Rusland kent geen burgermaatschappij. De staat is onder Poetin zo sterk geworden dat het toch al zwakke maatschappelijk middenveld ter ziele is gegaan. Maar in Rusland bestaat wel een buitenstatelijke samenleving, waarin kleine lokale gemeenschappen niet samenwerken met, maar zich juist onttrekken aan de overheid. De Siberische fotokunstenaar Oleg Klimov trok door de provincie om deze ‘overlevingssamenleving’ te portretteren.
Vrouw probeert Sovjetsoldaten om te praten niet mee te doen aan de staatsgreep tegen de presidenten Gorbatsjov en Jeltsin. Moskou, 20 augustus 1991. Foto: Oleg Klimov
Een burgerlijke maatschappij onderscheidt zich van een niet-burgerlijke samenleving vooral door de mate waarin de burgers, onafhankelijkheid van de staat, zelfstandig het leven in hun land kunnen beïnvloeden. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werd in Rusland daarom geprobeerd om een maatschappelijk middenveld op te bouwen met onafhankelijke media, non-gouvernementele organisaties, politieke concurrentie, particulier initiatief en het recht van burgers om een rol te spelen in het openbaar bestuur.
Die poging is mislukt.
Ljoedmila op het het festival 'De vrolijke accordeon'. Bogdanovka, district Jaroslavl. Foto: Oleg Klimov
Sterker nog, de Russische staat onder leiding van Vladimir Poetin is afgelopen kwarteeuw systematisch bezig geweest met de vorming van een type maatschappij waarin burgers juist afhankelijk zijn, gecontroleerd worden en politiek ontwapend zijn.
Je zou dit een ‘niet-burgerlijke maatschappij’ kunnen noemen.
Maar ook al is er geen maatschappelijk middenveld, er is wel een andere vorm van samenleven blijven bestaan: niet-politiek, niet-institutioneel, vaak archaïsch, maar wel levend.
Deze samenlevingsvormen gaan terug tot oude tradities uit tsaristisch Rusland. Lijfeigenen hadden toen ook politieke zeggenschap noch burgerrechten. Maar ze hadden wel hun eigen dorpsgemeenschappen, rituelen, feesten, religieuze tradities en normen over wederzijdse hulp: allemaal vormen van collectief bestaan binnen maatschappelijke onvrijheid.
Grisja met garmon op het erf van zijn huis. Ivtsino, district Jaroslavl. Foto: Oleg Klimov
Vandaag de dag duiken in de retoriek van de staat opnieuw fantasieën op over een terugkeer naar een soort lijfeigenenlogica: zoals het beperken van de vrijheid van werknemers door mensen te binden aan een woonplaats, een beroep, een bedrijf of een overheidsdienst. Dit lijkt absurd. De lijfeigenschap werd immers in 1861 afgeschaft. Maar elementen van die horigheid bleven daarna nog lang bestaan. Zo hadden Sovjet-kolchozboeren jaren slechts een beperkt recht om zich te verplaatsen. Pas door de paspoorthervorming van 1974 kregen alle burgers van de USSR, inclusief de kolchozboeren, een identiteitsbewijs.
De traditionele gemeenschappen verdedigen nog steeds geen burgerrechten. Ze gaan niet rechtstreeks de confrontatie met de staat aan, maar ze creëren wel kleine ruimtes van vrijheid binnen de onvrijheid. Ze eisen geen politieke vertegenwoordiging op, maar helpen toch mensen om mens te blijven, op plaatsen waar officiële instellingen ontbreken dan wel tegen hen werken.
Deze overlevingssamenleving, zoals ik deze gemeenschappen zou willen noemen, heb ik afgelopen maanden fotografisch in kaart proberen te brengen.
District Tver – ‘Lykosjino: dat zijn wij’
Langs het station van Lykosjino razen dagelijks tientallen treinen zonder ooit te stoppen. Het station ligt aan de belangrijkste spoorwegverbinding tussen Moskou en Sint-Petersburg.
