Voor het eerst in zestien jaar dreigt premier Viktor Orbán de parlementsverkiezingen in Hongarije te verliezen. In een ultieme poging de peilingen te doen kantelen laat hij een ruzie met Oekraïne escaleren: van geblokkeerde miljardenleningen tot de inbeslagname van een Oekraïens waardetransport. Huub Bellemakers analyseert hoe Orbán zijn buurland inzet voor eigen politiek gewin.
Billboard in Hongarije met de tekst 'Wij betalen niet!' bij de foto's van EC-voorzitter Ursula von der Leyen, Oekraïense president Volodymyr Zelensky en EVP-fractievoorzitter Manfred Weber. Foto: Attila Kisbenedek / ANP / AFP
Overal in Hongarije staart Volodymyr Zelensky je aan. Alsof hij meedoet aan de parlementsverkiezingen op 12 april, terwijl hij toch echt de president van Oekraïne is. Maar Zelensky speelt wel een heel prominente rol in de verkiezingscampagne van zittend premier Viktor Orbán. Die staat voor de eerste keer in zestien jaar achter in de opiniepeilingen en als antwoord daarop ageert hij steeds feller tegen Oekraïne.
De relatie tussen Hongarije en Oekraïne is al sinds de Russische invasie van laatstgenoemde in 2022 moeizaam. Hoewel Hongarije als buurland veel Oekraïense vluchtelingen opving, was de steun voor Oekraïne vanaf het begin ambigu. Waar bijvoorbeeld Polen vanaf dag één makkelijk meeging met alle sancties tegen Rusland, was Hongarije niet zo happig.
Opeenstapeling van incidenten
In december 2023 verliet Orbán een vergadering van de Europese Raad ‘om naar de wc te gaan’ op het moment dat werd besloten over het starten van de Oekraïense toetredingsonderhandelingen met de EU. Orbán wilde Oekraïne niet in het openbaar steunen. In aanloop naar de Hongaarse verkiezingen op 12 april aanstaande is zijn halfbakken verzet geëscaleerd tot totale tegenwerking. Afgelopen week blokkeerde hij de veelbesproken Europese lening van €90 miljard aan Oekraïne. Het was slechts één zet in een bredere strategie.
In het voorjaar van 2025 beschuldigden Oekraïne en Hongarije elkaar van spionage en zetten ze allebei twee van elkaars diplomaten uit. Later waren er over en weer blokkades van nieuwssites. Diverse andere verdachtmakingen volgden. En toen moest de verkiezingscampagne van Orbán nog beginnen.
'Geen olie, dan ook geen geld'
In december 2025 raakte de Droezjba-oliepijpleiding in Oekraïne beschadigd, wat volgens de Oekraïense autoriteiten het gevolg was van Russische bombardementen. Deze pijpleiding, die Russische olie transporteert via Belarus en Oekraïne, is cruciaal voor de Hongaarse (en Slowaakse) energievoorziening – en voor het verdienmodel van de Hongaarse oliemaatschappij MOL. De pijpleiding is nog altijd niet gerepareerd. Orbán claimt dat Oekraïne expres treuzelt om de Russische olievoorziening aan Hongarije af te knijpen. Hij gebruikt het in zijn verkiezingsretoriek en in zijn verzet tegen de Europese lening van 90 miljard voor Oekraïne: ‘geen olie, dan ook geen geld’.
De ruzie escaleert
Op vrijdagochtend 6 maart bereikte de escalatie een voorlopig hoogtepunt. Twee gepantserde waardetransportwagens werden in Hongarije staande gehouden door antiterreureenheden. Negen kilo goud, vijfenveertig miljoen euro en veertig miljoen dollar in contanten werden ingenomen en de zeven Oekraïense chauffeurs werden gearresteerd. Zonder verdere details te verstrekken claimden de Hongaarse autoriteiten dat het geld bedoeld was voor de ‘Oekraïense oorlogsmaffia’. Volgens Oekraïne betrof het een regulier waardetransport van de Oekraïense Osjtsjadbank.
