tastbare resultaten oplevert. 

Toch lijkt Poetin nog niet bij de pakken neer te zitten. Tijdens de grote Rusland-Centraal-Azië-top in de hoofdstad van Tadzjikistan, Doesjanbe, liet de Russische president zijn ongenoegen blijken over de huidige omvang van de handel met de regio, die, zo klaagde hij, die zelfs achterblijft bij de Russische handel met het veel kleinere Belarus. Hoewel Poetin genoeg kansen zag om de betrekkingen met de regio te verdiepen, bleven concrete voorstellen uit. Ter vergelijking: de Chinese handel met Centraal-Azië was in de eerste tien maanden van 2025 al bijna 90 miljard dollar waard – twee keer zoveel als met Rusland. 

Tegen de achtergrond van deze verschuivende machtsverhoudingen vormde Doesjanbe een passend decor. De skyline van de stad wordt al enkele jaren gedomineerd door prestigieuze bouwwerken die door Chinese bedrijven zijn neergezet. Beijing schonk Tadzjikistan bovendien een nieuw parlementsgebouw, dat in 2024 werd ingewijd. Sinds 2025 is China de belangrijkste handelspartner van het land en heeft het Rusland van die positie verdrongen.

De banden tussen Doesjanbe en Moskou blijven weliswaar hecht, niet in de laatste plaats door de honderdduizenden Tadzjiekse arbeidsmigranten die in Rusland werken, en door de hechte banden op veiligheidsgebied. Toch lijkt ook dat heilige huisje te wankelen nu China voorzichtige eerste stappen zet richting meer samenwerking met Tadzjikistan op militair vlak – een domein dat lange tijd vrijwel exclusief door Rusland werd beheerst. Niet zozeer omdat Beijing een actief beleid voert om Moskou de regio uit te werken, maar vooral omdat landen in de regio, met Tadzjikistan voorop, de betrouwbaarheid van Rusland als veiligheidspartner in twijfel trekken. Opnieuw speelt de oorlog tegen Oekraïne een belangrijke rol.

Op zoek naar veiligheid

De Centraal-Aziatische regimes zijn, naast economische alternatieven, naarstig op zoek naar manieren om hun macht te consolideren en de nationale veiligheid te waarborgen – ook voor het geval Rusland niet in staat is bij te springen. Dat was in januari 2022 in Kazachstan nog wel het geval, toen Moskou troepen stuurde om grootschalige protesten neer te slaan. 

Daarom wenden de autocratische leiders in de regio zich, net als op economisch gebied, ook op veiligheidsvlak steeds meer tot Beijing. Het is onwaarschijnlijk dat China de militaire rol van Rusland in de regio binnen afzienbare tijd zal overnemen. Veiligheid is echter meer dan boots on the ground. Vooral op het gebied van censuur- en surveillancetechnologie heeft Beijing de Centraal-Aziatische leiders veel te bieden. Zo blijkt uit een groot lek van meer dan 100.000 documenten van het Chinese particuliere bedrijf Geedge Networks in september dat de Kazachse regering dit soort systemen heeft aangekocht.

De huidige geopolitieke situatie dwingt de regio bovendien tot het oplossen van interne geschillen. Van bijzonder belang was de historische deal in maart tussen Tadzjikistan en Kirgizië, waarmee een decennialang grensconflict werd opgelost – volledig zonder tussenkomst van Rusland. Poetins desinteresse om te bemiddelen, mogelijk als gevolg van de oorlog in Oekraïne, baande de weg voor een regionale oplossing.

President Japarov van Kirgizië (links), de Tadzjiekse president Rachmon (midden) en de Oezbeekse president Mirzijojev (rechts) tijdens een trilaterale top afgelopen maart. Tijdens deze bijeenkomst bekrachtigden Japarov en Rachmon een historische overeenkomst, die eerder die maand was ondertekend en een einde maakte aan een langlopend grensconflict tussen beide landen. Mirzijojev lijkt daarbij achter de schermen een belangrijke rol te hebben gespeeld. Foto: President van de Kirgizische Republiek

2026: naar een Centraal-Aziatische Unie?

Op de achtergrond speelde Oezbekistan – dat zich de afgelopen jaren voorzichtig uit zijn geopolitieke isolement heeft losgemaakt – vermoedelijk een sleutelrol. President Sjavkat Mirzijojev, leider van het naar bevolkingsomvang grootste land van de regio, profileert zich nadrukkelijk als pleitbezorger van verdere Centraal-Aziatische integratie. In november riep hij op tot de institutionalisering van de overlegstructuur waarin de vijf republieken in 2025 gezamenlijk optraden bij ontmoetingen met onder andere de EU, de VS, Rusland en China, maar in december bijvoorbeeld ook voor het eerst met Japan.

In plechtige bewoordingen stelde de Oezbeekse president: ‘Alleen verenigd – op basis van wederzijds respect, solidariteit en strategische visie – zullen we in staat zijn onze nobele doelen te verwezenlijken.’ Wat Mirzijojev betreft krijgt de regionale economische samenwerking een vaste vorm onder de naam Centraal-Aziatische Gemeenschap. Mogelijk ziet de Oezbeekse leider ruimte nu Moskou, anders dan bij eerdere pogingen tot regionale afstemming, minder in staat lijkt om verdere integratie te blokkeren.

Een eerste overwinning lijkt in ieder geval al geboekt. Turkmenistan – vaak omschreven als het ‘Noord-Korea van Centraal-Azië’ en een van de meest gesloten dictaturen ter wereld – draait steeds vaker mee in de regionale diplomatie. De deur naar bredere samenwerking staat daarmee voorzichtig op een kier. Van daadwerkelijke politieke en economische eenheid is vooralsnog geen sprake, maar het lijkt waarschijnlijk dat de Centraal-Aziatische leiders in 2026 het momentum richting verdere integratie willen vasthouden.

Help ons om RAAM voort te zetten

Met uw giften kunnen wij auteurs betalen, onderzoek doen en kennisplatform RAAM verder uitbouwen tot hét centrum van expertise in Nederland over Rusland, Oekraïne en Belarus.

Publish the Menu module to "offcanvas" position. Here you can publish other modules as well.
Learn More.