Op een dag stopte er toch een hogesnelheidstrein bij Lykosjino. Niet volgens de dienstregeling, maar door een ramp. Op 27 november 2009 werd niet ver van het station de spoorlijn opgeblazen waarover de Nevski Express reed. Bij de terroristische aanslag – gepleegd door de islamistische ondergrondse beweging van Dokoe Oemarov, nota bene nadat de Tweede Tsjetsjeense Oorlog, die bijna tien jaar had geduurd, eerder in april officieel was beëindigd – kwamen 28 mensen om het leven en raakten meer dan 130 mensen gewond.
De treinramp voltrok zich vlak bij de barak van Jelena Goloebeva, toen 79 jaar oud. Door de drukgolf werd het enige raam eruit geblazen. Kort daarna hoorde ze hulpgeroep. Ondanks haar leeftijd haastte ze zich om mensen te redden. Want hulp van de overheid kwam niet meteen. Ambulances en reddingsdiensten konden de plaats van de ramp niet snel bereiken: er waren geen wegen of ze waren onbegaanbaar. Ook het organiseren van spoordraisines en helikopters bleek niet snel of eenvoudig. Jelena Goloebeva legde intussen de passagiers van de Nevski Express, gewond of ongedeerd, neer op dekens en beddengoed, op de bank, op het bed en gewoon op de kale vloer. De ambulance arriveerde pas laat in de nacht maar kon wegens plaatsgebrek niet iedereen meenemen. Een passagier overleed de volgende ochtend op Jelena Goloebeva's bank.
Pop als soldaat verkleed. Gevangenisbewakers gebruiken de pop voor hun schietoefeningen. Lykosjino, district Tver. Foto: Oleg Klimov
Uit dankbaarheid bouwden de Russische autoriteiten voor haar binnen twee weken een nieuw prefab-huis volgens Canadese technologie, op honderd meter van de spoorlijn. Daar woont Jelena Goloebeva, inmiddels 95, nu.
‘Waarom hier?’, vraag ik plaatselijke bewoners.
‘Opdat ze, als er weer een terroristische aanslag plaatsvindt, zeker de eerste zal zijn die iedereen gaat redden’, antwoorden ze, half als grap, half serieus.
Jelena Goloebeva. Foto: Oleg Klimov
In werkelijkheid bleek het eenvoudiger: de grond naast de spoorlijn was gemeentelijk bezit en hoefde niet van particuliere eigenaren te worden gekocht. Al snel bleek dat het dak van het nieuwe huis tijdens hevige regen lekte. De oude vrouw had echter geen geld voor reparaties. ‘Wat wilt u dan?’, zegt een ander. ‘Alleen omdat de ramp naast haar barak plaatsvond, bouwde Poetin gratis een nieuw huis voor haar. Met een lekkend dak.’
‘Alleen omdat de ramp naast haar barak plaatsvond, bouwde Poetin gratis een nieuw huis voor haar. Met een lekkend dak.’
Haar dochter en kleindochter wonen ook in dit huis. Kleinzoon Kolja werd voor het leger opgeroepen, voor de ‘speciale militaire operatie’. Al een jaar hebben ze niets van hem gehoord. Op de kast staat een foto van hem, nog gemaakt toen hij op school zat.
‘Misschien heeft hij net zoveel geluk gehad als zijn oma?’, denk ik cynisch.
Het huis van Jelena Goloebeva. Foto: Oleg Klimov
Het station Lykosjino verbindt verschillende nabijgelegen nederzettingen, waaronder het dorp Lykosjino. Daar is geen mobiel bereik en geen internet. Er is bijna niets. Geen ziekenhuis en zelfs geen apotheek. Ook geen plaatselijk bestuur meer: dit jaar werd het kantoor verplaatst naar de stad Bologoje. Maar er is langs de rivier de Valdajka nog wel een federale gevangenis voor gedetineerden met tuberculose. En in de winter is er ook een internaat voor dorpskinderen.