De Oekraïners die op het transport zaten werden ruim 24 uur vastgehouden. De Hongaarse regering stelde snel een nieuwe wet op die het mogelijk maakt het waardetransport in beslag te houden. Hongaarse staatsgezinde media zinspeelden op een verband tussen het Oekraïense geldtransport en Péter Magyar, Orbáns politieke opponent, die een voorsprong heeft in de peilingen. Een ander narratief is dat het Westerse steun aan Oekraïne betrof die werd witgewassen ten gunste van de kring rond Zelensky.
De Osjtsjadbank heeft een klacht ingediend en stelt dat het geldtransport netjes was aangegeven bij de politie en de douane, en dat zulke transporten over Hongaars grondgebied al sinds de Russische invasie in 2022 plaatsvinden.
Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van hoe Viktor Orbán voor eigen politiek gewin incidenten met Oekraïne aanwakkert en die vervolgens etaleert via staatsgezinde media. Maar waarom doet hij dat eigenlijk? Wat heeft Orbán aan een campagne tegen Oekraïne, in een land dat altijd sterk anti-Russisch is geweest?
De Hongaarse overheid verspreidde zelf een foto van het in beslag genomen waardetransport. Foto: Regering van Hongarije
Orbáns media-imperium
Voor het eerst in zestien jaar heeft Viktor Orbán bij de aankomende parlementsverkiezingen een echte uitdager: europarlementariër Péter Magyar, die zo'n tien procentpunt voorligt in de peilingen.
In de zestien jaar waarin Orbán nu premier van Hongarije is, heeft hij het land naar zichzelf gevormd. Hij was ooit een liberaal politicus, maar is nu uitgesproken conservatief en autocratisch. Op de eerste plaats is er gigantische corruptie: alle bedrijven rondom zijn partij Fidesz kunnen geld verdienen als ze loyaal zijn aan het regime, van bouwbedrijven tot adviesbureaus. Zelf heeft Orbán onder meer een paleis laten bouwen, compleet met dierentuin.
Die corruptie gekoppeld aan loyaliteit werkt door tot op gemeenteniveau. Je krijgt bijvoorbeeld pas een opdracht om een straat te maken als je de burgemeester belooft op Fidesz te stemmen. Daarnaast heeft Orbán de afgelopen zestien jaar op allerlei manieren de rechtsstaat ondermijnd. Denk aan het kaltstellen van rechters, het veranderen van de grondwet en het afbreken van het maatschappelijk middenveld.
Orbán heeft het overgrote deel van alle media in handen van Fidesz-getrouwen gebracht
Zeker zo belangrijk: Orbán heeft het hele medialandschap naar zijn partij Fidesz toe getrokken. Samen met jeugdvriend Lőrinc Mészáros heeft hij het overgrote deel van alle media – publieke omroep, kranten, magazines, websites en zelfs lokale radio – in handen van Fidesz-getrouwen gebracht. Sommige media zijn direct overgenomen. Op anderen wordt invloed uitgeoefend via advertentie-uitgaven van de overheid en bedrijven in het Fidesz-netwerk.
Een serieuze uitdager
Péter Magyar, Orbáns uitdager bij de verkiezingen op 12 april, is een voormalig lid van Fidesz. Hij is binnen twee jaar uitgegroeid tot de meest prominente oppositiepoliticus. Net als Orbán is Magyar uitgesproken conservatief. Hij voert een effectieve oppositiecampagne met een focus op de wijdverspreide corruptie en armoede. Onder Orbán is Hongarije het armste land van de Europese Unie geworden, gemeten naar werkelijke individuele consumptie per hoofd van de bevolking, gecorrigeerd naar koopkracht. Links en rechts is het ingehaald door landen als Bulgarije, Polen en Roemenië.
Magyar gebruikt graag het voorbeeld van ziekenhuizen die geen wc-papier en zeep meer hebben. Hij richt zich niet op de rechtsstaat: dat is te abstract. Magyar zegt ook niet heel hard dat hij voor de Europese Unie is of dat hij Oekraïne flink wil steunen. Toch wordt hij wel gezien als pro-Europees. Magyar weet heel goed dat er in Brussel nog 18 miljard euro op de plank ligt voor Hongarije, geld dat is bevroren vanwege de inbreuk van Orbáns regering op de rechtsstaat.
Magyar is op dit moment lid van het Europees Parlement en heeft, ook in lijn met bijvoorbeeld de EVP-fractie waartoe zijn partij TISZA behoort, in zijn verkiezingsprogramma opgenomen dat hij zal voldoen aan alle eisen die de Europese Unie stelt voor het vrijmaken van dat geld.