Kinderen van dit internaat gaan dan bij wijze van excursie naar de gevangenis.
‘Waarom naar de gevangenis?’, vraag ik de bibliothecaresse van het internaat, die in de zomer ook als cipier werkt.
‘Waar moeten we ze anders mee naartoe nemen? Maar ze gaan niet naar de zieke gevangenen hoor. Ze krijgen de speciaal getrainde honden te zien. Op de schietbaan leren ze schieten. Ze kunnen er van alles leren.’
‘Het dorp bestaat niet meer. Het is gestorven’, vertelt Nadezjda, een zogeheten zomerbewoonster uit Sint-Petersburg. Elke zomer komt ze hier met haar man en kleinkinderen naar een half ingestort huis ‘om de kinderen te laten zien dat er naast gadgets en computers ook bossen en rivieren bestaan op deze wereld’.
Olga, die vertrok uit Moskou om Lykosjino te redden. Lykosjino, district Tver. Foto: Oleg Klimov
Olga, 62 jaar oud en uit Moskou, woont al meer dan vijftien jaar in het dorp Lykosjino. ‘Ik ben geen zomerbewoonster, ik woon hier permanent. We kwamen hier al eind jaren tachtig, in de Sovjettijd, toen we een kamp voor volwassenen en kinderen organiseerden. Toen hadden we op de Arbat [autovrije winkelstraat in het centrum van Moskou, red.] een grote computerclub met de allereerste personal computers in de USSR. De kinderen vonden het geweldig. Maar wij begrepen: een kind moet niet alleen maar naar een scherm kijken. Daarom besloten we tijdens de vakanties dichter bij de natuur te zijn. Zo kwamen we in Lykosjino terecht’, vertelt Olga. ‘We hopen het dorp te redden. Natuurlijk zal het niet meer hetzelfde zijn als vroeger, maar het zal er zijn. Ik ben niet van plan terug te keren naar Moskou. Tegenwoordig vluchten sommigen naar het Westen, anderen naar het Oosten. Wij zijn naar het dorp geëmigreerd.’
Lykosjino heeft nooit een eigen plaatselijke krant gehad. Tijdens de Sovjetperiode abonneerden de mensen zich hier op de regionale krant, die in de tijd van het stalinisme De Ontketende Proletariër heette en na de dood van de dictator werd hernoemd tot Nieuw Leven. Tegenwoordig leest niemand de krant. Wel populair is een anoniem Telegram-kanaal met de naam Lykosjino – dat zijn wij. Er staan geen portretten van ambtenaren en geen officiële mededelingen op, en ook geen reacties of likes. Het heeft slechts 656 abonnees, ongeveer evenveel als er mensen in heel Lykosjino wonen. Het Telegram-kanaal is een dorpskroniek: overlijden, geboorte, vermissing, ingestorte brug, nieuw huwelijk, iemand die is omgekomen. Al het nieuws in één regel, zonder uitleg, omdat die binnen de gemeenschap vaak niet nodig is. Iedereen weet wie ‘tante Valja’ en ‘Kolja Smirnov’ zijn, waarom de brug in Michajlovskoje ‘alles’ is, en waarom het woord ‘omgekomen’ niet alleen overlijden maar ook oorlog kan betekenen.
Dat veel voor zich spreekt voor de lokale bevolking, blijkt bijvoorbeeld als ik terugkeer naar het station Lykosjino, waar een plaatselijke club tegenover een winkel waar bier wordt verkocht zaterdags een disco organiseert.
Naast de winkel staan twee tieners.
‘Er is vandaag geen bier. Het is een vrije dag’, vertelt een van hen.
‘En de dorpsdisco dan’, vraag ik.
‘De disco gaat door! Om negen uur vanavond. Maar wat doet u hier, zoekt u soms een vrouw?’, vraagt hij onverwacht.
‘Nee, ik ben fotograaf en al getrouwd’, antwoord ik verlegen.
‘Jammer’, reageert hij, ‘mijn moeder zoekt een man, maar er zijn helemaal geen mannen meer in het dorp: wie niet naar de stad is vertrokken, is naar de oorlog gestuurd.’
Gevangenis voor tbc-patiënten. Lykosjino, district Tver. Foto: Oleg Klimov
Oblast Jaroslavl – Bogdanovka: ‘Speel, speel vrolijke accordeon’
In het dorp Bogdanovka heb ik meer geluk. Daar is geen disco maar een festival aan de gang, De vrolijke accordeon, een plaatselijk feest met accordeonisten, zangers van tsjastoesjki's [korte volksliedjes op rijm, enigszins vergelijkbaar met een limerick, red.] en Russische liederen. Het wordt al jaren georganiseerd door Andrej Zvonarjov, een van de accordeonisten.
Voor één dag verandert de kleine nederzetting dan in een podium dat geen propagandistische decoratie voor de regeringspartij Verenigd Rusland is. Mensen spelen, zingen, strijden met tsjastoesjki's, begroeten bekenden en blijven zichzelf.
Festival 'De vrolijke accordeon'. Bogdanovka, district Jaroslavl. Foto: Oleg Klimov
Komt u hier uit de buurt, vraag ik Ljoedmila, die bezig is met de voorbereiding van haar optreden.
‘Och, vraag me dat niet, ik ben zenuwachtig. Zodra ik op het podium sta, vertel ik u alles over mezelf. Ik zing voor u en dan weet u alles over mij en mijn leven’, antwoordt ze.
Inderdaad, eenmaal op het podium verdwijnen al haar verlegenheid en zenuwen. Onder begeleiding van de accordeon vertelt ze hoe ze leeft, wat haar bezighoudt en hoe ze verder wil leven. Op haastig in elkaar getimmerde banken zitten enkele tientallen dorpsgenoten als toeschouwers: ze glimlachen, zijn ontroerd en applaudisseren.
Festival 'De vrolijke accordeon'. Bogdanovka, district Jaroslavl. Foto: Oleg Klimov
Tegen de avond beginnen ook bewoners van omliggende dorpen te komen. Wie wil, klimt op het geïmproviseerde podium van boomstammen, speelt accordeon, zingt een lied, vertelt over zichzelf en zijn dorp of maakt ambtenaren belachelijk.
Wie wil, klimt op het geïmproviseerde podium van boomstammen, speelt accordeon, zingt een lied, vertelt over zichzelf en zijn dorp of maakt ambtenaren belachelijk
Omdat de gouverneur van de provincie Jaroslavl weet hoe populair dit festival is, stuurt hij een schriftelijke groet naar Bogdanovka. Die wordt op het podium in ambtelijke taal voorgelezen, tot hilariteit van de mensen. Een accordeonist zingt een bijtende tsjastoesjka:
Een ambtenaar rijdt in een wagen,
terwijl het volk in het donker zit.
De staatsmacht maakt wetten,
maar het volk kreunt.
Stel dat de accordeonist nu zou zeggen: ‘Kom, we steken het huis van de ambtenaar in brand!’, dan zouden de mensen misschien meegaan, denk ik heimelijk. En ze zouden niet alleen het huis in brand steken, maar ook het bestuur in het dorp vervangen, zoals al vaker in de Russische geschiedenis is gebeurd. Gewoon voor de lol. En uit naam van de rechtvaardigheid.
Maar alles eindigt zoals altijd. Tegen middernacht hebben velen bier en wodka gedronken en gaan ze naar huis.