Oppositiekandidaat Péter Magyar, die leidt in de peilingen, tijdens een campagnebijeenkomst in Boedapest. Foto: Ferenc Isza / ANP / AFP
Campagne tegen Kyiv en Brussel
Dit is waar Orbán zijn kans ziet en waar Oekraïne om de hoek komt kijken. De campagne van Orbán is gericht op de mobilisatie van zijn eigen kiezers, niet op het overhalen van twijfelaars. Volgens de strategen van Fidesz past het zwartmaken van de EU en van Oekraïne daar goed in. Grof gezegd is het narratief: ‘Oekraïne wil geld en soldaten; de EU wil beide leveren, maar wij werken daar niet aan mee.’ Orbán zet zijn partij neer als de vredespartij. Op 15 maart organiseerde Fidesz bijvoorbeeld een grote ‘Vredesmars’.
In alle uitingen stelt Fidesz niet te willen meebetalen aan oorlog of aan corruptie in Oekraïne. Een ander speerpunt is dat Hongarije niet moet worden geregeerd door de EU. Om die reden is Commissievoorzitter Ursula von der Leyen regelmatig te zien in Fidesz-uitingen, net als Manfred Weber, de fractievoorzitter van de Europese Volkspartij, waar Fidesz in 2021 na een schorsing uit stapte—en waar Magyar's TISZA nu lid van is.
Tot nu toe lijken de pogingen van Orbán om een ruzie tussen Oekraïne en Hongarije te creëren niet erg aan te slaan bij de bevolking. Volgens opiniepeilingen lijkt TISZA, de partij van Magyar, uit te lopen, al zijn de peilingen dermate partijdig dat die met een korreltje zout moeten worden genomen.
De opkomst op 12 april is cruciaal. Als Fidesz met bangmakerij voor oorlog en voor Brussel de hele potentiële achterban kan mobiliseren, kan Orbán winnen. De stijgende energieprijzen als gevolg van de beschadigde Droezjba-pijpleiding en de oorlog in het Midden-Oosten zouden er zomaar toe kunnen leiden dat Orbáns campagne uiteindelijk bij genoeg Hongaren aanslaat.
Moordaanslag op Orbán
Als Oekraïne een rol speelt, is Rusland niet ver weg. Viktor Orbán steunt Rusland niet expliciet in de oorlog tegen Oekraïne. Door te pleiten voor vrede en het opheffen van sancties en door het blokkeren van steun aan Oekraïne, helpt hij Rusland in de praktijk wel.
Moskou bemoeit zich ook met de Hongaarse verkiezingen, op eenzelfde manier als eerder bij Roemeense en Moldavische verkiezingen. Middels bots en AI-content worden Hongaren binnen en buiten Hongarije beïnvloed. De Russen zouden zelfs hebben aangeboden een moordaanslag op Orbán in scène te zetten, met als doel een rally ‘round the flag-effect te creëren. The Washington Post claimt intussen dat de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijártó de inhoud van vergaderingen van de Europese Raad direct doorspeelt aan Rusland.
De Europese Commissie en de Raad lijken de uitslag van de Hongaarse verkiezingen te willen afwachten, alvorens een nieuwe poging te doen om de lening van €90 miljard aan Oekraïne goed te keuren. Nog meer olie op het Hongaars-Oekraïense vuur zou Orbán immers goed kunnen gebruiken in zijn verkiezingscampagne.
In de komende weken zullen Oekraïne en de EU, als boemannen, centraal blijven staan in die campagne. Na 12 april zal ofwel een nieuw hoofdstuk beginnen in de relaties van Hongarije met Oekraïne en de EU, ofwel zal Hongarije nog meer een paria worden binnen de Unie. Het is de vraag of Orbán het bij winst zo ver laat komen of dat hij alsnog inbindt en zijn blokkade van de lening aan Oekraïne opheft. De verkiezingen zijn dan immers gepasseerd. Wint Magyar, dan zal die als nieuwe premier voorzichtig zijn steun uitspreken aan Oekraïne.
Help ons om RAAM voort te zetten
Met uw giften kunnen wij auteurs betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden en verder uitbouwen tot hét centrum van expertise in Nederland over Oost-Europa. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.