Toetajev – Processie in een stad zonder brug: ‘Religie is opium voor het volk’
In de USSR werd gezegd dat ‘religie opium voor het volk is’. Deze zin werd voortdurend gebruikt in de antireligieuze propaganda, hoewel Karl Marx het preciezer had bedoeld. Volgens Marx was religie niet alleen bedwelming, maar ook een pijnstiller, zoals opium in de negentiende eeuw werd gebruikt. Met andere woorden: de marxistische theoreticus bedoelde niet simpelweg dat religie de mensen misleidt, maar dat religie ook de pijn van een zwaar leven dempt, een zwakke vorm van troost biedt, maar de werkelijke oorzaken van het lijden niet wegneemt.
Sint-Petersburg, 1999. Foto: Oleg Klimov
Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie keerde godsdienst – als een schreeuw van mensen die slecht leven in een onrechtvaardige wereld – terug in Rusland. Deze comeback begon al tijdens de viering in 1988 van het duizendjarig bestaan van de kerstening in 988 van Kiev Rus, die samenviel met het begin van Gorbatsjovs perestrojka.
In 1991 noemde 31 procent van de volwassen inwoners van Rusland zichzelf orthodox christen, rekende 61 procent zichzelf tot geen enkele religie en identificeerde de rest zich met de islam, het protestantisme, het katholicisme en andere geloofsrichtingen.
In 2008 was het beeld vrijwel omgekeerd: 72 procent noemde zichzelf orthodox en het aandeel mensen ‘zonder religie’ was gedaald tot 18 procent.
Geloof en communisme. Moskou, 1990. Foto: Oleg Klimov
De provinciestad Toetajev ligt al bijna achthonderd jaar aan beide oevers van de Wolga maar heeft nog altijd geen brug over de rivier. Hoogtepunt van het jaar in Toetajev is de processie. Religie en dagelijks leven vermengen zich dan zonder enige regie met elkaar. Mensen lopen mee omdat men dit eeuwen geleden ook al deed; omdat iemand ziek is en beter wil worden; omdat iemand zijn overleden ouders wil herdenken, omdat iemand in Gods hulp gelooft; omdat iemand met gezelschap is meegekomen; of omdat iemand eenvoudigweg de dag niet wil missen waarop de hele stad plotseling één weg inslaat. Van de ene kant van de stad naar de andere, met de pont wegens gebrek aan een brug over de Wolga.
De Sovjetautoriteiten hielden niet van religieuze processies en verboden ze. Iedere optocht die niet door de Communistische Partij was georganiseerd, wekte argwaan. Zeker als mensen nu eens niet achter het portret van een nieuwe leider liepen, maar achter een afbeelding die ouder was dan alle partijsecretarissen, afdelingshoofden, chefs en hun dienstauto's samen.
Bij de lokale bakker tijdens de processie. Toetajev, district Jaroslavl. Foto: Oleg Klimov
De processie in Toetajev duurt enkele uren. Ze trekt van de ene kerk naar de andere, houdt onderweg halt. Een tocht van ouderen, kinderen, priesters, pelgrims, plaatselijke bewoners, toevallige toeschouwers en mensen die eigenlijk alleen maar komen kijken maar vervolgens om de een of andere reden ook beginnen mee te lopen. Misschien is de belangrijkste betekenis van de processie niet dat deze mensen definitieve antwoorden krijgen, doch dat ze samenlopen.
Processie. Toetajev, district Jaroslavl. Foto: Oleg Klimov
De massamedia schrijven nauwelijks over dit soort processies. Ook de Russisch-Orthodoxe Kerk probeert ‘de vuile was niet buiten te hangen’. Binnen die kerk bestaat weliswaar geen oppositie tegen de staat of de kerkelijke hiërarchie, maar er zijn wel andersdenkenden. Die dissidenten spreken zelden in de taal van de partijpolitiek, ze spreken vaker de taal van het Evangelie. Voor zover bekend zijn tot nu toe ongeveer vijftig orthodoxe priesters door de Russisch-Orthodoxe hiërarchie vervolgd vanwege hun openbare verzet tegen de oorlog of hun steun aan Oekraïne. Juist daarom is dit ‘anders denken’ niet alleen gevaarlijk voor het kerkelijke systeem, maar ook voor de staat. Het is kritiek van binnenuit, uit een orthodoxe traditie die geen grote invloed heeft op het maatschappelijk middenveld maar wel op de overlevingssamenleving.
Wapen van de zwakken
In een samenleving met slaven, lijfeigenen, horige boeren en ook met burgers in een totalitair systeem is er zelden een mogelijkheid om openlijk te protesteren. Daarom hebben de ‘zwakken’ intuïtief een eigen arsenaal van informeel verzet ontwikkeld.
Allereerst heeft het geen duidelijke leiders, noch manifesten of organisatorische structuren, en mijdt het de directe confrontatie met de staat. De Russische overheid rekent immers effectief af met openlijke tegenstanders in de maatschappij.
De staatsmacht kan dan een demonstratie op het Bolotnaja-plein in Moskou uiteenjagen, de oppositie in de hoofdstad vernietigen, een leider gevangenzetten of zelfs doden, een politieke partij verbieden of tot ‘terroristische organisatie’ verklaren. Maar tegen het wapen van de zwakken staat de macht vrijwel machteloos. Je kunt geen leider arresteren als er geen leider is. Je kunt geen partij verbieden die niet bestaat. Je kunt iemand niet straffen voor een staking wanneer die persoon gewoon langzaam werkt omdat hij ‘moe’ is of zich ‘niet goed voelt’.
Tegen het wapen van de zwakken is de staat vrijwel machteloos
Dat roept de vraag op: zijn er voorwaarden voor een opstand waaraan de overlevingssamenleving voldoet, en hoe ontwikkelen zich die nu?
Een opstand van onderaf begint niet met wat mensen willen, maar met wat ze niet langer willen.
Ze willen niet dat de staat zich met hun leefruimte bemoeit en vee en boerenbedrijven vernietigt onder het voorwendsel van massale dierziekten, waarmee de overheid volgens de boeren zo eigenlijk de markt wil vrijgeven aan grote (semi-)staatsmonopolies. Ze willen niet dat internet en mobiele communicatie worden uitgeschakeld om de bevolking tegen drones te beschermen, maar feitelijk voor censuur en controle over informatie die de staat ongewenst acht. Ze willen niet zien hoe ambtenaren hun dure auto’s volgooien, terwijl de rest in de rij staat bij benzinestations of steeds meer moeten betalen voor een halve tank. Ze willen niet dat mannen uit kleine steden, dorpen en landelijke gebieden, op plaatsen waar nauwelijks werk is, een gemakkelijke rekruteringsbron zijn voor de oorlog tegen Oekraïne.
Festival 'De vrolijke accordeon'. Bogdanovka, district Jaroslavl. Foto: Oleg Klimov
Daarom doet een oude formule opnieuw opgeld: de strengheid van de wetten wordt verzacht door het feit dat ze niet worden nageleefd. Dit is een van de basiswapens van de zwakken.
De strengheid van de wetten wordt verzacht door het feit dat ze niet worden nageleefd
Deelname aan verkiezingen en andere overheidsrituelen – voor de vorm, voor het rapport, voor de baas – gaat best samen met innerlijke minachting, mits je je erna terugtrekt in de eigen privéwereld van liederen, drinkgelagen, garages, moestuinen, familieleden en bekenden.
Zal de overlevingssamenleving buiten de staat zich verder ontwikkelen? Dat kan, tenminste als de staat doorgaat met zijn repressie tegen deze overlevingssamenleving.
Oproer à la Poesjkin
Kan er in deze overlevingssamenleving ooit een opstand uitbreken, zinloos en meedogenloos zoals de dichter Poesjkin ooit schreef? Dat kan. Als op het podium in het dorp Bogdanovka niet een vrolijke accordeonist verschijnt, maar types als de voortvluchtige kozak Jemeljan Poegatsjov (in 1773-1774) of Oeljanov-Lenin (1917) toen ze terugkeerden uit hun ballingschap. Dat kan. Als de processie in Toetajev aan de Wolga op een dag wordt geleid door een priester als Georgi Gapon, zoals tijdens de bestorming van het Winterpaleis in 1905 gebeurde in Sint-Petersburg. Dat kan. Als onder de huurlingen opnieuw een Jevgeni Prigozjin (2024) opstaat die meer raketten eist om Oekraïne nog harder te kunnen bombarderen.
Processie. Toetajev, district Jaroslavl. Foto: Oleg Klimov
Het ontbreken van een maatschappelijk middenveld betekent namelijk niet dat mensen onderdanig zijn aan de macht. Ze schakelen de staat in hun werkelijke leven eenvoudigweg uit. Een bekend voorbeeld van zulke interne ongehoorzaamheid leverde de dichter Josif Brodski in 1964 in Leningrad tijdens de rechtszaak tegen hem wegens ‘parasitair’ gedrag.
Rechter: ‘Wie heeft erkend dat u dichter bent? Wie rekent u tot de dichters?’
Brodski: ‘Niemand. En wie heeft mij tot het menselijk ras gerekend?’
De latere Nobelprijswinnaar Brodski beschouwde zichzelf niet als dissident. Hij bouwde zijn leven niet op als een politieke confrontatie met de staat. Zijn verzet was van een andere aard: hij erkende niet het recht van de staat om te bepalen wie hij was: dichter, parasiet, burger of mens.
Het ontbreken van een maatschappelijk middenveld betekent niet dat mensen onderdanig zijn aan de macht
Juist dit gedrag begrijpt het staatssysteem het minst. Met een openlijke vijand is alles duidelijk: je kunt hem arresteren, berechten, gevangenzetten, tot verrader verklaren. Maar wat moet je doen met iemand die niet naar het centrale plein gaat, geen partij opricht, geen manifest schrijft, maar eenvoudigweg leeft alsof de staat niet de belangrijkste bron van betekenis in zijn leven is?
In zulke gevallen ‘raakt het systeem de weg kwijt’. Vroeg of laat begint het zulke mensen uit het land te verdrijven, hen in ballingschap te sturen, hun staatsburgerschap af te nemen of maakt het hun bestaan binnen de staat eenvoudigweg onmogelijk.
10 jaar RAAM: wij hebben uw hulp nodig
In 2026 bestaat RAAM 10 jaar. Het is geen vanzelfsprekendheid dat we blijven voortbestaan. Daarvoor hebben we uw hulp nodig. Met uw giften kunnen wij auteurs een bescheiden honorarium betalen, onderzoek doen en Kennisplatform RAAM overeind houden. Wij zijn een ANBI: uw gift is aftrekbaar van de belasting.
Niet de taal van de revolutie maar van de geschonden belofte
Welke eisen kunnen dan vanuit de samenleving van overleving opdoemen? Misschien klinken die eisen dan als volgt:
breng de gemobiliseerden terug;
betaal wat is beloofd;
bedrieg de families van de doden niet;
verwijder de lokale dieven;
genoeg van de oorlog;
laat de kinderen met rust;
laat het land met rust;
laat het laatste wat we hebben met rust.
Het zal dus niet zozeer de taal van een revolutie zijn, als wel de taal van een verbroken overeenkomst tussen de staat en de samenleving van overleving.
Lenin in het bos. Foto: Oleg Klimov
Waar is de kans het grootst dat dit gebeurt?
Niet in Moskou. Eerder in de regio's, in de kleine steden, in plaatsen met maar één dominante fabriek, in arme republieken. Daar waar de oorlog niet op de televisie zichtbaar wordt maar via begraafplaatsen, teruggekeerde gewonden, verdwenen mannen en verwoeste gezinnen. Die dorpen zullen ‘naar Moskou optrekken’. Waarschijnlijker zullen het lokale uitbarstingen zijn die eruitzien als alledaagse conflicten over mobilisatie van soldaten, niet-uitbetaalde lonen, de sluiting van een ziekenhuis, willekeur van de politie, een begrafenis of de terugkeer van veteranen, een ecologische ramp, conflicten met migranten dan wel het faillissement van die ene werkgever of fabriek in gemeenschap.
Wat zullen de Moskovieten dan doen?
Moskou zal niet zelf beginnen. In normale omstandigheden is Moskou te zeer verzadigd met geld, bewakingscamera's, de Nationale Garde, carrièreafhankelijkheid, angst, comfort en cynisme. Moskovieten zullen toekijken, discussiëren, ironiseren, vertrekken, zich verbergen en afwachten wie er wint. Maar Moskou kan wel beslissend worden als het staatssysteem barsten vertoont. Als er een breuk binnen de elites of een verlamming van de veiligheidsdiensten optreedt. Zo was het bijvoorbeeld tijdens de staatsgreep van augustus 1991. Het hele land verkeerde in een crisis, maar het politieke toneel stond alleen bij het Witte Huis. Massa’s zijn dan niet noodzakelijk. Het is voldoende dat de verticale machtsstructuur van de veiligheidsdiensten slechts één dag niet meer weet aan wie en hoe zij moet gehoorzamen.
Het is voldoende dat de verticale machtsstructuur van de veiligheidsdiensten slechts één dag niet meer weet aan wie en hoe zij moet gehoorzamen
Kan er een opstand uitbreken in een land waar ruim vier miljoen Russen op een beroepsbevolking van circa 75 miljoen bij een der militaire of veiligheidsdiensten werkt, kortom, waar een op de twintig werkenden Russen bij het repressieve apparaat van de siloviki dient? Dat enorme aantal garandeert op zichzelf geen stabiliteit. Het garandeert vooral een hoge angstbarrière. Tegelijkertijd zijn deze veiligheidsfunctionarissen ook maar mensen met gezinnen, schulden, angsten, vermoeidheid, frustraties en interne hiërarchieën. Ze zijn niet loyaal aan een abstract idee van de staat. Ze zijn loyaal vanwege hun salaris, hypotheek, pensioen, status, angst voor straf en het besef dat het systeem voorlopig sterk is.
Een opstand heeft daarom niet zozeer kans als ‘het volk de Nationale Garde verslaat’, maar als de siloviki zelf beginnen te twijfelen:
op wie moeten ze schieten;
wie zal morgen hun baas zijn;
zullen de beloften worden nagekomen;
zullen zij niet als zondebok worden aangewezen;
is het niet gevaarlijker om de macht te verdedigen dan haar níét te verdedigen?
De blijvers zijn niet louter zwak
Sinds het begin van de grootschalige oorlog tegen Oekraïne, de gedeeltelijke mobilisatie een halfjaar later en de emigratiegolf in 2022 weerklinkt vaak de eenvoudige formule: ‘de sterken zijn vertrokken, de zwakken zijn gebleven’ of ‘de goeden zijn vertrokken, de slechten zijn gebleven’.
Deze benadering is emotioneel begrijpelijk, maar ze is geen beschrijving van de werkelijkheid. De mensen die in Rusland zijn gebleven, zijn geen uniform moreel type. Dat kan ook niet in een land waar onvrijheid al lang niet slechts een politiek systeem is, maar ook een dagelijkse leefomgeving. Niet iedereen kon of wilde vertrekken. Blijven betekent niet altijd instemmen. Zwijgen betekent niet altijd steun. Overleven betekent niet altijd verraad.
Vertaling en redactie: Hubert Smeets



